meer NPO start

Waarom Nederland zo interessant is als proeftuin voor nieuwe supermarktformules

Waarom Nederland zo interessant is als proeftuin voor nieuwe supermarktformules
Ochama in Nederland
Bron: EenVandaag

Buitenlandse investeerders zien Nederland als ideale proeftuin voor innovatieve supermarktformules. De snelle bezorgdiensten kenden we al in grote steden. Sinds vorige maand kunnen Nederlanders ook bij de Chinese 'one-stop-shop' Ochama kopen.

Retaildeskundige Cor Molenaar doet al decennia onderzoek naar de 'supermarkt' en signaleert dat de markt inderdaad onrustig is. Er komen steeds meer snelbezorgdiensten die binnen 10 minuten bij je thuis zijn met boodschappen. Maar kan het niet nog makkelijker? Bij Ochama in Rotterdam zou je alles moeten kunnen krijgen: van boodschappen tot meubels.

'Ons land is de ideale proeftuin'

Ochama is van oorsprong Chinees. Dat buitenlandse investeerders juist voor ons land kiezen, heeft volgens Molenaar een aantal redenen. "We hebben in Nederland een open markt, zonder dominante speler, waardoor die vrij toegankelijk is voor nieuwkomers."

"Nederlandse consumenten zijn ook niet zo trouw", zegt Molenaar. "Dus ze laten zich makkelijk verleiden met lage prijzen. En verder staan Nederlanders open voor nieuwigheden. Vandaar dat online winkelen hier al zo snel gewoon werd. Voor snelbezorgers geldt nog het voordeel dat we een dichtbevolkt land zijn."

Bekijk ook

Niet meteen voor de winst

De investeerders komen overal vandaan: snelbezorgers Gorillas en Flink komen uit Duitsland. En het megabedrijf JD.com uit China zit dus in ons land met 'one-stop-shop' Ochama. Volgens Molenaar vinden ze vooral marktpotentie en marktpositie belangrijk. Dus of je erin slaagt met je formule een groot deel van de markt te veroveren. Dat bepaalt de waarde van een bedrijf.

Cor Molenaar
Bron: EenVandaag
Cor Molenaar

Het gaat niet om directe winst: dat is pas belangrijk als de markt eenmaal gestabiliseerd is. En daarvan is nog geen sprake: "Na een paar jaar moet duidelijk zijn of een formule aanslaat. Dan is het tijd om de formule uit te bouwen, te verkopen of om je verlies te nemen. Dat laatste hoort er ook gewoon bij. Niet alle partijen gaan deze strijd overleven, er gaan zeker klappen vallen."

Digitaal winkelen

Ochama verwacht in Nederland dat vooral millenials en jonge gezinnen daar hun boodschappen komen doen. Dat kopen gebeurt digitaal. Een robot pakt je spullen en je haalt het op of het wordt thuisbezorgd. "Het is voor hen makkelijk als ze de tijd in de supermarkt kunnen verkorten. Die besteden ze liever in de sportschool of aan iets leuks doen met de kinderen", zegt Mark den Butter van Ochama Nederland.

"Maar we zijn er ook zeker voor ouderen", vertelt hij. Hoewel het voor ouderen soms wennen is om alles online uit te kiezen en te kopen. "We zorgen ervoor dat er in onze winkels altijd genoeg personeel op de vloer is om service te bieden."

Lidmaatschap

Ochama wil de markt niet veroveren, maar juist ontzorgen, zegt Den Butter. In China bestaat het bedrijf al veel langer. "Daar is de winkel vooral gericht op dames", zegt Molenaar. "Daar zijn mensen lid. En met dat lidmaatschap kunnen ze loyaliteitspunten opbouwen. En ze willen dat vrouwen terugkomen, dus zit er ook een soort spelprogramma achter. Een programma waarmee het bedrijf informatie krijgt. Gewonnen punten kunnen weer ingezet worden voor artikelen."

Mark den Butter
Bron: EenVandaag
Mark den Butter

Bij Ochama in Nederland kun je nog niet gamen en gokken, maar is een lidmaatschap wel vereist. "Maar het is laagdrempelig", zegt Den Butter. "Het doel is dat we daarmee beter op de behoefte van de klant kunnen inspelen en bepaalde privileges kunnen aanbieden. We willen weinig van je weten, maar wel je interesses."

Bekijk ook

Vragen? Stel ze!

Heb je nog vragen of wil je reageren? Stuur ons dan hier een berichtje in onze chat. Elke donderdag vertellen we in de Doe mee-nieuwsbrief wat we met alle reacties doen. Wil je die in je mail? Meld je dan hier aan.

Annelien (42) is verzekeringsarts met parkinson en laat zien dat je met chronische ziekte nog prima kan werken

Annelien (42) is verzekeringsarts met parkinson en laat zien dat je met chronische ziekte nog prima kan werken
Annelien Oosterbaan
Bron: eigen beeld

Schrijf iemand met een chronische ziekte niet af. Dat is de boodschap van Annelien Oosterbaan, die parkinson heeft. Als verzekeringsarts ziet ze veel chronisch zieke mensen die nog kunnen en willen werken, maar daarin niet gesteund worden.

Stel je voor: je hebt een chronische ziekte, parkinson bijvoorbeeld of migraine. Tegelijk ben je nog jong en kun je hartstikke veel. Zij het met wat aanpassingen.

Niet aangenomen

Je wil graag werken en begint vol goede moed met solliciteren. Je hebt immers veel te bieden, weet je van jezelf. En er zijn hard mensen nodig met de huidige krapte op de arbeidsmarkt. Wat kan er nu helemaal misgaan, zeg je tegen jezelf.

Toch word je niet aangenomen. Ook niet bij het tweede bedrijf waar je solliciteert, en het derde. Je zelfvertrouwen van eerst, wordt steeds minder.

Afgekeurd

Of je hebt wel een baan, maar komt er op een gegeven moment achter dat je een chronische ziekte hebt. Om je werk goed te kunnen uitvoeren, heb je wat extra hulp nodig van je werkgever.

Maar in plaats van die hulp te bieden, laat je werkgever op een gegeven moment weten dat je contract niet wordt verlengd. Of stelt die zich niet flexibel op, waardoor je het werk niet kan volhouden en je ziek uitvalt.

Bekijk ook

Te groot risico

Het gebeurt bij veel mensen met een chronische aandoening. Werkgevers zien deze groep nog altijd als een groot risico. Volgens onderzoeksinstelling TNO zijn ze bang dat het ze veel geld kost wanneer deze mensen op een gegeven moment uitvallen. En ze zijn vaak niet bekend met iemands aandoening, of wat dit betekend voor de inzetbaarheid.

Annelien Oosterbaan (42) weet daar alles van. Zij kreeg de diagnose parkinson op haar 33ste. "Het ligt natuurlijk aan de fase waarin je zit in je carrière. Hoe oud je bent en hoe ziek. Maar als je bij wijze van spreken nog moet beginnen, dan is aan een baan komen, of aan het werk blijven erg lastig met zo'n diagnose. Alleen maar omdat je een stempel hebt", vertelt ze.

'Dit is wie ik ben'

Je hoeft in Nederland niet te vertellen hoe het gesteld is met je gezondheid, als je gaat solliciteren. Maar Annelien wil open zijn over haar diagnose. "Dit is wie ik ben en ik wil ergens werken waar daar normaal mee wordt omgegaan. Waar ik niet hoef te liegen over mijn ziekte. Of het moet verbloemen. Dat kan ook helemaal niet", vertelt ze.

Dat dat niet vanzelfsprekend is, ontdekte ze na haar diagnose.. "Waar eerst veel mogelijkheden waren, liep ik ineens tegen een muur op. Ik kon alles nog, voelde me niet ziek, was fitter dan veel anderen. En toch werd ik buitengesloten. Bijvoorbeeld omdat het niet meer mogelijk was om een arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten. Je wordt veel te vroeg afgeschreven. Echt heel pijnlijk."

Bekijk ook

Omgeschoold tot verzekeringsarts

Annelien, die van huis uit gynaecoloog is, veranderde van koers en liet zich omscholen. Ze is als hoofdonderzoeker verbonden aan het Radboud UMC, waar ze zich bezighoudt met vrouwen en parkinson. En ze werkt als verzekeringsarts bij het UWV.

In haar werk bij de uitkeringsinstantie ervaart zij haar ziekte juist als meewaarde, vertelt ze. Omdat ze zich vanwege haar eigen diagnose goed kan verplaatsen in de mensen die ze tegenover zich heeft. Vaak zijn dat mensen met een chronische aandoening, die worstelen met de (on)mogelijkheden in hun werk.

'Werkgever wil van ze af'

Annelien ziet regelmatig mensen voor een beoordeling voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Ze merkt dan dat het vooral de werkgever is, 'van ze af wil'. "Veel mensen hebben al zoveel meegemaakt aan afwijzing en onbegrip, dat ze daardoor zelf ook opgeven. Hier aandacht voor hebben in het gesprek is het minste wat je kunt doen", zegt ze.

"Ik denk dat het voor werkgevers vooral de angst is voor het onzekere bij zo'n diagnose. In plaats van je erin te verdiepen, wijs je dan maar iemand de deur.

'Dan moet je wel de kans krijgen

"Dit terwijl mijn ervaring vaak is dat hoe zieker iemand is, hoe meer motivatie diegene heeft om zich in te zetten en te bewijzen wat die nog wel kan. Maar dan moet je wel de kans krijgen "

Zelf maakte ze ook van alles mee, in de ziekenhuiswereld nota bene. "En dat vind ik niet eerlijk. Want niet iedereen met een chronische ziekte is er al aan toe om niet meer te werken. Soms kan het niet anders, maar vaak ook wel."

Bekijk ook

Steeds meer mensen met chronische aandoening

Dat vindt onderzoeker Lidewij Renaud van TNO ook. "De groep mensen met een chronische aandoening is enorm groot en blijft groeien. Bijna 60 procent van alle Nederlanders heeft er minstens een. Binnen die groep mensen zit een enorm arbeidspotentieel, ruim 400.000 banen", vertelt ze.

"We blijven met z'n allen een beetje steken in de gedachte dat deze groep alleen bestaat uit mensen die heel erg ziek zijn. Mensen die niet kunnen werken, niet mee kunnen doen. Maar dat klopt niet", benadrukt Renaud.

Van rugklachten tot parkinson

De variatie aan aandoeningen is groot, vervolgt ze. Dat gaat van rugklachten tot zware hooikoorts en parkinson. "Dat zijn heel verschillende aandoeningen, die je inzetbaarheid kunnen beïnvloeden, maar waarmee je in veel gevallen nog prima kunt werken. Al moet je werkgever daar misschien wat aanpassingen voor doen."

Natuurlijk zijn er ook mensen die zo ziek zijn dat ze echt niet meer kunnen werken, zegt ze. Bijvoorbeeld mensen met een vergevorderde vorm van kanker. "Maar dat gaat lang niet over iedereen."

'Laat me alsjeblieft wat doen'

Annelien zou graag zien dat de maatschappij verandert. Dat mensen met een chronische ziekte - die dat kunnen en willen - zo lang mogelijk kunnen blijven werken. Daar ondersteuning bij krijgen van hun werkgever. "Er gaat nu enorm veel arbeidspotentieel verloren."

"Al moet ik de krant rondbrengen, of ergens koffie inschenken, het maakt me niet uit. Maar laat me alsjeblieft wat doen. Dat is voor mij van heel veel waarde", zegt Annelien. Waarom? "Je gaat ergens naartoe, je wordt daar verwacht, je doet mee in de maatschappij, je voelt dat je van belang bent, mag meedoen", legt ze uit.

Bekijk ook

Buiten de maatschappij

"Op het moment dat je thuis komt te zitten, word je voor je gevoel toch voor een groot deel buiten de maatschappij geplaatst", vervolgt ze. "Het is al pittig om zo'n diagnose te krijgen, en als je dan ook nog wordt uitgesloten van het werkende leven, dan is dat gewoon best wel hard."

"Als het moment daar is dat het echt niet meer kan, dan is dat pijnlijk maar dan is het ook wat het is", legt ze uit. "Maar als je te vroeg wordt weggezet, terwijl je eigenlijk veel dingen nog wel kan, dan is dat bikkelhard. Al kosten ze misschien wat meer moeite."

'Liever voor elkaar zijn'

"We moeten allemaal wat toleranter worden en wat liever voor elkaar zijn, het zou niet alleen om geld moeten draaien", geeft Annelien mee. "De waarde van mee kunnen doen is niet in geld uit te drukken."

Onderzoeker Renaud raadt werkgevers, maar ook werknemers aan om het gesprek met elkaar aan te gaan. "Dan kun je in kaart brengen wat iemand nodig heeft om zo lang mogelijk goed inzetbaar te blijven."

Lastig voor kleine ondernemers

Maar de onderzoeker begrijpt ook dat dat lastig is. "Het is een taboe en dat werkt twee kanten op: aan de ene kant durven mensen er niet eerlijk voor uit te komen, omdat ze bang zijn voor een negatieve reactie van de werkgever. Aan de andere kant durven werkgevers mensen minder makkelijk aan te nemen als ze weten dat iemand ziek is, of ziek is geweest."

"In Nederland kunnen de kosten voor de werkgever hoog oplopen als iemand langdurig uitvalt. Zeker voor kleinere ondernemers kan dat lastig zijn", erkent Renaud. Een bedrijf betaalt een ziek gemelde werknemer in het eerste jaar 100 procent door en in het tweede 75 procent. Daarna komt iemand terecht in de Ziektewet. "Het dubbele is: het doorbetalen van de loonkosten is juist bedoeld om de werknemer te beschermen."

Bekijk ook

Systeem veranderen

Het zou volgens de TNO-onderzoeker helpen als in het systeem rondom de arbeidsmarkt de mens meer centraal zou komen te staan. Ze ziet dit als een gezamenlijke opdracht van werkgevers, brancheorganisaties en de overheid.

"Nu wordt heel erg gedacht vanuit het werk, van: dit is mijn vacature en ik zoek iemand die daarbij past. Maar als je meer gaat denken vanuit de persoon die op gesprek komt, welk werk diegene zou kunnen doen. Dan kun je veel passender werk creëren." Door creatiever te denken, kunnen werkgever veel oplossen, is haar conclusie.

'Schrijf iemand niet direct af'

Wat er volgens Annelien anders zou moeten? "Ik vind dat werkgevers die het financieel gezien kunnen leien zich verantwoordelijker op zouden moeten stellen, door mensen duurzaam aan het werk te houden. Dan zullen ze ook zien dat dat iets oplevert."

Ze raadt werkgevers aan om zich te verdiepen. "Als je kijkt naar parkinson, iemand die dat heeft, gaat langzaam geleidelijk achteruit. De een sneller dan de ander maar. Het is niet zo dat iemand van de ene op de andere dag ineens niks meer kan. Het is in die zin best een voorspelbare ziekte. Er valt dus wel een plan te maken, en als het niet haalbaar blijkt, dan stel je die toch gewoon weer bij?"

Positief gevoel

Zelf kijkt Annelien positief naar de toekomst van haar werkende leven. "Ik heb gelukkig nog geen cognitieve problemen, geen mist in mijn hoofd, geen moeite met dubbeltaken en focussen. Daar ben ik heel gelukkig mee, want ik heb ken genoeg jonge mensen met parkinson die daar al wel last van hebben. Het merendeel valt binnen 5 tot 10 jaar uit van werk. Ik ben intussen 9 jaar verder."

"Het gaat goed met me. En hoe lang dat zo blijft: geen idee. Maar ik ben super gemotiveerd om zo lang als mogelijk aan het werk te blijven. En ik denk wel dat ik, juist door bezig te blijven, langer goed blijf."

Vragen? Stel ze!

Heb je nog vragen of wil je reageren? Stuur ons dan hier een berichtje in onze chat. Elke donderdag vertellen we in de Doe mee-nieuwsbrief wat we met alle reacties doen. Wil je die in je mail? Meld je dan hier aan.

Moet de chemische industrie in Nederland bewaard blijven? 'Overal zijn chemicaliën voor nodig'

Moet de chemische industrie in Nederland bewaard blijven? 'Overal zijn chemicaliën voor nodig'
Chemiefabriek LyondellBasell gaat na 21 jaar sluiten in Nederland
Bron: EenVandaag

De chemische industrie in de Rotterdamse haven heeft het zwaar door hoge energieprijzen en belasting op CO2. Moet het kabinet extra geld uittrekken om bedrijven tegemoet te komen? "Een complete waardevernietiging als we dit weggooien met z'n allen."

Veel producten die we dagelijks gebruiken komen uit de chemische industrie. Denk bijvoorbeeld aan shampoo en schoonmaakmiddelen, maar ook isolatiemateriaal en leidingen voor in huis. Die industrie heeft het nu dus heel moeilijk in Nederland.

Na 21 jaar sluiten

In de Rotterdamse haven sluit binnenkort de Amerikaanse chemiefabriek LyondellBasell. "21 jaar geleden hebben we deze fabriek met trots opgestart. Dit kostte ons een miljard euro", vertelt vicepresident Ronald van Klaveren.

Vijf jaar geleden werd nog eens 250 miljoen euro geïnvesteerd om de fabriek te vergroenen. "En nu komt er helaas een einde aan. Dit is een fabriek die je normaal 80 tot 100 jaar laat draaien. Nu moeten we die al na 21 jaar sluiten. Financieel komen we er gewoon niet uit."

Vier keer hogere energieprijzen

Ook chemiebedrijf Huntsman Holland merkt dat het moeilijk is om chemische producten te blijven maken in Nederland. De Amerikaanse directie heeft besloten alleen nog maar het minimale te produceren en geen investeringen meer te doen. "We zitten hier meer dan 50 jaar, maar het is gewoon heel moeilijk om hier geld te verdienen", vertelt directeur Kal Khogali.

Dat komt vooral door onze hoge energieprijzen vergeleken met andere landen, zegt hij. "De energieprijs in Nederland is drie tot vier keer duurder dan in de rest van Europa." Daar komt voor hem ook nog een extra toeslag voor groene energie bovenop: de fabriek draait daar volledig op.

Bekijk ook

'Niks dat niet uit chemicaliën bestaat'

De vraag is of Nederland meer moet doen om de chemie-industrie hier te behouden. Beide bedrijven hameren in elk geval op het belang ervan. "Er is niks om je heen dat niet uit chemicaliën bestaat", zegt Khogali.

"Dat is de naïviteit in Nederland en andere landen in Europa: dat we alles in de toekomst kunnen doen met nieuwe technologie. Maar dan vergeten we dat daar chemicaliën voor nodig zijn." Van Klaveren benadrukt dat: "Zonder chemische industrie is er geen defensie en verduurzaming mogelijk."

Hoge energieprijzen verjagen industrie uit Rotterdamse haven, maar hoe erg is dat?

Niet aantrekkelijk

Hoofdeconoom Marieke Blom van ING vertelt dat Nederland altijd aantrekkelijk was voor de chemie. Vroeger werd energie voor grote energieverbruikers goedkoop gehouden met regelingen, maar die zijn in de afgelopen jaren afgeschaft.

"Daarnaast komt er ook een extra CO2-heffing aan", zegt Blom. Dit is een belasting die industriële bedrijven moeten betalen per ton CO2 dat wordt uitgestoten. "Dat maakt de kostprijs voor bedrijven hoger."

Europese onafhankelijkheid

Toch weet ze niet of geld investeren in de industrie, om deze in Nederland te behouden, zich uiteindelijk gaat uitbetalen. "Op lange termijn verwacht ik dat deze industrie kleiner wordt. Ik verwacht dat steun die je nu geeft aan de industrie, uiteindelijk niet rendeert", zegt Blom.

"Ik kan daar ook geen zekerheid over geven, want er zullen ook delen van de chemische industrie wel blijven bestaan."

Bekijk ook

Afhankelijkheid

Ronald van Klaveren noemt het vooral onverstandig dat Nederland zichzelf afhankelijk maakt van landen buiten Europa. Bijvoorbeeld China heeft een gigantische chemie-industrie. "Het is een complete waardevernietiging als we dit weggooien met z'n allen en daarmee afhankelijkheid creëren elders."

"We hebben laten zien dat we hier concurrerend kunnen produceren. Als de energiekosten omlaag gaan, hebben we nog steeds een heel goed waardemodel om hier industrie te behouden. Daarmee houden we een stukje onafhankelijkheid in stand voor Europa."

Minister wil industrie behouden

Minister Hermans van Klimaat en Groene Energie ziet ook dat chemische bedrijven het in Nederland moeilijk hebben. "Ik ben samen met andere collega's in het kabinet voor de voorjaarsnota van volgende maand aan het kijken wat we kunnen doen om de druk te verlichten."

Hermans wil de industrie graag in Nederland houden. "We hebben de bedrijven keihard nodig voor een sterke, veilige en weerbare economie. Waarin we producten hier maken en we die niet uit andere landen moeten halen."

Vragen? Stel ze!

Heb je nog vragen of wil je reageren? Stuur ons dan hier een berichtje in onze chat. Elke donderdag vertellen we in de Doe mee-nieuwsbrief wat we met alle reacties doen. Wil je die in je mail? Meld je dan hier aan.

Ook interessant