Het coronavirus is niet meer uit ons leven weg te denken. Toch was er een tijd zonder virussen. Of ja: we weten nog maar relatief kort dat virussen bestaan. "We konden de deeltjes vroeger niet waarnemen."

"200 jaar geleden wist men nog niet eens van het bestaan van virussen af", zo zei viroloog Ab Osterhaus bij talkshow Op1. Volgens experts is de schatting van Osterhaus wat ruim, want we kennen ze zelfs nog korter: zo'n 120 jaar geleden wisten we nog niet van virussen af.

Zieke tabaksplanten

"In 1898 werd de ontdekking gedaan", vertelt viroloog Mark Zwart van het Nederlands Instituut voor Ecologie. "Dat is nu dus 123 jaar geleden." De zoektocht begon bij zieke tabaksplanten waar meerdere wetenschappers mee aan de slag gingen. De Duitser Adolf Mayer, directeur van wat nu de Wageningen Universiteit is, deed vanaf 1870 onderzoek naar de ziektekiemen in die planten.

"Mayer heeft toen proeven gedaan waarbij hij liet zien dat hij een pathogeen, een ziektekiem, kon overbrengen tussen tabaksplanten. Hij kon dat pathogeen alleen zelf niet vinden. De veroorzaker die de ziekte verspreidde bleef dus onbekend."

Lees ook

Geen bacterie, maar wat dan?

Hoe kon deze ziektekiem zich verspreiden? Een Russische wetenschapper ging er verder mee aan de slag. "Hij heette Ivanovski en liet zien dat hij die ziektekiem zelfs kon overbrengen door hem eerst door een filter te doen. Door dat filter konden alleen geen bacteriën, want die waren te groot", vertelt Zwart. "De conclusie was dus dat het geen bacterie kon zijn, maar die drong nog niet helemaal tot hem door."

Wie daar wel heil in zag, was de Nederlander Martinus Willem Beijerinck. Hij deed als derde de proef en kwam tot dezelfde resultaten. In tegenstelling tot Ivanovski en Mayer verbond hij er wel een conclusie aan. "Hij noemde het 'Contagium vivum fluidum', een besmettelijke levende vloeistof. Die vloeistof noemde hij vervolgens virus, naar het Latijnse woord voor 'gif'."

De microscoop

"Dat is eigenlijk hét begin geweest van de virologie zoals we die nu kennen." Beijerinck dacht overigens eerst dat het virus vloeibaar was, maar dat bleek later anders te zitten. Hoe we virussen nu kennen, weten we eigenlijk pas sinds de jaren 1930. En dat is allemaal te danken aan de microscoop.

"Virusdeeltjes zijn namelijk zo klein, dat wetenschappers destijds nog geen manier hadden om dat direct te kunnen waarnemen", vertelt Zwart. Door de microscoop kwamen we er precies achter hoe het zat.

Lees ook

Een straf van God

Maar als we virussen niet kenden, waar dacht men vroeger dan dat pandemieën vandaan kwamen? Daar waren veel ideeën over, zoals over de griep, vertelt medisch historicus Melhy van Malenstein. "Over influenza, een Italiaans woord, werd bijvoorbeeld gedacht dat het kwam door invloeden van buitenaf. Bijvoorbeeld door het weer, of door de stand van hemellichamen."

Van Malenstein schreef een boek over de geschiedenis van pandemieën. Ook bij de pest hadden mensen zo hun theorieën. "Daarover werd gedacht dat dat kwam door kwade dampen. Die zouden komen door een straf van God. Hij maakte de lucht dan onrein, waardoor mensen ziek werden."

Complottheorieën

In 123 jaar is er dus veel kennis bijgekomen over de oorsprong, het ziekteverloop en de gevolgen van virussen. Toch is één ding er altijd gebleven: de complottheorieën. Sommigen zijn nu zeker dat het coronavirus gecreëerd is in een lab, maar ook tijdens de cholerapandemie deden veel verhalen de rondte.

Lees ook

"Toen die uitbrak in Parijs, werden vooral veel arme mensen slachtoffer. Daarom ontstond de theorie dat de elite het drinkwater vergiftigd zou hebben", vertelt Malenstein.

Hoe lang weten we al dat virussen bestaan? Lammert de Bruin checkt het in 'Feit of Fictie' voor Radio EenVandaag