Een stichting ter nagedachtenis van je overleden kind zorgt voor een plek waar je je kind nooit helemaal hoeft los te laten. Ouders vertellen erover. “Mijn kinderen waren het middelpunt van mijn leven, en dat blijven ze.”

Via stichting TButterfly kan Michael Kulkens over zijn zoon Tommy blijven praten. "Door TButterfly neem ik Tommy op een positieve en laagdrempelige manier mee naar het 'nu'. Zeker nu we voor elkaar hebben gekregen dat er een appverbod in het verkeer komt. Toen ik dat in september op de radio hoorde moest ik de auto aan de kant zetten, door alle emoties die los kwamen. Ik kon alleen maar zeggen: 'We did it Tommy Boy. We did it.' Met mensen heb ik het dus in eerste instantie over dit succes, maar indirect gaat het gesprek ook over Tommy."

Michael Kulkens, Evert van Zijtveld en Ruud Smeehuijzen richtten fondsen of stichtingen op in naam van hun omgekomen kinderen. Om append fietsen verboden te krijgen, kinderen in achterstandswijken te helpen en een meisjesschool in Afghanistan te bouwen. De vaders krijgen steun, maar stuiten ook op onbegrip en ongemak. Want waarom zoeken ze de spotlights op?

Elke ouder spreekt graag over zijn kinderen, ook als ze dood zijn

Sinds de dood van zijn zoon Tommy Boy bij een verkeersongeluk in 2015 strijdt Michael Kulkens tegen telefoongebruik in het verkeer. Hij bezoekt in totaal 30.000 leerlingen om hen te waarschuwen voor de gevaren van appen op de fiets. Het reizen langs scholen geeft Michael energie. "Weet je, elke ouder praat graag over zijn kinderen. Als ze nog leven, maar ook als ze dood zijn. De behoefte om over je kind te spreken blijft."

Een ramp na de ramp

Michael Kulkens noemt zijn stichting een hulpmiddel om de ramp na de ramp te voorkomen. "In Nederland mag je ongeveer een jaar over je overleden kind praten, maar daarna moet je het 'een plek hebben gegeven' en verder gaan. Eigenlijk raak je je kind na een jaar nog een keer kwijt. Mensen zeggen: 'kom, je hebt nog een dochter' en 'blijf niet in het verleden hangen'."

"Vrienden kregen ook last van hun eigen emoties: de dood maakt angstig. Ik neem dat niemand kwalijk. De dood houden we in Nederland graag op afstand. In dat opzicht kunnen we veel leren van de Mexicanen, die hun overleden nabestaanden dichtbij houden. Elk jaar in november gaan zij naar de graven van hun geliefden met eten en lichtjes. Ze leven daar in harmonie met de doden, niet op een zwaarmoedige manier, maar in dankbaarheid."

'Voor wie en wat werk ik zo hard?'

Ook voor Evert van Zijtveld is zijn Frederique en Robert-Jan van Zijtveld Fonds een manier om zijn kinderen bij het leven te betrekken. "We hebben overal plekjes in ons huis om Frederique en Robert-Jan te herdenken en een altaar bij de voordeur. Maar dit fonds is eeuwigdurend. In de toekomst zullen neven en nichten ermee verder gaan en op die manier blijven de namen van Frederique en Robert-Jan genoemd. Zij kunnen nu voortleven door middel van dit fonds."

Frederique en Robert-Jan kwamen in 2014 om het leven bij de MH17-ramp. Vanaf dat moment is Evert het doel in zijn leven kwijt. "Waar leef ik nog voor? Voor wie en wat werk ik nou zo hard? Dat wist ik niet meer. Omdat mijn kinderen tijdens hun leven veel deden voor anderen, past dit goede doelenfonds bij hen. Ons eerste project is de weekendschool in achterstandswijken. Ik werk en leef nu voor het fonds van Frederique en Robert-Jan. Dat is de houvast die ik heb kunnen vinden. De kinderen waren en blijven het middelpunt in mijn leven."

Praten voor een goed doel

Voor Ruud Smeehuijzen gaf het bouwen van de school in Afghanistan, in naam van zijn zoon Timo, jarenlang richting aan zijn leven. In 2007 komt Timo, als militair in Uruzgan, enkele dagen na zijn 19e verjaardag, om bij een zelfmoordaanslag. Zeven kinderen uit de lokale gemeenschap worden ook gedood.

"Mijn ex-vrouw Karin en ik zagen de ouders van de Afghaanse kinderen op het nieuws. Al snel ontstond het idee om deze mensen te gaan helpen. Karin zei meteen: we bouwen een meisjesschool, want dat is anti-Taliban. Mij werd gevraagd 1000 euro te werven, maar nadat ik bij Pauw&Witteman was geweest stond de teller opeens op 40.000 euro. Het ging maar door, ik werd overal uitgenodigd om te spreken en het geld stroomde binnen. Door dit project heb ik veel over Timo kunnen praten. Ook nu weer, dat jullie elf jaar later nog geïnteresseerd zijn in Timo vind ik wonderlijk en ik ben er dankbaar voor."

Hoe helend het bouwen aan 'Timo's Girls School' ook was, de echte verlossing vond Ruud uiteindelijk in het geloof. "In het begin was ik zo kwaad op die kerel die mijn zoon heeft vermoord. Maar via een moeder van een vriendje van Timo ging ik de Bijbel lezen. Daarin staat precies beschreven hoe je iemand moet vergeven. Door de zonde van die man zo ver mogelijk weg te gooien, in de diepste zee, verloste ik mezelf uiteindelijk van alle woede."

Rouw verjaart niet

Rouwdeskundige Richard Hattink vindt het oprichten van een stichting, zoals Michael, Evert en Ruud hebben gedaan, een goede manier om het verdriet te verweven in het leven. "Ik gebruik bewust niet het woord verwerken, maar verweven. Verwerken is een West-Europees woord dat op een tijdspanne wijst," zegt Hattink. "Veel mensen in Europa denken dat je een jaar na het overlijden klaar bent met rouwen. Dat is een hardnekkige fabel. Aan rouw zit geen tijd. Maar door dit misverstand stoppen we na een jaar wel met praten en vragen. Het overlijden van een kind of ander belangrijk persoon wordt hierdoor vaak meerdere malen beleefd."

Meestal blijft het verlangen om over overledenen te blijven praten een leven lang aanwezig. Hattink: "De overledene blijft deel uitmaken van het familiesysteem, ook al is hij dan niet meer fysiek aanwezig. Je blijft altijd vader of moeder van drie kinderen, ook als twee van hen zijn overleden."

Het rouwproces in het rouwproces

Aart Harder van de Vereniging Overleden Kind (OOK) noemt de periode na het eerste jaar 'het rouwproces in het rouwproces'. "Veel ouders maken dit mee. Het eerste jaar gaat het nog, maar daarna neemt de belangstelling zienderogen af."

"In ons blad 'Nabij' hebben we een rubriek 'Blijf hun namen noemen' waar ouders nog jaren een foto delen met de naam, geboortedatum en overlijdensdatum van hun kind. En ook op Facebook plaatsen ouders regelmatig een 'In Memoriam' van hun kind en daar komen dan reacties op. Of iemand empathisch reageert is altijd afwachten. Veel mensen hebben natuurlijk zelf problemen met de dood en zijn er mogelijk bang voor."

Door zijn stichting kan Michael over zijn overleden zoon Tommy Boy blijven praten

Bezoek eens de begraafplaats

Wat kunnen we leren van de verhalen van Michael, Evert en Ruud? En wat kan de omgeving voor hen doen? Hattink: "Af en toe vragen hoe het gaat en een beetje extra aandacht rond de geboortedag, de sterfdag en de kerstdagen is fijn. Of bezoek zo nu en dan eens de begraafplaats. Ik kom zelf nog steeds regelmatig bij het graf van een klasgenootje van de basisschool. Dan maak ik het monument een beetje schoon, trek wat onkruid uit het graf, en dan vertrek ik weer."

"Kortgeleden kwam ik de ouders van het klasgenootje tegen op diezelfde begraafplaats. Dat leverde een fantastisch gesprek op, waarin ze hun verbazing uitspraken over het feit dat ik Leon nog steeds bezoek. Het is toch geweldig om te ervaren als ouders, dat je kind ook na meer dan twintig jaar niet vergeten is?"

info

De meest recente sterftecijfers van het Nederlands Jeugdinstituut dateren uit 2014. In dat jaar stierven 1.103 jeugdigen in de leeftijd van 0 tot 20 jaar. 634 kinderen stierven in hun eerste levensjaar. In de leeftijdsgroep van 0 tot 10 jaar is ziekte tussen de 83% en 97% van de gevallen de doodsoorzaak. Andere oorzaken zijn moord en doodslag, ongevallen en zelfdoding.