Vorig jaar en ook dit jaar zijn er tienduizenden bootvluchtelingen naar Europa gekomen. Onder hen veel mannen en vrouwen uit Eritrea, een land in de zogenoemde Hoorn van Afrika, het noordwesten van het continent. Eritrea is een straatarme dictatuur, die zich bedreigd voelt door het veel grotere Ethiopie. 

De regering staat geen vrije verkiezingen en vrije media toe en mannen en vrouwen moeten een dienstplicht vervullen. Officieel duurt die achttien maanden, maar volgens Amnesty International worden mensen vaak gedwongen veel langer in dienst te blijven. En daar krijgen ze heel weinig geld voor.

Redenen voor veel Eritreeërs om hun land te ontvluchten en in bootjes over te steken naar Europa. Ze hopen dat ze daar asiel krijgen. Ook Nederland vangt relatief veel Eritreeërs op.

Maar hoe terecht is dat? Verslaggever Arnold Karskens moest acht maanden wachten voordat hij een visum kreeg om het land in te mogen. Hij probeert antwoord te krijgen op de vraag of Eritrea wel echt zo gevaarlijk is, als wordt beweerd. En waarom komen zoveel Eritreeërs die asiel hebben aangevraagd, toch weer vakantie vieren in hun eigen land?