Liverpool. Laaghangende bewolking, af en toe regen. Een depressie ligt op de loer. Uitzicht op de Mersey-rivier. De stad van de Beatles, Penny Lane. De herinnering wordt gekoesterd. Hier vergadert de Labour Party, familie van de Partij van de Arbeid. Vier dagen lang observeer ik een partij in crisis.

Het was altijd overzichtelijk in het Verenigd Koninkrijk. Of Labour was de baas, of de macht was in handen van de Conservatives. Feitelijk is de situatie niet fundamenteel veranderd, maar het draagvlak voor beide politieke stromingen is weg. Het Brexit-referendum heeft een krater geslagen in het politieke landschap en verwarring gezaaid. Kiezers vertonen zo’n onvoorspelbaar gedrag dat geen traditionele partij meer weet met welk verkiezingsprogramma ze te behagen.

Waartoe zijn wij op aarde, dat is de grote vraag die hier op dit partijcongres van Labour moet worden beantwoord. Nee, het is niet alleen de Partij van de Arbeid die wanhopig in de spiegel kijkt en zich afvraagt: wie zie ik hier nu precies? De crisis werd voelbaar op een mini-studieconferentie in een afgeladen zaaltje naast de grote congreshal. De jaren zestig werden aangehaald. De Beatles werden genoemd, wat nogal voor de hand ligt in Liverpool. Gememoreerd werden de jaren zestig, de generatie van toen die niks meer heeft met de politiek van nu. Toen was er iets nieuws, was er hoop, wat nu ontbreekt.

“We moeten een nieuw en vooral beter verkiezingsprogramma schrijven”, riep iemand. “Ja, goed idee, laten we het de titel ‘Help!' geven”, schreeuwde een ander. Iedereen ging los, alle hits van de the faboulous four vlogen door de zaal: We Can Work It Out, I Want To Hold Your Hand, Hello Goodbye, Yesterday, Sgt. Peppers’s Lonely Hearts Club Band. En ook Revolver werd als titel door een van de aanwezigen geopperd.

Maar tussen hoop en vrees staat hier Jeremy Corbyn. De leider van Labour, 67 jaar oud. Na een jaar opstand in de partij, wat ze hier onomwonden een civil war noemen, is hij de herkozen leider. Geliefd door nieuwe leden en gek genoeg ook omarmd door veel politiek geëngageerde jongeren. Gehaat door het partijestablishment, de politieke carrière-tijgers en de Westminster-klasse die vervreemd is van het binnenland. Het zou ook ons op het Binnenhof bekend kunnen voorkomen.

Er is nu al een halve bibliotheek over volgeschreven, over liefde en haat met betrekking tot Corbyn. Oud-Labourcoryfee Tony Blair zei laatst: “Als je hart is met Jeremy, zorg dan voor een transplantatie.” Uitgesproken links is Corbyn. Tegen het grootkapitaal, voor het milieu, tegen wapens, voor de arbeiders, tegen de top, voor de onderklasse. Zo duidelijk lees je het niet meer in een verkiezingsprogramma. Diederik Samsom zou het allemaal niet durven denken.

Ik heb trouwens nog aan Corbyn over Samsom verteld. Ik kwam de Labourleider tegen in Salthouse, een bekend tapas-restaurant in Liverpool. Toegegeven, het was niet afgesproken, het was toeval. Het was een kort gesprek. En achteraf dacht ik: sprak ik nu met Trotsky, zoals de rechtse pers hem noemt, of sprak ik hier met de toekomstige bewoner van Downing Street 10? Geen van beiden denk ik zo.

Kees Boonman, politiek commentator