Een T-shirt gemaakt van algen wordt in Groningen al op kleine schaal gefabriceerd. In een laboratorium van de Wageningen Universiteit maakt een wetenschapper van schimmels een leerachtige stof. "Dat we van algen en paddenstoelen opeens stof kunnen maken is een doorbraak van de laatste paar jaar", zegt Jose Teunissen. Zij is samensteller van de tentoonstelling State of Fashion in Arnhem. Thema: Hoe maken we de mode-industrie schoner en duurzamer?

Mode is vervuilende industrie

De textielindustrie is na de olie-industrie de meest vervuilende industrie ter wereld. Zo kost het ruim 2700 liter water om een katoenen T-shirt te maken. Een spijkerbroek fabriceren vergt zo’n 10.000 liter water. Volgens Teunissen staat de modewereld voor een grote uitdaging. "In de mode-industrie is er een moordende druk om collecties in een steeds hoger tempo elkaar te laten opvolgen’’, legt ze uit. "Ook is er wedloop naar nóg goedkoper produceren en nóg meer collecties produceren in een jaar, met uiteindelijk desastreuze gevolgen voor mens en milieu.”

In een van de zalen van de Melkfabriek in Arnhem draagt een paspop een goudgele jurk met golvende vormen. Het luxe ontwerp van Iris van Herpen komt uit een 3-d printer. Het is een experiment net zoals een zilverkleurige jas die is gefabriceerd van het afval van een ananas of de tassen die van visresten zijn gemaakt. "Het is een kwestie van experimenteren en nog meer experimenteren en over een paar jaar zal blijken dat de ene product meer  levensvatbaar is dan het andere", zegt Theunissen.

Mode en vuilverwerking in een bedrijf

Modeontwerpster Marit Roosen uit Rotterdam brengt al in de praktijk waar de tentoonstellingsmakers naar streven: een milieuvriendelijkere mode-industrie. Bij de gemeente Rotterdam staat zij ingeschreven als een vuilverwerkingsbedrijf. Zij gebruikt voor haar ontwerpen alleen maar afval. Van de binnenbanden van vrachtwagens en fietsen maakt ze jassen. Van gebruikte blouses en broeken naait ze nieuwe kleding. Ze levert haar label Kees inmiddels aan zes winkels in de Maasstad en omgeving.

"Voor een T-shirt van 3.95 is een katoenplant gebruikt. Die is geplukt, gesponnen, geweven, bedrukt en in elkaar gezet. Het kledingstuk is ingepakt, vervoerd naar een boot, een distributiecentrum en de winkel. En dan krijg je er ook nog een tasje bij. Dat kan gewoon niet voor die prijs", zegt Roosen. "Ik dacht: dat moet anders. De beste manier om dat te laten zien is het zelf gaan aanpakken."

In haar werkruimte in het voormalige zwemparadijs Tropicana liggen stapels binnenbanden. Ze wijst naar een aantal zwart jasjes. "Dit kun je ervan maken. Het laat zich bewerken en verwerken als leer." Ze is heel tevreden met het materiaal. "Het kan een hele chique uitstraling hebben, maar het is ook heel stoer. Echt een no-nonsense uitstraling.’’

 Beschimmelde aardappelen

Roosen is voorstander van het recyclen van producten – simpelweg omdat er zo ontzettend veel afval is. Ze ziet minder in de ontwikkeling van nieuwe materialen. "Zit ik te wachten op iets wat we nog niet hebben maar wat duurzaam zou zijn omdat het gekweekt is uit beschimmelde aardappels? Nee."

Ze werkt op kleine schaal. Wil de consument wel massaal aan jassen gemaakt van gerecycled materiaal? "Vijf jaar geleden kreeg ik te horen nou wijffie heb je een leuke hobby?", zegt ze. "Maar ik merk dat consumenten steeds bewuster bezig zijn met wat ze kopen."

Massaproductie is ook volgens Teunissen van State of Fashion een volgende stap. "Maar als je echt wilt opschalen heb je grote fabrieken nodig en dat wordt de grote uitdaging. Maar dat we laten zien hoeveel we al  uit afval kunnen maken is al een hele grote stap."