Meer dan de helft van de 75-plussers in Nederland leeft in eenzaamheid. Minister Hugo de Jonge presenteert een actieplan waarmee hij deze eenzaamheid wil aanpakken. Hij stelt de komende kabinetsperiode 26 miljoen euro beschikbaar.

In het plan staat onder meer dat ouderen jaarlijks een huisbezoek moeten krijgen vanuit de gemeente. Daarnaast zal er geld naar plaatselijke vrijwilligersorganisaties gaan. Het is niet de eerste keer dat de regering het probleem probeert aan te pakken. Maar is dit wel een taak van de overheid? 

Eenzame ouderen zijn niet ziek

Joris Slaets is hoogleraar ouderengeneeskunde en directeur van Leyden Academy. Hij is blij dat De Jonge het probleem op de kaart zet. Maar het eens per jaar aanbellen bij een oudere is volgens hem niet de oplossing. "Je moet meer kijken naar wat de oorzaken zijn van de eenzaamheid. Dat kan armoede zijn, maar ook psychische problemen of laaggeletterdheid. Als je dat in kaart krijgt kun je het probleem voor zijn. Eenzaamheid moet geen ziekte worden die we gaan bestrijden alsof het kanker is. We moeten zoveel mogelijk mensen kansen geven om bij de maatschappij te horen. Die productieve benadering vind ik productiever dan de negatieve aanpak." Hij vindt de benadering vanuit eenzaamheid te negatief.  

Nienke Luten is coördinator wijksteunpunten bij Zorgcombinatie Noorderboog en heeft ook haar twijfels bij het jaarlijkse huisbezoek. "Een keer per jaar aanbellen is niet de oplossing. Op het moment dat wij eenzaamheid constateren gaan we het gesprek aan." Het is soms lastig om eenzaamheid te traceren, maar als je de juiste signalen oppikt kun je er tijdig bij zijn. "Vaak gaan mensen dan om aandacht vragen. Ze bellen bijvoorbeeld regelmatig met de thuiszorg of met de huisarts. Maar ze kunnen zich ook helemaal terugtrekken. Dat zijn signalen die je moet oppikken." 

Lokale initiatieven

Slaets vindt ook dat er een taak bij de burgers zelf ligt. "Mensen moeten zich afvragen; hoe ziet mijn leven eruit als ik ouder ben?" Je moet zelf aan je sociale netwerk werken en goed nadenken over de plek waar je gaat wonen. "Maar de minister heeft ook een punt als hij de gemeenten aanspreekt. De overheid heeft een verantwoordelijkheid als het gaat om de mensen die niet zelf uit de eenzaamheid kunnen komen door bijvoorbeeld armoede. De gemeente kan precies uitzoeken wie er in armoede leeft."   

Nienke Luten heeft zelf ook ervaring met betrekking tot eenzaamheid: "Ik heb vooral in mijn jeugd, voor mijn twintigste eenzaamheid ervaren. Dat ging vooral om het gemis aan sociale contacten. Als ik het wilde oplossen dan moest ik daar zelf iets aan doen. Ik ging gericht contact zoeken. Vrijwilligerswerk doen, sporten, mensen ontmoeten. Collega's uitnodigen om te komen eten. Dat heeft gewerkt." 

Beiden vinden dat er vooral gekeken moet worden naar lokale initiatieven. Elke regio vraagt om een andere aanpak. Nienke Luten is vanuit haar eigen ervaring ook zo'n initiatief gestart, Postvriend. Het is een kleine stichting waar mensen post kunnen sturen naar mensen die graag iets willen ontvangen. Zo'n klein gebaar kan voor eenzame mensen al van grote betekenis zijn. Slaets steunt met Leyden Academy zulke initiatieven van harte: "Dit is een goed voorbeeld. Gelukkig zien we dit steeds meer ontstaan in Nederland". 

Het plan van minister De Jonge kan dus op bijval rekenen. Maar: burgers moeten toch vooral naar zichzelf kijken. Uiteindelijk is het ook een buurttaak om mensen deel te laten nemen aan de maatschappij.