Het Nederlandse bedrijfsleven wordt bij een no-deal brexit hard geraakt. Nicole Visbeen heeft haar exportbedrijf zo goed mogelijk voorbereid, zodat ze zaken kan blijven doen. "Wij zijn er voor 95 procent klaar voor."

Het rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving (PLB) schetst een donker scenario, mocht het dit najaar tot een harde brexit komen. Zo krijgt het Nederlandse bedrijfsleven hardere klappen dan bedrijven in de rest van Europa. Bedrijven zetten zich intussen schrap om de klap op te vangen, mocht het tot een harde brexit komen. Zo ook het bedrijf van Nicole Visbeen.

Lees ook

Vrachtwagens met Britse kentekens

Exportbedrijf Dailyfresh uit Hoek van Holland exporteert alleen maar naar het Verenigd Koninkrijk en is daarom volledig afhankelijk van de handel met de Britten. Het bedrijf van Nicole exporteert groenten, en is gebaat bij een snelle afhandeling. Langdurige formaliteiten bij de douane zijn slecht voor de producten die ze vervoeren.

Om te voorkomen dat het bedrijf een brexit niet overleeft, zijn ze bijna twee jaar geleden al begonnen met voorbereidingen, waarbij ze ook rekening houden met het allerslechtste scenario: een no-deal brexit. "We zijn er voor 95 procent klaar voor," zegt Nicole. "We hebben gezorgd dat we vrachtwagens met Britse kentekens hebben zodat die ook in Groot-Brittanië kunnen blijven rijden na een no deal-brexit. Ook hebben we hele ICT-systemen opgericht om alle douaneformaliteiten te kunnen regelen. Ik heb nu bijna zoiets van; laat die no deal-brexit maar komen."

Kleine regio's het hardst geraakt

Volgens het rapport van het PLB wordt de regio waar het bedrijf van Nicole en Joost is gevestigd niet eens het hardst getroffen door een no-deal brexit. De provincies Zuid-Holland, Noord-Holland en Noord-Brabant worden volgens het PLB naar verwachting minder hard geraakt, omdat zij minder afhankelijk zijn van de economische relaties met het Verenigd Koninkrijk dan kleinere economische regio's in ons land.

Ook zijn er niet alleen verliezers bij een harde brexit. Sommige sectoren zouden er zelfs goed op kunnen verdienen. Als voorbeeld noemt het planbureau telecombedrijven en de reisbranche.