Een kwart (24%) van de grootouders die op vaste dagen op hun kleinkind(eren) passen, ziet dat als een verplichting. Dat blijkt uit onderzoek van EenVandaag onder 3210 opa’s en oma’s.

De meerderheid van de oppassende oma’s en opa’s is moe na het oppassen. Sommige deelnemers ervaren door het babysitten ook stress, pijnlijke gewrichten en een slechte nachtrust. Een aantal deelnemers noemt het oppassen zelfs zwaar (14%). Het is echter nog een taboe om dat hardop toe te geven: 42 procent heeft niet met hun kinderen besproken dat ze soms tegen het oppassen opzien.

Toch is hun eigen plezier voor meer dan de helft (55%) van de grootouders de belangrijkste reden om op te passen, ruim een kwart (28%) doet dat naar eigen zeggen omdat het handig is voor hun kinderen. Slechts vier procent geeft aan dat financiële overwegingen de hoofdreden zijn dat ze oppassen.

EenVandaag ondervroeg ook ouders die gebruik maken van een oppasoma of -opa. Van hen geeft een kwart (26%) aan dat ze dat vooral om financiële redenen doen. Een bijna even grote groep (28%) zegt dat ze het vooral belangrijk vinden dat hun ouders een goede band met hun kinderen hebben. De rest doet het omdat ze meer vertrouwen hebben in hun ouders (15%), omdat hun ouders het leuk vinden (14%), of omdat het handiger is dan reguliere opvang (12%).

Rapport:

Over het onderzoek

Aan het onderzoek deden 22.870 leden van het EenVandaag Opiniepanel mee, onder wie 3210 grootouders die op vaste dagen op hun kleinkind(eren) passen. Het onderzoek vond plaats van 13 tot en met 19 september 2017.

Het EenVandaag Opiniepanel bestaat uit ruim 55.000 mensen. Zij beantwoorden vragenlijsten op basis van een online onderzoek. De uitslag van de peilingen onder het EenVandaag Opiniepanel zijn na weging representatief voor zes variabelen, namelijk leeftijd, geslacht, opleiding, burgerlijke staat, spreiding over het land en politieke voorkeur gemeten naar de Tweede Kamerverkiezingen van 2017.

Panelleden krijgen ongeveer één keer per week een uitnodiging om aan een peiling mee te doen. Op de meeste onderzoeken respondeert 50 tot 60 procent van de panelleden.De software van de onderzoeken is van Vision Critical.