Het zijn er meer dan 2500 per jaar en kosten ongeveer 3700 euro per stuk: Kamervragen. Teveel, vindt VVD-Kamerlid Roald van der Linde. Dinsdagavond deed hij een oproep aan zijn collega’s om te minderen.

Van der Linde stelt: 'Als we ons vrijwillig beperken in aantal, dan verkleinen we de regeldruk en neemt de Tweede Kamer de ambitie van een kleinere overheid serieus.' Toch is het instrument belangrijk, volgens anderen:  “Kamervragen zijn de bloem van onze democratie”, aldus Sharon Gesthuizen (SP) enkele jaren terug in een artikel,

Het afgelopen jaar stelden de SP’ers Henk van Gerven (99) en Renske Leijten (94) de meeste vragen. Er waren wel iets minder vragen dan voorgaande jaren, maar dat komt door een kabinetsformatie, waardoor de Tweede Kamer stil lag. In tien jaar tijd steeg het aantal Kamervragen met zo'n duizend per jaar.

En het lijkt erop dat niet alle vragen evenveel zin hebben. In 2004 bijvoorbeeld werd een vraag gesteld over tenenlikkers in Rotterdam. Wat is eigenlijk de zin en onzin van een Kamervraag? Welke processen gaan in gang als een Kamervraag wordt gesteld? 

In EenVandaag onder meer onderzoeker van Nieuwsmonitor Nel Ruigrok. Zij schrijft in een analyse: 

Met een toenemende invloed van digitale media moeten we vrezen dat de politici, in de woorden van de Belgische politicus Bart de Wever, de waan van de dag zullen inruilen voor de waan van de minuut. (...) De Kamervragen brengen echter wel aanzienlijke kosten met zich mee en het overmatig of zelfs frivool gebruik van het instrument leidt tot inflatie. Het zou de Kamerleden dan ook sieren als zij de Kamervraag alleen zouden inzetten waarvoor het oorspronkelijk bedoeld is: informatie inwinnen om de regering te controleren of om wetten te maken.

In EenVandaag: moet het aantal Kamervragen inderdaad minder, of is het een broodnodig instrument van de oppositie om bewindslieden te controleren?