Wanneer Nederland? In Duitsland staat Angela Merkel aan de politieke top. In Groot Brittannië Theresa May. Wie weet binnenkort Hillary Clinton in de VS. Hier niets van dat alles. Vrouwen in de Nederlandse politiek, dat blijft tobben.

De helft van de bevolking mag dan vrouw zijn, maar na de Kamerverkiezingen van 2012 gingen slechts 58 zetels naar vrouwen en 92 naar mannen. In het kabinet Rutte II was de man-vrouwverhouding niet anders met 8 mannelijke versus 5 vrouwelijke ministers. En het ziet ernaar uit, dat bij de Kamerverkiezingen van 2017 geen enkele grote partij een vrouw als lijsttrekker heeft.

De verhouding tussen mannen en vrouwen zit scheef. In het nadeel van vrouwen. Als de Tweede Kamer als volksvertegenwoordiging een afspiegeling van de Nederlandse bevolking moet zijn, is dat een probleem. Zeker als vrouwen anders politiek bedrijven.

Hoe komt het, dat mannen de politiek domineren? Aan de beschikbaarheid van vrouwen ligt het niet. Als we kijken naar de kandidatenlijsten van 2012, komen we daarop genoeg vrouwen tegen. Puur cijfermatig had de Tweede Kamer gemakkelijk twee keer gevuld kunnen worden met vrouwelijke leden.

Ligt het aan de kiezers? Bestaan er (voor)oordelen over wie geschikt is voor ‘de politiek’? Politicus of politica? Om inzicht te krijgen in opvattingen over mannelijke versus vrouwelijke politici, heeft EenVandaag in samenwerking met de Universiteit Leiden onderzoek gedaan onder ruim 19.000 leden van het Opiniepanel.

Politiek leiderschap, is dat voor vrouwen weggelegd? Jazeker. Ongeveer een op de tien ondervraagden blijft het antwoord schuldig op de stelling ‘Mannen zijn betere politieke leiders dan vrouwen’. Maar overigens vindt slechts 15 procent dat mannen betere leiders zijn dan vrouwen, terwijl een ruime meerderheid van bijna 75 procent het hiermee oneens is. Vrouwen zijn het daar nog vaker mee oneens (84%) dan mannen (68%).

In de Tweede Kamer, toch de kweekvijver van politiek talent en leiderschap, zitten relatief weinig vrouwen. Hoe komt dat dan? Daarover bestaan uiteenlopende meningen. Op één punt na. De stelling ‘Vrouwen geven hun gezin en familie de voorrang boven een politieke loopbaan’ levert namelijk een opmerkelijk eensgezind beeld op: ongeveer 70 procent is het daarmee eens, zowel onder mannen als vrouwen. 

Andere verklaringen laten verdeeldheid zien. Zo is bij mannen en vrouwen ongeveer 30 procent van mening dat vrouwen onvoldoende hun best doen om als Kamerlid gekozen te worden, maar grotere groepen mannen en vrouwen zijn het hiermee oneens. Of vrouwen gelijke kansen krijgen, daarover zijn mannen het onderling niet eens, terwijl een ruime meerderheid van 64 procent van de vrouwelijke ondervraagden denkt dat vrouwen politiek worden achtergesteld. Vrouwen denken ook minder dan mannen dat het een gebrek aan interesse is, waardoor vrouwen achterblijven. Mannen zijn op dit punt volstrekt verdeeld, terwijl zes op de tien vrouwen aangeven dat er geen sprake is van een gebrek aan interesse in de politiek.

Vrouwen wijzen de vinger relatief vaak naar politieke partijen als ‘schuldigen’. Onder mannen is een derde het eens met de stelling dat partijen liever mannen dan vrouwen kandideren, onder vrouwen de helft. En misschien gaat het verder: met de stelling dat vrouwen worden gediscrimineerd door partijen is 30 procent van de mannen het eens, maar een grotere groep van 44 procent van de vrouwen vermoedt discriminatie. 

Zo ontstaat, op basis enkele van de vele verzamelde gegevens, het beeld dat de ondervertegenwoordiging van vrouwen in de Nederlandse politiek deels te wijten is aan de partijen. En inderdaad, partijen spelen een grote rol in het naar voren schuiven van politieke kopstukken. Maar het ligt, zo is de indruk, ook aan wat vrouwen zelf zouden doen en laten, al zijn het vooral mannen die het antwoord op de schuldvraag bij de vrouwen zelf zoeken.

Hoe dan ook, velen zien geen wezenlijke verschillen in geschiktheid van mannen of vrouwen voor een (hoofd)rol op het politieke toneel. Als partijen vrouwen dan ook nog eens meer kansen zouden bieden, wie weet hoe snel Nederland dan het Duitse, Britse of Amerikaanse voorbeeld volgt. Er zal gezien de bestaande publieke opinie heus geen massaal maatschappelijk verzet zijn, de eerste vrouwelijke premier kan gerust zijn.

Rozemarijn van Dijk en Joop van Holsteyn zijn verbonden aan het Instituut voor Politieke Wetenschap (Universiteit Leiden).  Rozemarijn Lubbe is onderzoeker bij het EenVandaag Opiniepanel.