Na geboorteverlof niet meer kunnen kunnen werken omdat de kinderopvang geen plek heeft. Het is voor sommige ouders de realiteit. Er moeten echt meer mensen aan de slag in de kinderopvang, zegt FNV. Maar hoeveel levert dat eigenlijk op?

FNV en de Stichting Voor Werkende Ouders trekken vandaag aan de bel. In de kinderopvang is echt veel te weinig personeel. En dat terwijl de kinderopvang juist belangrijk is voor álle sectoren, zegt FNV-bestuurder Bas van Weegberg. In het AD zegt hij: "Voor elke medewerker in de kinderopvang kunnen zeven ouders aan het werk."

Ouders gaan niet altijd meer werken

Maar wat betekent het, als meer mensen zouden kiezen voor een baan in de kinderopvang? Worden er dan personeelstekorten in andere branches opgevangen? Volgens Pierre Koning, hoogleraar arbeidsmarkt en sociale zekerheid aan de Vrije Universiteit, betekent het niet automatisch dat ouders dan meer gaan werken.

Hij verwijst daarbij naar een oudere studie van het Centraal Planbureau voor Statistiek (CBS) waarin werd onderzocht of meer geld voor kinderopvang ervoor zou zorgen dat meer vrouwen gingen werken. "Deze extra gelden voor kinderopvang bleek wel effect te hebben, maar dat effect was niet zo groot als je zou verwachten. Het is niet zo dat een extra plek op de kinderopvang ervoor zorgt dat er een ouder extra gaat werken."

Oma's en opa's

Dat ouders niet meer gaan werken, komt volgens hem door 'substitutie'. Veel werkende ouders hebben al een informele vorm van opvang geregeld. Denk hierbij bijvoorbeeld aan opa en oma die een paar dagen oppassen.

Dus als er extra plekken op de kinderopvang beschikbaar komen betekent dit vaak dat deze informele opvang verandert in formele opvang en niet per se dat ouders meer gaan werken.

Kinderopvang geeft veel ouders wel mogelijkheden

Maar kinderopvang blijft voor veel ouders een belangrijke randvoorwaarde om te kunnen werken. Johan Vriesema, directeur van Floreokids, een grote kinderopvangsorganisatie met 25 locaties voor kinderen van alle leeftijden, wilde de proef op de som nemen en is voor EenVandaag aan het rekenen geslagen.

"We vangen in een week 2900 kinderen op. Die komen uit 1435 gezinnen, waarvan 500 eenoudergezinnen." Hij vervolgt zijn berekening: "Dat betekent dat door ons werk, 2340 ouders kunnen werken. Dat doen we met 226 pedagogisch medewerkers."

Bekijk ook

1 op 7

Dit betekent dus dat door elke pedagogisch medewerker ongeveer 10 ouders zouden kunnen werken. Als je ook alle andere medewerkers, zoals managers, schoonmakers en ondersteunend personeel, meetelt dan kom je uit op een ratio van 1 op 7. Voor elke medewerker kunnen ongeveer 7 ouders aan het werk.

Hij denkt dat zijn niet erg afwijkt van het gemiddelde in Nederland, maar benadrukt dat wat voor zijn organisatie geldt natuurlijk niet voor alle kinderopvanglocaties hoeft te gelden.

Een begeleider op 6 kinderen

Maar ook Gjalt Jellesma van Belangenvereniging van Ouders in de Kinderopvang (BOinK) noemt vergelijkbare cijfers. "Voor jongere kinderen onder de 4 jaar geldt gemiddeld dat één pedagogisch medewerker de verantwoordelijkheid mag hebben voor zes kinderen."

Voor oudere kinderen, bijvoorbeeld op de buitenschoolse opvang geldt dat één medewerker zelfs wel 12 kinderen onder zijn of haar hoede mag hebben.

Eenoudergezinnen

Maar deze richtlijnen staan volgens Jellesma in de praktijk onder druk door enorme personeelstekorten. Hij is het niet in alles eens met de FNV maar hoopt van harte dat meer personeel aan de slag wil in de kinderopvang. De tarieven van de kinderopvang gaan volgend jaar in ieder geval omhoog, blijkt uit onderzoek van RTL. Een van de redenen is dat er cao-onderhandelingen gaande zijn.

En Johan Vriesema ziet ook nog een andere oplossing. Eenoudergezinnen zorgen voor grote druk op de kinderopvang, omdat ouders uit eenoudergezinnen er altijd alleen voorstaan met werken én zorg voor de kinderen. "Het zou fijn zijn als meer ouders het langer met elkaar uit houden en samen blijven."

info

Podcast

De rubriek 'Feit of Fictie?' is nu ook te beluisteren als podcast.

Bekijk ook