Ruim 20 jaar geleden werd het Limburgs als officiële streektaal erkend. En om ervoor te zorgen dat dat zo blijft, moet de overheid meer doen, vindt Limburger Jos Feron. "Steeds minder jongeren spreken de streektaal."

Feron is teleurgesteld. Het Rijk beloofde zich in te zetten voor het behoud van het Limburgs dialect, maar dat is volgens hem te weinig gebeurd. Als bestuurslid van Levende Talen, een beroepsvereniging van taaldocenten, zet hij zich ervoor in.

'Steun bleef uit'

Na een advies van de Raad van Europa ondertekenden het ministerie van Binnenlandse Zaken en de provincie Limburg in 2019 een overeenkomst om het Limburgs te bevorderen. "Met dat convenant namen ze de ambitie op zich om de regionale taal te behouden", legt Feron uit.

"Maar los van een eenmalig geldbedrag van 25.000 euro bleef de steun uit." Dat is te weinig, vindt hij. Onder andere omdat uit onderzoek blijkt dat steeds minder jonge Limburgers de streektaal spreken. En dat is wat hem betreft een groot gemis.

Bekijk ook

'Veel voordelen voor kinderen'

Feron is ook programmamanager bij onderwijsstichting MOVARE en zet zich daar in voor meertalig onderwijs. Net als op Friese basisscholen denkt hij dat ook Limburgse scholieren hier veel baat bij hebben.

Daar doen ze dat onder de naam 3M, dat staat voor 'Meer kansen Met Meertaligheid'. Kinderen krijgen les in het Nederlands, Duits, Engels én Limburgs. Inmiddels is deze methode ook ingevoerd op een paar andere peuterspeelzalen en basisscholen in Limburg.

'Goed voor taalontwikkeling'

De taaldocent merkt dat sommige ouders huiverig zijn voor nóg een taal op school: "Veel ouders denken dat meertalig onderwijs verwarrend is voor kinderen."

Integendeel, benadrukt Feron, het levert volgens hem juist een voorsprong op bij het leren van andere talen. "En het is goed voor de taalontwikkeling, voor de woordenschat, spelling en begrijpend lezen. Je moet ouders en leerkrachten over deze voordelen informeren."

Bekijk ook

Immaterieel erfgoed

Bovendien gaan kinderen door meertaligheid beter om met verschillen in de maatschappij, zegt Feron. "Investeren in de regionale taal leidt tot een grotere binding met de regio en de cultuur waarin die taal gesproken wordt. Zowel voor Limburgers als voor nieuwkomers."

"En het houdt het Limburgs als immaterieel erfgoed in stand", voegt de pleitbezorger van de streektaal toe. "Uiteraard ligt hier voor de ouders een belangrijke rol. Maar ook voor het Rijk en voor de provincie."

'Koers op meetbare doelen'

En juist in hen is Feron teleurgesteld. "Blijkbaar is het convenant niet sterk genoeg om in de praktijk resultaten te realiseren." Hij vindt dat het Rijk en de provincie te makkelijk naar elkaar wijzen en het is onduidelijk wie er verantwoordelijk is voor welke resultaten.

"In het convenant staat dat de provincie en het Rijk zich in zullen spannen voor het bevorderen van de Limburgse taal. Hierbij heeft de provincie een voortrekkersrol en de minister een aanvullende." Maar deze verschillende rollen voor de provincie en het Rijk staan de uitvoering in de weg, vindt hij. "Stop met spreken over 'inspanningsverplichtingen' en koers op resultaat met meetbare doelen."

Bekijk ook

'Taak voor het Rijk'

Geert Gabriëls, gedeputeerde (Erfgoed) in Limburg, vindt dat zijn provincie wel degelijk geluisterd heeft naar de aanbevelingen van de Raad van Europa. "Zo hebben we subsidies gegeven, die gericht zijn op de jeugd. En we hebben Limburgse taalinitiatieven uit het veld ondersteund."

"Maar in het onderwijs hebben wij als provincie geen wettelijke taak", benadrukt de provinciebestuurder. "Hier zijn echt andere partijen aan zet, zoals de Rijksoverheid."

'Fries wel structureel ondersteund'

Ook Gabriëls is teleurgesteld in de minister van Binnenlandse Zaken. Er zouden afspraken gemaakt worden, maar dat is nog niet gebeurd, vertelt Gabriëls. "En er is geen structurele geldstroom om het Limburgs te kunnen blijven aanjagen."

"We zijn teleurgesteld dat de Friese taal wél fors en structureel financieel wordt ondersteund en dat het Limburgs slechts een incidentele bijdrage van 25.000 euro ontvangt", zegt hij. Al is er wel een wezenlijk verschil tussen de 2: het Fries is aangeduid als een nationale taal en het Limburgs als een regionale.

Bekijk ook

600.000 euro per jaar?

Gabriëls wil met de minister in gesprek om te zien of ook voor het Limburgs structurele ondersteuning vanuit het Rijk mogelijk is. "We investeren zelf al 300.000 euro per jaar. En het zou heel mooi zijn als het Rijk dat zou verdubbelen."

Het ministerie en de provincie evalueren op dit moment het convenant, laat een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken weten. Op basis daarvan zullen er afspraken worden gemaakt.

Bekijk de hele reportage.