Wat iedereen vreesde: dat jongeren door de pandemie en de maatregelen mentaal door het ijs zouden zakken, is niet in grote getale gebeurd. Onderzoek van de universiteit van Tilburg schetst een verrassend positief beeld.

Peter van der Velden is hoogleraar slachtoffers en mentale gezondheid aan de universiteit Tilburg. Uit zijn onderzoek gedurende meerdere jaren blijkt dat de coronapandemie een veel minder negatieve impact had op de mentale gezondheid van jongeren dan we dachten en dan in de media is besproken.

Jongeren weerbaarder

"Het is niet leuk geweest maar dat wil niet meteen zeggen dat jongeren depressief worden of angstig", zegt hij. Volgens Van der Velden zijn jongeren en mensen in het algemeen heel weerbaar bij stress of moeilijke omstandigheden.

"We zeggen niet dat er helemaal geen jongeren zijn die angstig, eenzaam of depressief zijn, alleen het percentage is niet groter dan 15 jaar geleden."

'Vrij vaststaand percentage'

Van der Velden bekeek de mentale gezondheid van jongeren in 2012, 2016 en 9 maanden na het begin van de pandemie in 2020. Jongeren gaven in 2020 wel meer milde angst - en somberheidsklachten aan als daarvoor.

"Maar zo'n toename is er wel vaker geweest, ook voor corona. Het lijkt erop dat er een vrij vaststaand percentage is van mensen met ernstige mentale klachten, dat is door corona niet groter geworden. En daar omheen zitten de milde klachten die in de tijd variëren."

info

Over de studie

De studie naar mentale gezondheid is een langlopende studie onder 850 adolescenten van Centerdata en Tilburg University. Voor deze studie zijn drie groepen 16- tot 20-jarigen vergeleken: uit eind 2012, uit eind 2016 en uit eind 2020.

Uit de studie blijkt dat eind 2020 32 procent van de adolescenten kampte met milde angst- en depressieklachten. Onder adolescenten eind 2016 was dit 20 procent en onder adolescenten eind 2012 24 procent. Hoewel het percentage adolescenten met milde klachten is toegenomen, blijkt uit het onderzoek niet dat deze toename in de maanden na corona sterker was dan de toename in eerdere jaren.

Verder blijkt dat adolescenten in 2020 weliswaar vaker gebruik maakten van de GGZ, maar dat er in de jaren daarvoor ook al sprake was van een toename. Al met al wijzen de resultaten erop dat de coronapandemie een zeer beperkte negatieve invloed had op de mentale gezondheid van 16- tot 20-jarigen.

Berichtgeving van instanties

Het is een bijzondere uitkomst omdat allerlei serieuze bronnen tijdens de pandemie aangaven dat jongeren wel degelijk te lijden hadden onder de pandemie en de maatregelen.

Het Nederlands Jeugdinstituut bijvoorbeeld, dat schrijft in februari 2022 op de website: "Onderzoeken bevestigen dat jongeren en jongvolwassen door de coronamaatregelen, meer dan andere leeftijdsgroepen, mentale gezondheidsproblemen zoals eenzaamheid, somberheid en angst ervaren."

Bekijk ook

Geen verslechterde mentale gezondheid

En de gezondheidsenquête van het CBS was ook somber. Daarin staat dat in de eerste twee kwartalen van 2021, 15 procent van de bevolking van 12 jaar of ouder psychisch ongezond was: het laagste percentage sinds 2001. En 4 op de 10 jongvolwassenen gaven aan somberder te zijn dan voor de coronacrisis.

Maar uit het onderzoek van de universiteit Tilburg blijkt dat als je de mentale gezondheid van jongeren op verschillende momenten vergelijkt, over een langere periode, dat er geen verslechterde mentale gezondheid tijdens de pandemie te zien is.

Bekijk ook

'Jongeren met wie het niet goed gaat bepalen beeld'

"Wat we al heel lang weten is dat heel veel mensen weerbaar zijn bij stress en moeilijke omstandigheden. De verhalen die je hoort zijn altijd de verhalen van mensen met wie het niet goed gaat. Maar het beeld dat dan ontstaat, is vertekend", zegt Van der Velden.

De laatste meting deed Van der Velden 9 maanden na het begin van de pandemie. Het zou dus best kunnen dat de grote mentale klap later pas kwam door de duur van maatregelen. Van der Velden: "Dat zou kunnen. Maar toen we met de eerste studie kwamen zeiden mensen: je vindt nu niks, maar dat komt nog wel. Steeds zeiden mensen dat. Maar het is gewoon niet zo, tot nu toe."

Onderzoeker Peter van der Velden over de uitkomst van zijn onderzoek in EenVandaag op NPO Radio 1