tv LIVE
meer NPO start
EenVandaag Opiniepanel

Bewoners die konden meepraten over komst azc zijn achteraf vaker positief, maar weinig mensen kregen die kans

Bewoners die konden meepraten over komst azc zijn achteraf vaker positief, maar weinig mensen kregen die kans
Bewoners in 2022 die protesteren tegen het aanmeldcentrum in Ter Apel
Bron: ANP

Maar weinig omwonenden van asielzoekerscentra (azc's) hebben het gevoel gehad dat ze wat te zeggen hadden over de komst ervan in hun buurt. Mensen die dat wel hadden, zijn stukken positiever over hun ervaringen met het azc.

Dat blijkt uit onderzoek van EenVandaag onder ruim 26.000 leden uit het Opiniepanel. Veel van hen zagen in 2024 veel veranderen als het gaat om het thema asiel. Veel meer media-aandacht voor het thema, vrienden of familie die anders zijn gaan denken over asielzoekers, een nieuwe wind in Den Haag die de druk opvoert, maar nog niet ver komt. Dat geldt zeker voor de 10.000 ondervraagden die in de buurt van een azc wonen. Hoe is dat voor hen?

Steun groter bij meer invloed

De meningen van omwonenden zijn sterk verdeeld. De meesten kunnen ermee leven: bijna een kwart is positief en nog eens een derde niet positief, maar ook niet negatief. Maar ruim een derde (38 procent) is niet te spreken over het azc en de ervaringen met de bewoners ervan. Dat zijn vooral mensen die naar eigen zeggen weinig in te brengen hadden tegen de komst ervan.

Welke ervaringen hebben omwonenden met het azc in hun buurt?

Omwonenden die wel een gevoel van invloed hadden over de komst van het azc in hun buurt zijn een stuk optimistischer: 71 procent van hen zegt positieve ervaringen te hebben: "De gemeente wilde eerst te veel mensen onderbrengen. Na discussie is er gekozen voor minder mensen op die locatie, wat het voor zowel de asielzoekers als de buurt beter en humaner maakte."

'Alles stond al vast'

Een deel van deze omwonenden is politiek links georiënteerd en staat sowieso positiever tegenover asielzoekers. Maar voor mensen die al sceptisch zijn, helpt gebrek aan echte inspraak niet mee om later een beter gevoel te krijgen bij het azc in hun buurt: "Ik ben geen PVV'er ofzo, maar hoe het azc is doorgedrukt is bij de beesten af. Alles stond al vast. Geen wonder dat mensen zoals ik naar rechts trekken", vertelt een omwonende die NSC heeft gestemd bij de laatste verkiezingen.

Slechts 1 op de 5 omwonenden geeft aan dat er een mogelijkheid tot inspraak was voor de komst van het opvangcentrum. Een klein deel (5 procent) heeft ook gebruikgemaakt van die mogelijkheid. Het overige deel was vooral sceptisch over het effect. Het zou toch niets veranderen, was de gedachte. Al met al heeft maar 5 procent het gevoel gehad dat ze invloed hadden op de komst van het azc in hun omgeving.

Bekijk ook

Komst azc onder voorwaarden acceptabel

Van de mensen die niet in de buurt van een azc wonen, noemt de grootste groep (53 procent) het onacceptabel als dat er wel zou komen. Maar die houding verzacht wanneer wordt voldaan aan bepaalde voorwaarden. De helft (52 procent) van de mensen die een azc in hun buurt eigenlijk niet ziet zitten, draait die mening bij als ze kunnen meebeslissen over de voorwaarden van die komst.

Andere factoren die weerstand weg kunnen nemen, gaan over de bewoners van dat eventuele azc. Ruim de helft van de mensen die nu kritisch zijn, zegt een mogelijke komst van een azc in hun buurt acceptabel te vinden als daar alleen oorlogsvluchtelingen en stellen of gezinnen in worden opgevangen.

Onder welke voorwaarden vinden mensen een azc wél acceptabel?

Spreidingswet moet blijven

Ook wordt het draagvlak groter als aangetoond kan worden dat andere gemeenten naar verhouding evenveel asielzoekers opnemen. Daar is, gevraagd aan alle deelnemers van het onderzoek, nu amper sprake van. Slechts 1 op de 10 (11 procent) denkt dat asielzoekers eerlijk zijn verdeeld over Nederland. Vooral minder rijke, kleine dorpen of plattelandsgebieden buiten de Randstad vangen vluchtelingen op, is de indruk.

Met de invoering van de spreidingswet kregen gemeenten dit jaar de taak naar verhouding een bepaald aantal asielzoekers op te vangen. Het vorige kabinet, Rutte 4, heeft de omstreden wet ingevoerd, maar het nieuwe kabinet van Schoof wil er vanaf. Een slecht idee, vindt de grootste groep. Iets meer dan de helft (54 procent) vindt dat de spreidingswet moet blijven, tegenover 38 procent die het eens is met het nieuwe kabinet.

Moet de spreidingswet blijven of worden ingetrokken?

Bekijk ook

info

Over dit onderzoek

Het onderzoek is gehouden van 4 tot en met 16 december 2024. In totaal deden er 26.802 mensen mee uit het EenVandaag Opiniepanel mee, van wie er 10.523 die binnen een straal van 3 kilometer van een asielzoekerscentrum wonen.

Het gehele onderzoek is gecorrigeerd op zes factoren, namelijk: leeftijd, geslacht, opleiding, burgerlijke staat, spreiding over het land en politieke voorkeur, gemeten naar de Tweede Kamerverkiezingen van 2023.

2024: veel aandacht, weinig oplossingen

Over de slagkracht van het nieuwe kabinet op asiel zijn panelleden niet te spreken. Slechts 13 procent vindt dat het nieuwe kabinet het is gelukt om oplossingen te vinden voor de asielproblematiek in Nederland. En ook over het komende jaar zijn kiezers die hopen op meer maatregelen weinig optimistisch: 1 op de 5 (20 procent) denkt dat het kabinet de instroom in 2025 naar beneden kan krijgen.

Wat is er in 2024 veranderd als het gaat om asiel?

De combinatie van de aanhoudende druk op het kabinet en de beperkte daadkracht leidt tot zorgen over de sfeer in de samenleving. Een panellid zegt daarover: "Ik zie om me heen dat het geduld wat betreft oplossingen voor de asielproblematiek op begint te raken en dat er een soort moedeloosheid ontstaat. Ik ben bang dat dit alleen maar meer extremisme tot gevolg zal hebben."

Bewoners die konden meepraten over komst azc zijn achteraf vaker positief

Vragen? Stel ze!

Heb je nog vragen of wil je reageren? Stuur ons dan hier een berichtje in onze chat. Elke donderdag vertellen we in de Doe mee-nieuwsbrief wat we met alle reacties doen. Wil je die in je mail? Meld je dan hier aan.

Grote natuurbrand BIJ Ede roept vraag op: zijn we wel genoeg voorbereid op droogte? Het ligt niet alleen aan te weinig regen

Meerdere natuurbranden en een sproeiverbod in Brabant: het is erg droog. En dat terwijl het pas begin april is. Wapenen we ons wel goed genoeg tegen droogte? "Er is in de winter vrij veel regen gevallen, maar dat water is voor een groot deel afgevoerd."

Vragen? Stel ze!

Heb je nog vragen of wil je reageren? Stuur ons dan hier een berichtje in onze chat. Elke donderdag vertellen we in de Doe mee-nieuwsbrief wat we met alle reacties doen. Wil je die in je mail? Meld je dan hier aan.

Publieke omroep gaat op de schop: wat gaat de kijker daarvan merken? 'Programma's verdwijnen en meer herhalingen'

Publieke omroep gaat op de schop: wat gaat de kijker daarvan merken? 'Programma's verdwijnen en meer herhalingen'
Bron: ANP

De kogel is door de kerk: de publieke omroep wordt grondig hervormd. Van de dertien omroepen blijft een handvol 'omroephuizen' over en de NTR verdwijnt, waardoor nog onduidelijk is wie programma's als Het Klokhuis en het Sinterklaasjournaal gaat maken.

Minister Eppo Bruins, die verantwoordelijk voor is mediabeleid, heeft zijn plannen vandaag in een brief naar de Tweede Kamer gestuurd. Volgens hem moet de publieke omroep beter inspelen op veranderingen in de samenleving en de opkomst van de grote techbedrijven, die de digitale media domineren. Ook wil Bruins 157 miljoen euro bezuinigen.

'Iedereen een plek geven'

"Wat we nodig hebben is een publieke omroep die beter samenwerkt, waar men met elkaar ervoor zorgt dat er meer geluid vanuit de samenleving terechtkomt in de omroepen en de programma's", zegt Bruins over het doel van zijn plannen. "Wat ik hoop is dat we over een paar jaar nog die mooie programma's zien die we nu ook zien, maar dat we merken dat iedereen een plek krijgt in het bestel."

In het huidige omroepbestel gaat dat nu niet goed, vindt de minister. Om een nieuw geluid te laten horen moet je eerst een compleet nieuwe omroep oprichten, met het daarbij minimaal 50.000 leden en een volledig nieuwe organisatie. Tussen een idee en het eerste programma zit volgens hem te veel tijd.

Vier of vijf 'omroephuizen'

Om dit te veranderen, en om kosten te besparen, moeten de huidige dertien omroepen van Bruins - als alles meezit - in 2029 opgaan in vier of vijf 'omroephuizen'. Daarmee is het bijna onvermijdelijk dat bekende omroepnamen zullen verdwijnen. In de toekomst hoeven omroepen bovendien geen leden meer te hebben en kunnen er geen nieuwe omroepen meer toetreden tot het bestel.

Maar om ervoor te zorgen dat alle geluiden die te horen zijn in de maatschappij ook daadwerkelijk een plek krijgen op televisie, radio en internet, wil de minister de omroephuizen verplichten om 'mee te bewegen met veranderende geluiden in de samenleving'. Hoe dat er in de praktijk uit moet gaan zien en wie daar toezicht op houdt, moet nog worden uitgewerkt, erkent hij.

Publieke omroep gaat grondig op de schop: wat gaat de kijker daarvan merken? 'Meer herhalingen'

Wat merkt de kijker?

Wel is het 'onvermijdelijk' dat de kijker of luisteraar iets gaan merken van de plannen, erkent de minister. Dat komt door de jaarlijkse bezuiniging van bijna 160 miljoen euro, maar ook door het verdwijnen van een omroep als de NTR. Die maakt educatieve programma's en (educatieve) jeugdprogramma's. Denk aan Het Klokhuis en het Sinterklaasjournaal, maar ook programma's als Andere Tijden.

De hervormingen van de publieke omroepen leveren volgens Bruins daarnaast niet genoeg geld op om te voorkomen dat in de toekomst ook programma's van andere omroepen op radio en televisie geschrapt zullen moeten worden.

Bekijk ook

'Meer herhalingen'

"Dit zal leiden tot meer herhalingen en minder productie", verwacht mediahistoricus en omroepdeskundige Huub Wijfjes van de Rijksuniversiteit Groningen. Ook is het volgens hem de vraag wie programma's als Het Klokhuis en het Sinterklaasjournaal - 'die breedgedragen zijn' - zal overnemen.

"De minister wil dat de educatieve taken naar andere omroepen gaan", legt hij uit. "Maar wie neemt dat soort programma's over? Of de geschiedenisprogramma's? Dat is onduidelijk."

Terug naar oude systeem

De mediahistoricus zegt dat Nederland met het nieuwe omroepbestel terugkeert naar het systeem dat voor 1968 bestond: omroepen die voor eeuwig in het bestel zitten omdat nieuwe omroepen niet kunnen en mogen toetreden.

En met het opheffen van de NTR, een zogenoemde 'taakomroep' die culturele en educatieve programma's moet uitzenden, keren we volgens Wijfjes terug naar de situatie van voor 1992. "Mijn grootste zorg is: hoe wordt de kwaliteit overeind gehouden met minder geld?"

Bekijk ook

'Eindelijk alles op de schop'

VVD-Kamerlid Claire Martens is juist tevreden dat het omroepbestel nu eindelijk op de schop gaat. Haar partij pleit al jaren voor een grondige stelselherziening omdat de publieke omroep niet meer bij de tijd zou zijn.

In het plan van minister Bruins zegt Martens grotendeels haar eigen plannen terug te zien. "Focus op waar wat ons betreft eigenlijk de publieke omroep voor is. Dus meer op journalistiek, en op het maken van culturele programma's."

Minder geld, minder kwaliteit?

Het Kamerlid zegt dat het 'een feit' is dat de publieke omroep het moet gaan doen met minder geld. "Maar dat betekent niet dat de mensen thuis daar last van gaan hebben", vertelt ze. "Wij willen al die managementlagen, al die bestuurslagen gaan afzwakken. Dus minder geld naar de publieke omroep betekent niet minder geld naar de journalistiek."

Maar volgens omroepdeskundige Wijfjes is dat nog maar de vraag: "De hervorming hinkt op twee gedachten: enerzijds bezuinigen, maar anderzijds investeren in de publieke omroep en journalistiek. Dat is moeilijk met elkaar te verenigingen."

Bekijk ook

Vragen? Stel ze!

Heb je nog vragen of wil je reageren? Stuur ons dan hier een berichtje in onze chat. Elke donderdag vertellen we in de Doe mee-nieuwsbrief wat we met alle reacties doen. Wil je die in je mail? Meld je dan hier aan.

Ook interessant