"Ons hele huis stond vol mensen wiens eigen huis ondergelopen was." Kees Osseweijer maakte als klein jongetje de Watersnoodramp mee, dit jaar 70 jaar geleden. Hij vindt het belangrijk om erover te blijven praten, ook voor de toekomst.

Kees Osseweijer was nog geen 7 jaar oud toen de Watersnoodramp plaatsvond in de nacht van 31 januari op 1 februari 1953, onder andere in zijn toenmalige woonplaats Den Bommel op het eiland Goeree-Overflakkee.

Stemmen en gehuil

"Het waaide enorm, dat weet ik nog", vertelt Kees. "Het hele huis kraakte. Maar daar werden we niet bang van, want dat gebeurde vaker. Daar sliepen we als kinderen gewoon doorheen." Samen met zijn oudere broertje Nico sliep hij op een kamer.

Midden in de nacht werden ze wel wakker. "Toen hoorden we stemmen en gehuil", zegt hij. "We kwamen beneden en het hele huis stond vol met mensen van wie het huis ondergelopen was. Ons huis stond er nog, de andere waren ingestort. Ze moesten wel naar ons toekomen."

Kees Osseweijer bij een gedenkplek voor de Watersnoodramp
Bron: EenVandaag
Kees Osseweijer bij een gedenkplek voor de Watersnoodramp

'Konden geen kant op'

Op dat moment wist nog niemand wat er precies aan de hand was. "Toen was er geen radio 's nachts. Verder was het donker, en was er ook geen elektriciteit", vertelt Kees verder. "De volgende morgen toen het wat lichter werd, had iedereen zicht op hoe erg het was."

Alles stond blank, zegt hij. "Alleen het topje van de dijk was droog, en alleen maar als het eb was. We zaten met z'n allen vast op een soort kunstmatig eiland omdat de dijken aan beide kanten waren doorgebroken. We konden niet vluchten."

Kinderwagen ging drijven

Die nacht overkwam Kees zijn familie iets afschuwelijks. Zijn oom en tante liepen samen met hun twee dochtertjes over de dijk, waar het water al overheen stroomde. "Mijn tante had de kinderwagen bij zich, daar lag de baby van 6 maanden in. Maar omdat de wagen ging drijven, moest ze de baby eruit halen. Mijn oom heeft haar verder gedragen."

Zijn oudere nichtje van 7 liep aan de hand van de buurman. "Maar het water steeg zo snel dat ze hier de polder in zijn gestroomd. Mijn oom had de baby vast en is verderop in een rol prikkeldraad terechtgekomen", vertelt Kees. "Er was een jonge man die met veel moeite aan de dijk was gekomen, en die hoorde mijn oom om hulp roepen."

Bekijk ook

'Zat niet meer in de deken'

Kees noemt de jonge man een held. "Hij is weer terug het water in gegaan om te helpen, en heeft mijn oom aan de kant kunnen brengen met de baby. Mijn oom had maar één hand om zichzelf te redden, omdat hij mijn nichtje Jannie in de andere vasthad", vertelt Kees.

'Gelukkig heb ik Jannie nog' had zijn oom gezegd toen hij aan de dijk kwam, vertelt Kees. "Maar toen hij de deken openvouwde zat ze er niet meer in." En zo kwam zijn oom bij zijn ouders thuis, met de boodschap dat zijn vrouw en kinderen hoogstwaarschijnlijk waren omgekomen.

Ieder jaar terug

"Mijn vader heeft later zijn eigen zus en nichtjes teruggevonden", vertelt Kees. En dat duurde soms wel weken of zelfs langer. "Dat is hem zijn hele leven bijgebleven. Hij praatte daar eerst niet over."

Kees komt nu ieder jaar terug naar Den Bommel, ook al woont hij al lang niet meer in de buurt. "Je bouwt ook een band op met anderen die hier komen herdenken. Als wij het niet doen, doet niemand het meer over 15 jaar."

Bekijk ook

Blijven herdenken

Kees is vooral bijgebleven dat het niet vanzelfsprekend is dat je niks kan overkomen. "Je moet rekening houden met omstandigheden waar je geen invloed op hebt. Dat besef draag je altijd bij je", zegt hij. Hij is bang dat zoiets nog een keer zal gebeuren, ook al maakt hij het zelf niet misschien niet meer mee.

"We hebben allemaal de neiging om niet verder te kijken dan onze eigen levensperiode. Maar als we zo doorgaan, gebeurt het sowieso", zegt hij. "We moeten allemaal onze verantwoordelijkheid nemen voor ons nageslacht. Door die ramp hebben we het bewijs gekregen dat ons zoiets kan overkomen." Daarom blijft het belangrijk om te herdenken en erover te blijven praten, vindt hij.

Kees vertelt zijn verhaal op de plek waar zijn familieleden zijn omgekomen