radio LIVE tv LIVE
meer NPO start

Steekpartij na steekpartij, maar nog geen landelijke oplossing: zo grijpen Amsterdam en Enschede zelf in

Steekpartij na steekpartij, maar nog geen landelijke oplossing: zo grijpen Amsterdam en Enschede zelf in
Beveiligers van SA-INT Security patrouilleren door Enschede
Bron: EenVandaag

Wapenbezit onder minderjarigen, steekincidenten en burgemeesters die een messenverbod willen. Een landelijke oplossing om wapenbezit onder jongeren aan te pakken lijkt er niet te zijn. Amsterdam en Enschede grijpen daarom zelf in.

Waar het begint met een schilmesje uit moeders keukenla, lopen jongens later met Rambo-messen en geweren op straat. Aanleiding lijkt vooral een combinatie van armoede, straatcultuur en status. Kranten staan al maanden vol met het probleem dat landsbreed speelt.

Strijd tegen wapenbezit

Gemeente Amsterdam is een van de gemeenten die het probleem herkent, maar die ook vooral aan een aanpak werkt. Een ding blijkt van groot belang: het gaat om inlevingsvermogen. Safoan Mokhtari weet daar alles van. Waar hij ooit zelf in Nieuw-West met een wapen rondliep, werkt de rapper en ambtenaar nu aan campagnes met de gemeente Amsterdam.

Een van die campagnes is Amsterdam Ontwapent, een strijd tegen wapenbezit onder jongeren. In een paar weken werden meer dan 350 wapens ingeleverd. "Het is maar een klein deel, maar het laat zien dat mensen bereid zijn om een wapen in te leveren."

Samenhang

De aanpak tegen wapens in Amsterdam is onderdeel van het plan Wapens en Jongeren van de gemeente. "De problematiek achter wapengeweld is ingewikkeld", zegt een woordvoerder van de gemeente. "Vaak hangt het samen met andere vormen van criminaliteit zoals drugshandel, jeugdcriminaliteit en ondermijning. Daaraan zijn ook belangrijke sociale aspecten verbonden, zoals armoede en invloed op en van de wijk. De omgeving van iemand kan ook invloed hebben."

Om deze reden wordt naast specifieke acties op wapens, zoals Amsterdam Ontwapent, ook ingezet op de achterliggende problemen waarmee wapenbezit mogelijk begint.

Tijdens zijn jeugd in de Amsterdamse wijk Geuzenveld hing Safoan Mokhtari veel op straat met zijn vriendengroep. Een mes droegen ze standaard. Inmiddels helpt hij juist om jongeren hun wapens in te laten leveren. "Zodat er niet meer slachtoffers vallen."

Bewapenen uit zelfbescherming

"In mijn jeugd droegen alle jongens met wie ik omging messen. Soms ruilden we zelfs van mes", zegt Mokhtari. Hij droeg er vooral een bij zich uit zelfbescherming. "Maar als je je bewapent kom je vaak eerder in gevaar." Volgens hem is het belangrijk om de jongeren ook na het ontwapenen te helpen. "Dan draag je geen wapen meer, maar je voelt je nog steeds onveilig", zegt Mokhtari.

Door zijn eigen ervaring op straat weet hij de jongens te bereiken, hij spreekt hun 'taal'. Zijn muziekprojecten zijn ook onderdeel van de aanpak tegen wapengebruik. "We hebben als gemeente een missie en gaan ervoor zorgen dat er niet nog meer slachtoffers vallen", zegt hij.

Gill Harmsen van SA-INT Security
Bron: EenVandaag
Gill Harmsen van SA-INT Security

Veiligheidsgevoel vergroten

Hoewel de problematiek in Enschede misschien minder erg als in andere grote steden van het land, is het geweld daar de afgelopen jaren wel toegenomen. De gemeente werkt nu vooral aan een preventieve aanpak. Toezichthoudersbedrijf SA-INT Security ondersteunt de politie en probeert sinds 2014 drugsoverlast en overlast van hangjongeren tegen te gaan in bepaalde gebieden in Enschede en Hengelo.

"Zo proberen we het veiligheidsgevoel te vergroten", zegt Gill Harmsen, oprichter van het toezichthoudersbedrijf. "Politie en handhaving kan niet 24/7 op één plek aanwezig zijn, dus wij dienen als extra paar ogen en proberen overlast te signaleren."

Lees ook

Mensen aanspreken

De toezichthouders patrouilleren dagelijks door de stad en spreken mensen actief aan op de regels. Ook in Enschede blijkt communicatie het middel: "Vroeger namen we een mes in beslag en maakten we er een aantekening van, daar bleef het bij", vertelt Harmsen.

"Nu proberen we met de jeugd in gesprek te gaan. We investeren intensief om met hen naar huis te gaan, om met hun ouders in gesprek te gaan en te kijken naar waar het vandaan komt. Dat maakt best wel impact op die jongeren."

Bekijk hier de reportage over dit onderwerp

Vragen? Stel ze!

Heb je nog vragen of wil je reageren? Stuur ons dan hier een berichtje in onze chat. Elke donderdag vertellen we in de Doe mee-nieuwsbrief wat we met alle reacties doen. Wil je die in je mail? Meld je dan hier aan.

Van Schiedam naar Damascus: Shadi keert na 12 jaar terug naar zijn geboorteland

Van Schiedam naar Damascus: Shadi keert na 12 jaar terug naar zijn geboorteland
Shadi (links) met zijn oud-buurman in Damascus
Bron: EenVandaag

Shadi Karazi vluchtte in 2013 uit Syrië voor de verwoestende burgeroorlog. Hij woont al 9 jaar in Nederland en gaat nu voor het eerst terug naar zijn familiehuis in de Syrische hoofdstad Damascus. "Slechter dan onder Assad kan het nooit meer worden."

Shadi vluchtte uit Harasta, een buitenwijk van de hoofdstad Damascus die na jaren van belegering en bombardementen vrijwel verwoest is. Hij verbleef eerst in een aantal andere landen voordat hij terechtkwam in Schiedam. Daar werkt hij nu al bijna 5 jaar bij woningcorporatie Maasdelta Groep in Spijkenisse.

'Had gehoopt op meer mooie momenten'

De moeder van Shadi bleef in Syrië en overleed in 2015. Zowel hij als zijn broer konden niet bij de begrafenis zijn. "Toen hadden we nog geen verblijfsvergunning, dus we mochten niet reizen", legt hij uit.

Het blijft tot op de dag van vandaag een moeilijke herinnering voor hem. "Dat blijft in mijn hart, ze is daar in haar eentje overleden. Ik had gehoopt nog meer mooie momenten met haar te hebben."

Bekijk ook

Besef

"Ik voelde me ook niet goed als ik bijvoorbeeld succes had in Nederland", gaat Shadi verder over het verlies van zijn moeder. "Ik miste iemand om het aan te vertellen, mijn moeder."

Hij bleef hopen op een hereniging met haar. Maar toen hij tijdens zijn bezoek aan Damascus haar graf zag, voelde het alsof er een zware steen van zijn borst werd getild. De waarheid van haar overlijden kwam toen eindelijk binnen, vertelt hij.

'Zoiets kan nooit meer gebeuren'

De laatste weken is veel meer naar buiten gekomen over het leed van de Syrische bevolking onder Assad en tijdens de lange burgeroorlog. Hele wijken zijn vernietigd door bombardementen en tienduizenden mensen gevangengenomen. Velen van hen hebben dat niet overleefd.

De val van het regime en het einde van de burgeroorlog was een feest voor de bevolking. Maar volgens Shadi heeft het land nu veel tijd nodig om alles opnieuw op te bouwen. "Maar de situatie kan nooit slechter dan de tijden van Assad, zoiets kan nooit meer gebeuren."

Bekijk ook

'Ik vind hem een held'

Tijdens zijn bezoek aan zijn geboorteland kwam Shadi ook nog anderen tegen, zoals zijn buurman, die hij meteen in de armen sloeg. "Ik vind hem een held, want hij is ook tijdens het beleg van 6 jaar daar gebleven", vertelt hij.

Shadi's buurman heeft 2 jaar lang opgesloten gezeten en zag hoe zijn 14-jarige dochter om het leven kwam door een raketaanval. "Maar tot nu toe is hij nog steeds daar, daarom zie ik hem echt als een held. Ik leer van zo'n persoon."

Connecties uit het verleden

Ook kwam Shadi vrienden uit zijn kinder- en schooltijd tegen. Ze waren enorm blij om elkaar weer te zien. "Gelukkig heb ik er een paar gevonden", lacht hij.

"Ik ben ook op bezoek geweest bij de moeders van mijn vrienden die nog niet naar Syrië konden komen." Op die manier vond hij toch nog connecties uit het verleden.

Bekijk ook

Betalen voor hotel in geboorteland

Wat voor Shadi het raarst was tijdens zijn bezoek aan zijn geboorteland, is dat hij in een hotel moest slapen. Hij had geen woning of andere plek om te slapen, het huis van zijn moeder was al leeggemaakt zodat mensen tijdens het beleg meubels konden verbranden voor warmte.

"Ik stond met veel emoties bij de receptie", vertelt hij. "Ik ben hier geboren en getogen, maar ik moest een kamer in een hotel vinden. Dat vind ik echt niet normaal."

Veilig in Nederland

Voor Shadi was het ondanks alles niet moeilijk om na zijn bezoek terug naar Nederland te gaan. "Alles is nu vreemd daar, alles is veranderd."

Shadi heeft nu een gezin in Nederland, zijn jongste dochter is hier geboren. "We hebben hier veiligheid gekregen", gaat hij verder. "Ik houd van Syrië en ik heb zin om daar te leven, maar dat kan je niet binnen een paar dagen beslissen." Hij wil wel weer snel op bezoek. "Want mijn kleine dochtertje is ook blij dat ze haar oma en opa, de ouders van mijn vrouw, kan ontmoeten."

Shadi uit Syrië keert na 12 jaar terug naar zijn geboorteland: 'Alles is veranderd'

Vragen? Stel ze!

Heb je nog vragen of wil je reageren? Stuur ons dan hier een berichtje in onze chat. Elke donderdag vertellen we in de Doe mee-nieuwsbrief wat we met alle reacties doen. Wil je die in je mail? Meld je dan hier aan.

Poeptransplantatie om van darmziekte af te komen? Rinneke deed mee aan onderzoek: 'Is niets vies aan'

Poeptransplantatie om van darmziekte af te komen? Rinneke deed mee aan onderzoek: 'Is niets vies aan'
Rinneke onderging een poeptransplantatie om van haar darmziekte af te komen
Bron: EenVandaag

Het klinkt vies: een poeptransplantatie, waarbij je andermans uitwerpselen krijgt toegediend om je ziekte te verhelpen. Toch heeft het veel potentie, denkt Rinneke. Zij lijkt van haar ziekte af. "Kan weer wandelen zonder de bosjes in te hoeven."

Rinneke Kamminga heeft colitis ulcerosa, een chronische ontstekingsziekte van de darm. "Ik heb heel veel moeite om mijn ontlasting op te houden. Als ik aandrang krijg moet ik eigenlijk al op de wc zitten", vertelt ze. Op slechte dagen moet ze meer dan tien keer per dag naar het toilet en ervaart ze allerlei pijnen. Het beheerst haar hele leven.

Fecestransplantatie

Maar er gloort ook hoop, want Rinneke is proefpersoon voor wetenschappelijk onderzoek naar een nieuwe behandelmethode die goed lijkt te werken. Haar ontstekingswaarden zijn enorm gedaald en de stoelgang is genormaliseerd.

Rinneke kreeg 5 maanden geleden een zogenoemde fecestransplantatie in het Amsterdam UMC. Daarbij krijgen patiënten de darmmicrobiota van een gezonde donor toegediend via hun poep.

Bekijk ook

'Je proeft en ruikt het niet'

"Een vriendin had me erover getipt", vertelt Rinneke over het ontdekken van de behandeling. "Ik ben gaan lezen en dacht: nou ja, als die andere medicijnen allemaal niet werken, wil ik dit wel proberen."

Ze vindt er zelf niets vies aan, zegt ze beslist. "Ik ben verpleegkundige, dus ben wel wat gewend. En je proeft het niet en je ruikt het niet."

Nieuwe gezonde ontlasting

"Bij mensen met colitis ulcerosa spoelen we hun eigen ontlasting weg en we geven we ze nieuwe, verse ontlasting van een supergezonde donor", vertelt maag-darm-leverarts Cyriel Ponsioen. Hij leidt het onderzoek TURN2 waar Rinneke aan meedoet.

"In Nederland lijden zo'n 50.000 mensen aan colitis ulcerosa", weet hij. "Deze chronische darmontsteking leidt tot klachten als diarree, krampen, bloedverlies en vermoeidheid. Daardoor kun je ook je werk niet goed meer doen."

De darmziekte van Rinneke werd behandeld met een experimentele poeptransplantatie

Natuurlijke balans

Veel mensen hebben baat bij medicijnen, maar de ontsteking genees je daar niet mee, legt Ponsioen uit. "Wij denken dat als we de natuurlijke balans tussen bacteriën, virussen, schimmels, al die micro-organismen in je darm kunnen herstellen, dat de ziekte dan tot rust kan komen en misschien wel helemaal over is."

10 jaar geleden startte Ponsioen een eerste studie, met veelbelovende resultaten. Van de 25 behandelde patiënten leken er zes genezen. Maar deze resultaten waren niet wetenschappelijk significant.

Vervolgonderzoek

Er kon niet met zekerheid worden gezegd dat de verbetering door de poeptransplantatie kwam en niet door toeval. Daarom kwam er een vervolgonderzoek, waar Rinneke aan meedoet. Deze studie is 'dubbelblind': er is een groep die echt de poeptransplantatie krijgt, en een placebo-groep.

Rinneke vermoedt dat ze in de eerste groep zit. "Na de eerste behandeling hielp het al een beetje en hoefde ik minder vaak naar het toilet. Na de vierde ging het nog veel beter."

Bekijk ook

Hoge verwachtingen

Ponsioen verwacht veel van zijn onderzoek. "Het onderzoeksteam kan binnenkort de resultaten gaan analyseren. Wij hopen dat ongeveer 40 procent van de mensen die we behandelen blijvend goed op de poeptransplantatie reageert."

Hij benadrukt dat de TURN2 studie vol zit en patiënten zich dus niet meer kunnen aanmelden. Uiteindelijk hoopt Ponsioen zoveel kennis op te doen dat hij straks precies weet welke bacteriën gunstig zijn en bijdragen aan een gezond microbioom in de darmen.

Therapie in pilvorm

"Dat wil zeggen dat je naar het laboratorium gaat en heel erg goed gaat kijken om welke bacteriën het gaat, om welke virussen en om welke schimmels, zodat je weet welke je moet terugbrengen."

Met die kennis hoopt Ponsioen uiteindelijk een therapie te ontwikkelen die mogelijk in de toekomst in pilvorm beschikbaar kan worden. "Dan hoef je tenminste niet meer opgeloste ontlasting via een slangetje naar binnen te brengen", zegt hij tot slot.

Bekijk ook

Vragen? Stel ze!

Heb je nog vragen of wil je reageren? Stuur ons dan hier een berichtje in onze chat. Elke donderdag vertellen we in de Doe mee-nieuwsbrief wat we met alle reacties doen. Wil je die in je mail? Meld je dan hier aan.

Ook interessant