Woordvoerder Merlijn Stoffels is nog altijd niet in Kathmandu. Cirkelend boven Kathmandu neemt hij de Lonely Planet nog maar eens door. Vlak voor landing loopt de spanning in de cabine opnieuw hoog op. Zou het dit keer lukken?

“Ik draag al dagen dezelfde kleren. Ik kan mijn haar niet kammen. Mijn ogen prikken door het gebrek aan lenzenvloeistof, ik krijg een baard en ik begin mezelf te ruiken. De afgelopen dagen had ik geen beschikking over mijn koffer. Geen drama natuurlijk, maar het voelt wel ongemakkelijk. Miljoenen Nepalezen zitten in hetzelfde schuitje, met als groot verschil dat ik wel te eten en drinken heb, dat ik niet in onzekerheid verkeer of mijn familie en vrienden nog in leven zijn. Dat ik geen verlies hoef te verwerken van dierbaren die de ramp niet hebben overleefd. Dat ik mij geen zorgen hoef te maken over de vraag of er genoeg hulp komt en hoe ik in hemelsnaam mijn en huis leven weer kan gaan opbouwen. Om straks weer over mijn spullen te beschikken hoef ik alleen mijn koffer van de lopende band te tillen. Het leven is niet eerlijk.

Veel hulp nodig

Ik start de dag met een aantal interviews voor Giro555. Dit keer heb ik ze wat vroeger gepland, om niet weer het risico te lopen het vliegtuig naar Kathmandu te missen. Ik zoek een rustig plekje in de vertrekhal. Radio 2-presentator Toine van Peperstraten vraagt of dit de grootste ramp is die ik ooit heb meegemaakt. Een lastige vraag, want hoe meet je dat? Is het aantal doden en gewonden doorslaggevend, of de hoeveelheid schade en het aantal getroffenen? Het is moeilijk om rampen met elkaar te vergelijken. Met vele miljoenen getroffenen is het in elk geval een grote ramp waarbij veel hulp nodig is. Radio 4-presentator Margriet Vromans wil weten of we blij zijn met de 4.500 Rode Kruis-vrijwilligers die via satellietbeelden in kaart gaan brengen waar de hulpverleners naar toe moeten. Veel plekken zijn immers nog niet bereikbaar via de weg. Ik kan dat natuurlijk alleen maar toejuichen. Mooi om te zien hoe technologie en hulpverlening hand in hand gaan. Over innovatie gesproken: gisteren filmde een drone de rampgebieden die nog niet bereikt zijn. In een klap is duidelijk hoe groot de schade ook daar is.

Armoede door slecht bestuur en oorlog

‘Je eerste bezoek breng je voor de bergen, maar je komt terug voor de mensen’, schrijft de Lonely Planet. Dat past wel bij mijn beeld tot nu toe. Nepal, ooit een koninkrijk en nu een democratie, is volgens één van de armste landen ter wereld, volgens de reisgids. Er wonen bijna 30 miljoen mensen. Ruim 4 miljoen Nepalezen zijn naar India vertrokken in de hoop daar een beter bestaan te vinden. 85 Procent van de mensen leeft op het platteland. Volgens een Nepalees die ik in het vliegtuig spreek, is de armoede het gevolg van slecht bestuur en de oorlog die het land tien jaar lang teisterde en in 2006 eindigde.

Onderweg heb ik al aardig wat Nepalezen gesproken. Allemaal nodigen ze me bij hen thuis uit om te komen slapen. ‘Als mijn huis er tenminste nog staat’, lacht één van hen schamperend. In Nepal wonen meer dan 60 verschillende stammen die in totaal ruim 100 talen. Het religieuze land staat vol met tempels. De beroemdste tempel Swayambhunath staat op de Unesco-lijst van Werelderfgoed en staat in Kathmandu. Op televisiebeelden zag ik ook deze tempel niet gespaard is door de aardbeving. Overigens is dit niet de zwaarste aardbeving die het land heeft getroffen. Die was in 1934. In enkele minuten kwamen 8.000 mensen om het leven en werd een kwart van de huizen door het natuurgeweld vernietigd.

Eindelijk mensen redden

Vlak voor landing neem ik de gebruiken in het land nog even door. De mensen geven elkaar hier geen hand, maar groeten elkaar door hun handen in de bidpositie samen te vouwen. Je mag je zolen niet laten zien en de kinderen niet over de bol aaien. Ik hoop dat ik het niet vergeet. Weer gaat het enorm spannen of we mogen landen en weer staan de landingsbanen vol. Volgens de piloot hebben we nog genoeg brandstof voor een halfuur rondcirkelen. Als we dan niet kunnen landen moeten we voor de derde keer terug naar Abu Dhabi. De tijd tikt weg en de spanning stijgt. Ik zie dat het half uur voorbij is en dan komt het verlossende woord: cabin crew prepare for landing. 

Na bijna drie dagen reizen en in totaal vier uur cirkelen boven de luchthaven Kathmandu, is het zover. We gaan nu echt landen. Gejuich, applaus als het zucht van verlichting als het toestel de grond raakt. Het Franse reddingsteam, nog steeds in uniform, kan eindelijk gaan doen waarvoor ze gekomen zijn: mensen redden. De geëmigreerde Nepalezen kunnen hun familie gaan zoeken en helpen. De journalisten kunnen de ramp gaan verslaan en ik kan het team van het Internationale Rode Kruis gaan versterken. Het voelt een beetje dubbel om blij te zijn dat we arriveren in een rampgebied.”