Vier dagen voor het referendum is het tegenkamp in de meerderheid. Van de mensen die al weten wat ze gaan stemmen zegt 59 procent tegen te stemmen, 41 procent wil voor het verdrag stemmen. Dat blijkt uit een peiling van EenVandaag, uitgevoerd door onderzoeksbureau GfK, onder mensen die zeggen ‘zeker’ te gaan stemmen.

Vergeleken met een maand geleden is er weinig veranderd. Toen zei 58 procent tegen te stemmen, en 42 procent voor. Het aantal mensen dat wel gaat stemmen maar nog twijfelt wat, is wel afgenomen. In februari zei 22 procent van de 'zekere' stemmers nog te twijfelen, nu is dat teruggelopen naar 13 procent. Meer dan de helft (57%) van hen zegt nog te weinig informatie te hebben om een weloverwogen keuze te maken.

Voor of tegen: dezelfde redenen, andere invulling

Voor- en tegenstemmers noemen veelal dezelfde zaken als verklaring voor keuze, maar staan in de interpretatie hiervan lijnrecht tegenover elkaar. Zo is een antipathie jegens de EU het belangrijkste argument om tegen te stemmen. Slechts 3 procent van de tegenstemmers heeft vertrouwen in de EU. Voorstemmers noemen de Europese Unie ook, maar geloven juist in samenwerking op Europees niveau. Tweederde (63%) van hen heeft vertrouwen in de EU. 

Het tegenkamp wijst ook op corruptie in Oekraïne en vreest dat het verdrag ons geld gaat kosten. Angst voor een nieuw 'Grieks debacle' wordt door tientallen deelnemers expliciet genoemd. Ja-stemmers denken dat met dit verdrag corruptie kan juist worden teruggedrongen en dat het goed kan zijn voor de Nederlandse handel. En ook noemen beide groepen stemmers Rusland als argument: tegenstemmers vinden dat we Rusland niet tegen de haren in moeten strijken, terwijl de voorstemmers met dit akkoord een signaal aan Rusland willen geven.

Thuisblijven als protest

Onder de mensen die zeggen dat ze woensdag niet gaan stemmen is protest tegen dit referendum het meest genoemde argument. Ze zeggen dat het associatieverdrag geen onderwerp is voor een referendum en vinden de manier waarop het referendum tot stand is gekomen niet goed. Daarnaast worden een gebrek aan vertrouwen in de EU en de Nederlandse politiek genoemd als reden om niet te stemmen.

Ook een deel van de mensen die wel gaan stemmen, is tegen dit referendum. Drie op de tien (29%) van de mensen die wel gaan stemmen, vinden het eigenlijk een slechte zaak dat het referendum wordt gehouden.

Kabinet moet uitslag volgen

Van alle deelnemers vindt de grootste groep (48%) dat het kabinet de uitslag sowieso moet volgen. Een kwart (25%) vindt dat het kabinet zelf een keuze mag maken als er te weinig mensen stemmen, en een op de vijf (21%) vindt dat het kabinet altijd zelf een beslissing mag nemen, ongeacht de opkomst of uitslag.

Over dit onderzoek

Een deel van dit onderzoek is uitgevoerd door GfK en is gehouden onder het GfK online panel. Dat onderzoek vond plaats van 30 maart tot en met 1 april 2016. Daar hebben 3083 mensen aan meegedaan. De steekproef is gestratificeerd naar CEBUCO-regio, sekse, leeftijd en opleiding, het stemgedrag bij de Tweede Kamerverkiezingen van september 2012 en religieuze overtuiging per CBS-landsdeel.

Aan het onderzoek onder het Opiniepanel deden 27253 leden mee. Dat onderzoek vond plaats van 31 maart tot en met 2 april 2016.  Het onderzoek is na weging representatief voor zes variabelen.

Download

Download