Andere atleten zouden er nog weken, maandenlang mee hebben gezeten. Hij niet. Shorttracker Sjinkie Knegt was de teleurstelling over het mislopen van een gouden medaille in Zuid-Korea alweer kwijt toen hij het vliegtuig uitstapte. Nu gaat hij na een maandenlange pauze het ijs weer op voor een nieuw shorttrack-seizoen: “Ik stoicijns? Ik zou niet weten waar ik niet stoicijns over ben. Het is wat het is."

We zoeken hem op in zijn Friese woonplaats Bantega. Een dorp met meer koeien dan inwoners, zo gaat het verhaal. Hier leerde hij schaatsen, hier trof hij als puber zijn vrouw Fenna. Hier wonen ze inmiddels met twee kinderen vlak boven zijn ouders. Die wonen weer naast de garage waar zijn andere grote liefde staat: een zelf omgebouwde Subaru waar hij deze zomer wedstrijden mee rijdt. Afleiding met veel pk's, scheuren in een grote zandbak. Geen normaal mens zou er rustig van worden, hij wel. “Ze zeggen dat ik talent voor snelheid heb. Ambities heb ik niet voorlopig, ik vind het gewoon leuk. Als andere sporters een middagdutje doen, sleutel ik wat aan die wagen.”

Sjinkie heeft shorttrack op de kaart gezet

De inmiddels 29-jarige Knegt zette shorttrack bijna in z'n eentje op de kaart in Nederland. De Fries met Aziatisch bloed is veelvuldig Europees- en wereldkampioen, alleen Olympisch goud ontbreekt nog. De Spelen in Zuid-Korea (zijn derde) leverde een zilveren medaille op bij de 1500 meter. “Ik heb na de Spelen wel geleerd om blij te zijn met die Olympische medaille. Je moet niet vergeten dat er bij shorttrack wel twaalf zijn die kunnen winnen. Toen ik terugkwam uit Azië was het uit mijn systeem. Wel nam ik dit jaar een lange pauze.”

Hij is geen prater

Hij haalt zijn schouders op, grijnst. Sjinkie is geen prater, maar ook geen prototype topsporter, die zich helemaal kan verliezen in details. Hij heeft juist geleerd zich aan te passen, zijn koelbloedigheid verklaart wellicht de rest van zijn jarenlange succes.“Als ik stress heb dan gaat er iets wel heel erg mis. Zorgen om andere dingen, over mijn kinderen? Nee hoor, die doen het harstikke goed. Ik neem de dingen zoals ze komen, heb geleerd me te richten op de hoofdzaken. Al het andere is onbelangrijk.”