Mer-expert Stefan Morel adviseerde het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat naar eigen zeggen al meer dan 11 jaar over milieueffectrapportages rond luchthavens. Dat hij een relatie heeft met de directeur van de commissie-mer was volgens hem “breed bekend”. Dat schrijft hij in een verklaring aan EenVandaag.

Morel werd deze week het middelpunt van een rel rond Lelystad Airport, nadat omwonenden ontdekten dat hij getrouwd is met de directeur van de onafhankelijke commissie mer. De adviseur was sinds november vorig jaar betrokken bij het repareren van de milieueffectrapportage voor de nieuwe luchthaven, nadat daarin fouten waren ontdekt. Minister Cora van Nieuwenhuizen van IenW stuurt deze gerepareerde mer naar verwachting binnenkort naar de Tweede Kamer, waarna het stuk ook nog getoetst moet worden door de commissie-mer waarvan Morels echtgenote dus directeur is. Politieke partijen hebben aangegeven het oordeel van deze commissie mee te laten wegen in een besluit over de geplande opening van Lelystad Airport op 1 april 2019. 

Minister: relatie onbekend

Mer-adviseur Morel stapte op nadat omwonenden vragen stelden over zijn onafhankelijkheid. Minister Van Nieuwenhuizen schreef vandaag in een brief aan de Tweede Kamer dat noch de betrokken ambtenaren noch medewerkers van het eveneens betrokken adviesbureau To70 wisten van de relatie van Morel met directeur van de mer-commissie Veronica ten Holder. Morel wijst er op zijn beurt in een schriftelijke verklaring aan EenVandaag op dat zijn relatie “breed bekend” was en dat hij ervan uit ging dat dit ook gold voor de bij Lelystad Airport betrokken medewerkers. Ook wijst hij er op dat hij al ruim 11 jaar over de vloer komt bij het ministerie voor advies over mer-trajecten. Morel zegt dat hij bij de start van een nieuw contract met het ministerie in 2015 de relatie niet expliciet heeft gemeld, omdat hij ervan uit ging dat iedereen ervan wist. Wel erkent hij dat het fout was het niet aan de bij Lelystad Airport betrokken medewerkers verteld te hebben. 

Geen belangenverstrengeling

Morel zegt dat zijn rol als mer-adviseur nooit tot belangenverstrengeling heeft geleid, omdat hij naar eigen zeggen geen toegang heeft tot de commissie-mer. Wel geeft hij aan met zijn advieswerkzaamheden rond luchtvaart- en mer-projecten te stoppen. "Voorop staat dat het altijd mijn doel is geweest met mijn adviezen bij te dragen aan kwalitatief goede mer-processen en zorgvuldige besluitvorming. Daarin past niet een discussie over de schijn van belangenverstrengeling zoals die nu plaatsvindt."

reactie
clock 14-02-2018 01:00

Verklaring van Stefan Morel aan EenVandaag

Mijn rol als adviseur bij m.e.r.-projecten heeft nooit tot belangenverstrengeling geleid omdat ik nooit contacten met de Commissie m.e.r. heb over projecten en adviezen. Van beïnvloeding of pogingen daartoe is geen sprake. Ik adviseer het ministerie al ruim 11 jaar over m.e.r. voor luchthavens. Op basis van die ervaring heb ik de inschatting gemaakt dat mijn rol ook bij het project Lelystad niet tot discussie zou leiden.

Mijn relatie met de directeur van de Commissie m.e.r. is breed bekend. Ik ben er van uitgegaan dat dit ook gold voor de betrokken medewerkers van het ministerie bij het project Lelystad. Vanaf 2015 ben ik door een raamcontract via To70 betrokken bij luchthavenprojecten van het ministerie. Bij de start van dit raamcontract heb ik de relatie niet expliciet gemeld, eveneens ervan uitgaande dat de relatie bekend was. Het is mijn verantwoordelijkheid dit bij de start van ieder afzonderlijk project te melden en ik heb de fout gemaakt deze melding niet te doen aan de betrokken medewerkers bij Lelystad bij de start van dit project.

Voorop staat dat het altijd mijn doel is geweest met mijn adviezen bij te dragen aan kwalitatief goede m.e.r.-processen en zorgvuldige besluitvorming, in het belang van alle betrokken partijen. Daarin past niet een discussie over de schijn van belangenverstrengeling zoals die nu plaatsvindt. Ik heb dan ook besloten niet alleen uit het project Lelystad te stappen, maar al mijn advieswerkzaamheden voor luchtvaart- en m.e.r.-projecten te beëindigen