Daan Schiettekatte is dertien jaar als zijn familie wordt overvallen door de Watersnoodramp. Angstige uren volgen. “Het geluid van verdrinkende mensen vergeet ik nooit meer.” De gebeurtenis tekent Schiettekatte (77) voor het leven. Hij is niet de enige: de trauma’s van de mensen die de Watersnoodramp (1953) kunnen navertellen, zitten diep. De ramp, volgende week 65 jaar geleden, heeft grote littekens achterlaten.

De zeer slechte staat van vele dijken in het Deltagebied wordt duidelijk in de ochtend van 1 februari 1953. De dijken zijn niet op de hoge waterstanden berekend, en nog voor het hoogste niveau bereikt is, breken de eerste dijken. Daarbij valt de storm ook nog eens samen met springtij, waarbij onder invloed van de stand van de zon en maan het water veel hoger komt te staan dan normaal. Die nacht wordt om 03.24 uur de hoogste waterstand bereikt: 4,55 meter boven NAP. Volgens de Deltawerken breken in totaal 89 dijken door.

Vechten tegen het water

Door de verwoestende watermassa vertrekken veel families met hun huisraad naar zolder, anderen zien pas de volgende ochtend wat “gevaarlijk hoog water” in de praktijk betekent. Ook de familie van Daan Schiettekatte verhuist noodgedwongen naar de bovenste etage. Schiettekatte’s ouders stellen hun huis open voor mensen die toestromen uit lager gelegen gebieden in het dorp. “We zaten met veertig mensen op zolder, wachtend tot het water zou zakken”, vertelt Schiettekatte.

Maar de situatie verslechtert snel: het water stijgt en stroomt in steeds hoger tempo de huizen binnen. Vlakbij het huis van Daan volgt een dramatische overlevingsstrijd. “Ik herinner mij het stromende water en de geluiden van mensen in doodsnood. We hoorden hoe personen verdronken. Anderen schreeuwden wanhopig om hulp. Dat was heel angstig.”

Het collectieve trauma van Zeeland

Hulp komt, maar voor velen te laat. In totaal komen 1.836 personen om het leven. Hetzelfde lot treft tienduizenden dieren. Honderdduizend mensen raken dakloos. Schiettekatte overleeft de ramp dankzij een vissersboot. “Zij hebben ons gered”, zegt hij. “Maar we waren met veel te veel mensen op de boot. Op open zee moesten we overstappen op een ander schip, anders zouden we alsnog verdrinken. Die gebeurtenis staat op mijn netvlies gegrift.”

Tijdens de ramp overstroomt een gebied van circa 200.000 hectare in Zeeland, Zuid-Holland en het westen van Noord-Brabant. De totale materiële schade wordt geschat op ruim anderhalf miljard gulden. De overstroming treft niet alleen Nederland: ook in Engeland, België, Duitsland, Denemarken en Frankrijk breken dijken door. In Engeland en België komen in totaal ook nog ruim 300 mensen om.

‘Vergeet het verleden, bouw aan de toekomst’

De Watersnoodramp staat te boek als een 'collectief trauma', waar destijds geen opvang en nazorg voor was. Voor individueel leed was weinig ruimte. De mentaliteit was er een van bouw aan de toekomst, vergeet het verleden. Net zoals dat bij andere traumatische ervaringen het geval is, hebben veel mensen die de Watersnoodramp meemaakten hierover jarenlang gezwegen. De herinneringen aan de dramatische taferelen worden vaak nog weggestopt, of komen hooguit ter sprake in een strikt feitelijk relaas over gebeurtenissen en namen. 

Voor Schiettekatte vormt de herinnering aan de ramp en de datum van 1 februari een litteken. Ook na vijfenzestig jaar is er nog altijd pijn en heeft hij last van angstaanjagende herbelevingen. “In het gezin sprak je er niet over. Nooit. Ook wilde ik mijn ouders er niet mee opzadelen, want zij hadden al genoeg aan hun hoofd. ”

Een eeuwig litteken

De ramp heeft forse impact gehad voor de wijze waarop Schiettekatte in het leven staat. Het water blijft een rol spelen, ook in zijn carrière. Na de middelbare school kiest hij voor een studie die hem in staat stelt iets tegen het onveilige water te doen. Daarna gaat hij aan de slag voor de Deltawerken en Rijkswaterstaat, waar hij contactpersoon is voor als er iets mis dreigde te zijn met de dijken. “Als het stormde, liepen collega’s de dijk op om te kijken of het veilig was. Daar, op het kantoor, voelde ik mij veiliger dan thuis. Ik dacht: ‘Als we opnieuw worden overvallen door het water, ben ik in ieder geval wakker.”

Ondanks zijn werk is het voor Schiettekatte nog altijd niet eenvoudig om het leed dat hem trof te bespreken. Het is moeilijk, de wonden zijn nog te vers. Zelfs zijn kinderen wisten tot voor kort niets van ‘1953’. Om zijn herinneringen te bewaren, besloot Schiettekatte het op te schrijven. De jarenlang weggestopte gebeurtenissen kwamen er eindelijk uit. Bij mijn kinderen heb ik –misschien onbewust- altijd de boot afgehouden om over 1953 te vertellen. Nu heb ik het opgeschreven, zodat ze het kunnen lezen. Misschien verklaart dat waarom ik bepaalde dingen doe. Ik heb de gebeurtenissen namelijk  nooit verwerkt. Als het stormt, ben ik onrustig. De Watersnoodramp zit in mijn lijf en dat gaat er nooit meer uit.”