Rode Kruis-woordvoerder Merlijn Stoffels schrijft over de hulpverlening in Nepal. Het is een uitdaging om die goed terecht te laten komen. "Als mensen in de afgelegen dopjes helikopters met hulpgoederen zien, rennen ze er schreeuwend naar toe met hun handen omhoog."

“Voelde jij dat ook, vraagt de cameraman van RTL Nieuws aan mij? Ja, ik voelde het ook. Voor het eerst in mijn leven maak ik een aardbeving mee. Gelukkig was het een lichte, maar na de gesprekken met de slachtoffers vandaag, schrik ik er toch van. We waren net klaar met een interview en op de terugweg rijden we door de wijk Thamel waar het normaal wemelt van de toeristen. Hier zijn veel guesthouses, hostels en restaurants. Nu is het er donker en stil. Dit is exemplarisch voor de rest van de stad. Hier en daar gaan langzaamaan wel weer wat winkeltjes open. Maar volgens de taxichauffeur is het in de stad rustiger dan ooit.

Vandaag reis ik naar Bhaktapur. Een stad niet ver van Kathmandu. Zo’n 80 procent van de oude huizen is ingestort door de aardbeving. Veel mensen leven daarom in geïmproviseerde tentenkampen die er heel anders uitzien dan ik gewend ben. De beschutting is niet meer dan een zeiltje vastgemaakt aan een hek. Soms slapen tientallen gezinnen onder een groot tentdoek. Zonder enige privacy, want je kijkt gewoon naar binnen. Het kamp dat ik bezoek is overvol. Eén van de vluchtelingen zegt dat ze zittend slapen, omdat er niet genoeg plek is om met z’n allen te liggen. Hulpverleners van het Rode Kruis delen hygiënepakketten uit met tandenborstels, tandpasta en zeep. ‘Na zes dagen kan ik eindelijk weer mijn tanden poetsen’, reageert een vrouw van mijn leeftijd enthousiast als ze in het pakket kijkt.

Bij het kamp, op een mooie plek bij de rivier, en naast een Boeddhabeeld, zijn hulpverleners bezig met de aanleg van een wc en een waterpomp. Geen overbodige luxe want er hangt een geur van ontlasting. Dat is niet alleen vies, maar het maakt ook de kans op ziektes groter. De medische diensten zijn door het grote aantal gewonden nu al zwaar overbelast, dus dat moet voorkomen worden.

De videobeelden die ik in het journaal zag, gefilmd vanuit een helikopter, blijven maar door mijn hoofd spoken. Onderweg terug naar het Rode Kruis-kantoor raak ik in gesprek met een hulpverleenster van het Nepalese Rode Kruis. Zij is verantwoordelijk voor water en hygiëne. Ik vraag haar of de dorpen die onbereikbaar zijn voor auto’s al hulp krijgen. Op de beelden zie je mensen in totale paniek naar de helikopter rennen en met hun handen omhoog schreeuwen om hulp. Het was voor het eerst dat hulpverleners dit dorpje vlakbij het epicentrum bereikten. Enkele zwaargewonden kunnen mee in de helikopter. De anderen moeten maar afwachten wanneer er weer hulp komt. Een nachtmerrie.

De hulpverleenster vertelt dat ze een manier hebben gevonden om ook de mensen in deze dorpen te voorzien van schoon drinkwater. Simpelweg door met een rugzak vol waterzuiveringstabletten, soms dagenlang, naar de getroffen dorpen toe te lopen. Eigenlijk een heel simpele oplossing, waarmee vele levens gered kunnen worden. Ik vraag of haar familie goed uit de aardbeving is gekomen. Ze krijgt tranen in haar ogen. ‘We hebben gisteren het lichaam van mijn tante gevonden in de puinhopen van haar huis’, zegt ze. Ik val stil en weet even niet wat ik moet zeggen.

Inmiddels zijn we op de bestemming aangekomen. Ik condoleer de hulpverleenster met het verlies en we nemen afscheid. Vreemd misschien, zoals dit gaat, maar er is veel te doen en ook zij moet snel verder. Later op de dag hoor ik dat helikopters en drones zullen worden ingezet om de afgelegen gebieden te kunnen bereiken. Nog blijer word ik als ik zie dat vrachtwagens met hulpgoederen worden uitgeladen. Dat geeft hoop.”

Merlijn Stoffels is woordvoerder van het Rode Kruis en blogt vanuit Nepal.