Geen strenge lockdowns of dwangorders maar milde maatregelen in Japan. Toverwoord is hier het K-getal, dat ervan uitgaat dat een klein aantal mensen besmettelijker is dan de rest.

De vraag is of dat K-getal ook bruikbaar is in Nederlandse context. In ons land kennen we inmiddels vooral het R-getal maar al te goed. In het kort: als dit boven de 1 komt, groeit het virus en komen er meer maatregelen.

K-getal

Minder bekend is het K-getal. Dit laat zien welk percentage van de mensen daadwerkelijk een ziekte overdraagt. Is de K-waarde laag, dan is een klein aantal mensen verantwoordelijk voor het overdragen van het virus. Als je deze 'superspreaders' isoleert heb je het virus veel sneller onder controle, is de theorie.

In Nederland wordt het K-getal nog niet veel gebruikt. "Stel dat die K heel laag is, dus dat een héle kleine groep heel veel mensen kunnen besmetten, dan zou je die mensen kunnen zoeken", zegt hoogleraar klinische epidemiologie Frits Rosendaal. "Maar dat is niet zo makkelijk."

Lage besmettingcijfers

Daarbij is het zo dat een K-waarde vooral informatie geeft als het aantal besmettingen laag is, zoals in Japan. "Nu in Nederland veel mensen het virus hebben, denk ik niet dat we het K-getal aan ons dashboard zouden moeten toevoegen. Aan de getallen die er 'echt' toe doen. Het is meer interessant dat het ons iets vertelt over de epidemie."

Rosendaal is dus niet onverdeeld enthousiast over het gebruik van het K-getal als uitgangspunt. "Wat je wel kan doen, is gebeurtenissen waar die besmettingen kunnen plaatsvinden zo goed als mogelijk minimaliseren."

info

Het getal K

Om in kaart te brengen hoe een kleine groep mensen verantwoordelijk is voor het verspreiden van een virus, besloot ecoloog Jamie Lloyd Smith naar aanleiding van de SARS-epidemie in 2005 gebruik te maken van het K-getal. K geeft aan hoe ongelijkmatig de ziekte toeslaat.

Is het getal groot, dan besmet elke patiënt evenveel personen. Is het laag, dan is de verdeling ongelijker. Een ziekte als ebola heeft bijvoorbeeld een K van 5, tegen 0,16 voor SARS. De K van het coronavirus zou met 0,1 nog lager liggen.

Superverspreiding

Ook professor klinische epidemiologie Rolf Groenwold ziet niet direct grote mogelijkheden. "Je hebt K-waardes en R-waardes. Beiden zijn uitingen van een bepaalde toestand op een bepaald moment. Het is aan de hand hiervan heel lastig om vast te stellen waar de besmettingen vandaan komen", legt hij uit.

"Ik loop nu niet over straat en zeg 'Hallo ik heb een K-waarde van 10, kom me maar halen'. Kijk, als je nou duidelijk krijgt waar die superverspreidingen plaatsvinden, helpt dat meer. En of je dat nou met een K of R waarde doet, maakt mij niet uit", zegt Groenwold.

Bron- en contactonderzoek

Een goed werkend bron- en contactonderzoek zou wat Frits Rosendaal betreft ook schelen.

"Want dan vind je de superverspreiders", zegt hij. "Maar dat bron- en contactonderzoek is voornamelijk nuttig bij een lage K."

Lees ook