Minister van Defensie, Jeanine Hennis Plasschaert, is door de Nederlandse Orde van Advocaten om opheldering gevraagd naar aanleiding van een brief over het afluisteren van advocaten door Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD). EenVandaag heeft deze brief in bezit.

Uit de brief, verzonden aan advocaat Sébas Diekstra, blijkt dat de MIVD ‘bijzondere bevoegdheden’ in kan zetten tegen een advocaat om inzicht te verkrijgen in een MIVD ‘target’. Hiermee wordt antwoord gegeven op vragen van Diekstra, die wilde weten in welke gevallen de minister het tappen van een advocaat legitiem vindt.

Advocaat Diekstra betitelde het handelen van de MIVD eerder al als ´wildwestpraktijken´. Hij spreekt er schande van dat er geen onafhankelijke autoriteit is die een belangenafweging maakt alvorens besloten wordt tot het afluisteren van geheimhouders zoals advocaten en journalisten. ‘Het is goed om te vernemen dat de politiek nu ook kritisch wordt op het ongecontroleerde handelen van de inlichtingendiensten’, aldus Diekstra.

De Nederlandse Orde van Advocaten geeft aan dat uit de brief blijkt dat er nauwelijks waarborgen zijn die de afluistercapaciteiten van de MIVD voldoende beperken. Zo wordt niets vermeld over de wijze van afluisteren die als juist wordt gezien, staat niet beschreven aan welke voorwaarden de MIVD moet voldoen en stelt de dienst dat ze zichzelf toetst over de wijze van afluisteren.

Minister Hennis stelt in de brief dat de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) meerdere malen heeft vastgesteld dat de diensten de regels naleven voor wat betreft afluisteren. Ze verwijst daarvoor naar een viertal rapporten van de CTIVD.

Die gaan echter allemaal over de werkwijze van de AIVD. Er is geen rapport van de CTIVD over de werkwijze van de MIVD wat betreft afluisteren.

Advocaat Diekstra spreekt hier schande van.

Lees (of download: 1 / 2) hier de brief van Minister Hennis aan advocaat Diekstra:

Deel 1:

Deel 2: