De overheid gaat een deel van de energierekening van huishoudens betalen, maakte het kabinet op Prinsjesdag bekend. De meeste mensen zijn tevreden over het prijsplafond op energie, maar een grote groep is nog niet gerustgesteld over hun kosten in 2023.

Dat blijkt uit onderzoek van EenVandaag onder ruim 27.000 leden van het Opiniepanel.

Prijsplafond op gas en stroom

Per 1 januari 2023 wordt door het kabinet een zogenoemd prijsplafond op energie ingesteld: mensen betalen dan maximaal 1,45 euro per m3 gas en 0,40 euro per kilowattuur (kWh) stroom. Het plafond geldt tot een jaarverbruik van 1200 m3 aan gas en 2900 kWh aan elektriciteit.

Voor alles wat daarboven verbruikt wordt, moeten mensen wel het hogere tarief van hun energiemaatschappij betalen. Ook komt er in november en december een energiecompensatie van 190 euro per maand voor alle huishoudens.

Bekijk ook

Meerderheid is positief

Veel mensen zijn tevreden over de maatregelen die het kabinet nu neemt om de energierekening van huishoudens te dempen: iets meer dan 7 op de 10 (71 procent) geeft aan positief te zijn over de plannen.

Ze waarderen het dat de regering bereid is diep in de buidel te tasten om mensen te helpen. Anderen vinden het goed dat door middel van een prijsplafond gestimuleerd wordt om zo min mogelijk energie te verbruiken omdat boven een gemiddeld verbruik wel hogere tarieven gelden.

Zonde van het geld?

Er wordt verschillend gedacht over het feit dat het prijsplafond voor iedereen gaat gelden, ongeacht de hoogte van het inkomen van een huishouden. Sommige deelnemers vinden dat 'fijn' en 'duidelijk'.

Anderen zeggen dat ze dat zonde van het geld vinden. De kosten van het prijsplafond worden op minimaal 23,5 miljard euro geschat. "Waarom moeten miljonairs die hun zwembad willen verwarmen belastinggeld krijgen?", vraagt iemand zich af.

Bekijk ook

Meer duidelijkheid gekregen

Op Prinsjesdag presenteerde het kabinet de eerste plannen voor een prijsplafond op energie. Toen begreep nog slechts 29 procent wat die plannen voor hun financiële positie zouden betekenen. Begin deze maand maakte de regering bekend dat het prijsplafond verruimd zou worden.

Inmiddels is er voor meer mensen duidelijkheid over het beleid: nu weet iets minder dan de helft (45 procent) wat de gevolgen van de maatregel zijn voor hun financiële positie.

Ook nog veel vragen

Maar nog lang niet iedereen weet wat de kabinetsplannen concreet voor hen gaan betekenen. Bijna een 1 de 5 (18 procent) vindt dat nog heel onduidelijk, voor een derde (32 procent) is redelijk onduidelijk welke invloed het prijsplafond heeft op hun energierekening.

Veel van hen weten niet precies hoeveel ze nu betalen of verbruiken. Ook over de 190 euro compensatie in de maanden november en december zijn veel onzekerheden. Zo vragen meerdere deelnemers zich af of die korting ook gaat gelden voor mensen met een vast contract.

Bekijk ook

Minder bezorgd over rekening

Door het prijsplafond zal de energierekening van veel mensen lager uitvallen dan op dit moment het geval is. De plannen zijn voor een deel van de ondervraagde panelleden dan ook een geruststelling, laten ze weten.

Een derde van de deelnemers (35 procent) zegt dat ze door de aangekondigde maatregelen minder bezorgd zijn over hun financiële positie volgend jaar. Maar lang niet iedereen vertrouwt erop dat ze dan hun energierekening kunnen betalen.

Aflopend energiecontract

Nog altijd zegt bijna de helft (47 procent) zich zorgen te maken over hun kosten in 2023, ook mét het prijsplafond op energie. Onder hen zijn mensen die niet goed kunnen inschatten hoeveel minder ze gaan betalen door het prijsplafond en mensen die meer dan gemiddeld verbruiken, en dus voor een deel een hoger tarief moeten betalen.

Zorgen over energierekening

Ook mensen van wie hun vaste energiecontract eind dit jaar afloopt maken zich soms zorgen: "Nu zit ik nog goed maar ik ga er sowieso op achteruit vanaf januari. Ik geloof niet dat de overheid dat allemaal kan dekken", legt iemand uit.

info

Over het onderzoek

Het onderzoek is gehouden van 7 tot en met 12 oktober 2022. Aan het onderzoek deden 27.334 leden van het EenVandaag Opiniepanel mee. Het onderzoek is na weging representatief voor zes variabelen, namelijk: leeftijd, geslacht, opleiding, burgerlijke staat, spreiding over het land en politieke voorkeur gemeten naar de Tweede Kamerverkiezingen van 2021. Het Opiniepanel bestaat uit 80.000 leden.