Rob Zillesen is zes jaar oud als Duitse soldaten in 1944 in zijn slaapkamer staan. Ze zijn op zoek naar zijn vader, die een verzetsdaad heeft gepleegd. De soldaten nemen vader Jacques mee en korte tijd later wordt die vermoord, midden op de Apollolaan in Amsterdam-Zuid.

Vader Jacques Zillesen maakte samen met een kameraad in de oorlog een pamflet De Duikboot. Hierin riep hij Nederlanders op zich te verzetten tegen de Duitse bezetter. “Dit was natuurlijk wel heel gevaarlijk werk wat hij deed,” ziet zijn zoon als hij het nu terugleest. In september 1944 komen Duitse soldaten via het slaapkamerraam van Rob en zijn broertje het huis binnen. Waarschijnlijk heeft een buurtgenoot zijn vader verraden.

Opgepakt en vermoord

Zillesen is lid van de Vereniging Kinderen van Verzetsdeelnemers 1940-1945 en vertelt zijn herinneringen aan de dag waarop zijn vader werd meegenomen: “Middenin de nacht heeft een soldaat met de kolf van zijn geweer het raam ingeslagen. Hij vroeg in keurig Nederlands waar mijn vader was”. Nadat zijn vader op het lawaai af kwam sloot de jonge Rob zichzelf op in de WC. “Ik had zo’n angst”. Enkele weken later nemen de Duitsers een groep gevangenen mee naar de Apollolaan. Ze willen de moord op een SD-officier wreken. 29 mannen worden geselecteerd om de volgende ochtend te worden doodgeschoten. Onder wie de vader van Rob, Jacques Zillesen.

Op een WC-papiertje schrijft vader Jacques voor zijn dood in de gevangenis een afscheidsbriefje aan zijn vrouw. Vrienden van de familie vinden het later per toeval terug en Rob bewaart het tot op de dag van vandaag. Niet alles is meer leesbaar, maar het velletje met inkt is het laatste dat hij van zijn vader heeft.