Veel Indische en Molukse families voelden zich niet welkom toen ze na 1945 naar Nederland kwamen. Ook vonden ze het moeilijk om een bestaan op te bouwen. Maar hun verbondenheid met Nederland is sterk, blijkt uit onderzoek van EenVandaag.

Veel families zijn vanuit de kolonie van Nederlands-Indië of vanaf de eilanden van het huidige Indonesië in de loop van de tijd naar Nederland gekomen. Hun (klein)kinderen zijn hier geboren en getogen. Ter gelegenheid van het einde van de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië, vandaag 75 jaar geleden, voerde EenVandaag een speciaal onderzoek uit onder drie generaties Indische en Molukse Nederlanders. Bijna 3000 mensen vulden het in en vertelden ons hun bijzondere verhalen.

'Er mocht niet geklaagd worden'

Zes van de tien deelnemers (57 procent) vertellen dat hun familieleden zich niet zo welkom voelden toen ze net na de oorlog en in de jaren 50 en 60 naar Nederland kwamen. Zij kwamen veelal naar Nederland omdat het nieuwe Indonesië voor hen niet veilig was. Nederland was zelf aan het herstellen van de Tweede Wereldoorlog. Voor het leed van de Indische mensen leek hier geen plaats.

Iemand schrijft: "Er mocht niet geklaagd worden, ze hadden hier (Nederland) bloembollen moeten eten. Terwijl mijn ooms en opa aan de Birma-spoorweg hebben gewerkt en direct na de oorlog in de KNIL weer onder de wapens werden geroepen."

Twee koffers voor het hele gezin

In Nederlands-Indië leidden ze vaak een welvarend leven met grote huizen en bediendes. Hier begonnen ze met bijna niets. "Mijn opa behoorde tot een rijke familie. Hij had een luxe leven voor de oorlog met baboe's als eigenaar van twee fabrieken. Hier kwam hij met twee koffers voor het hele gezin," vertelt een kleinzoon.

Een ander schrijft: "Er was geen georganiseerde opvang voor ons. We hebben maanden met het hele gezin op een klein kamertje in een pension gezeten, zonder verwarming. We hadden geen kleding voor de winter. Bittere kou en geen enkele financiële tegemoetkoming."

Het is vandaag 75 jaar geleden dat Nederlands-Indië werd bevrijd. Op deze dag vroegen we panelleden met Indische roots hoe het is om Indisch te zijn in Nederland en hoe ze kijken naar racisme en de Black Lives Matter-beweging.

Nederlandser dan de Nederlanders

Bijna twee derde (63 procent) geeft aan dat zijn of haar familie het moeilijk vond hier een nieuw leven op te bouwen. Maar massaal vertellen dat ze heel erg hun best gedaan hebben om te laten zien dat ze in de Nederlandse samenleving passen (88 procent). Voor hen was dat een kwestie van overleven, want ze konden niet terug. Nederlands-Indië bestond niet meer.

Velen kozen er daarom voor om er alles aan te doen hier te slagen. Dat deden ze door niet op te vallen en bijna Nederlandser te zijn dan de Nederlanders. Ze voelden zich ook Nederlands, want ze kwamen tenslotte uit de Nederlandse kolonie.

Lees ook

Hutspot met sambal

Deelnemers vertellen hierover: "Mijn moeder vertelde altijd dat mijn oma alles wilde doen zoals de Nederlanders, maar dan beter. Ze aten bijvoorbeeld hutspot thuis (maar wel met sambal), en pushten mijn vader en ooms hard om het 'beter' te doen dan de Nederlandse kinderen op school."

"Mijn familie heeft zich keurig aangepast. Niemand heeft ooit last van hen gehad. Ze hebben ontzettend hun best gedaan niet op te vallen. Ze hebben veel van hun wortels daarmee moeten verloochenen", vertelt een andere deelnemer.

Mijn moeder had nog nooit een een witte straatveger gezien

Nog steeds slippers aan in huis

Uit het onderzoek blijkt dat Indische en Molukse Nederlanders zich nog steeds verbonden voelen met hun wortels. Dat geldt zowel voor de eerste, tweede als de derde generatie: driekwart zegt die verbondenheid te voelen (67 procent). Die uit zich boven alles in lekker eten met de hele familie en gasten.

"Iedereen mag altijd onaangekondigd mee-eten, dan maken we soto ajam of zelf sateh. Ze delen nog steeds bepaalde gewoontes - binnen geen schoenen maar slippers aan - en vertellen verhalen van vroeger." Veel deelnemers benoemen ook dat pijn verbindt, de vreselijke ervaringen van de Japanse bezetting. Vaak niet over gesproken, maar ook door latere generaties nog gevoeld.

Lees ook

info

Over het onderzoek

Het onderzoek is gehouden van 5 tot en met 13 augustus 2020. Aan het onderzoek deden 2821 mensen mee met met wortels op de eilanden van het voormalig Nederlands-Indië of het huidige Indonesië. Van de deelnemers zijn 846 leden van het EenVandaag Opiniepanel.

De rest is extern geworven via tientallen organisaties en platforms voor mensen met een Nederlands-Indische, Molukse Indochinese, Menadonese of Papua achtergrond. Bijvoorbeeld Tong Tong Fair, Moesson en Pelita.