Er zijn geen concrete aanwijzingen dat Mohammed B. hulp kreeg bij de moord op Theo van Gogh in 2004. Dat blijkt uit het onderzoek van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD). Dit staat haaks op dat wat de Officier van Justitie van het onderzoek op de moord, Frits van Straelen, vorig jaar zei.

Het onderzoek werd ingesteld naar aanleiding van een uitzending van EenVandaag in september vorig jaar. In die uitzending zei Van Straelen dat er aanwijzingen waren dat Mohammed B. niet alleen handelde: 

In de loop van het onderzoek zijn er ook aanwijzingen gekomen dat andere mensen hem misschien geholpen hebben. Dat er andere mensen geholpen hebben bij het bekijken van de route die Theo van Gogh elke dag fietste. Er is iemand die voor het vuurwapen gezorgd heeft.

De Tweede Kamer bleef met vragen zitten en Plasterk, minister van Binnenlandse Zaken en Koningsrelaties, liet het CTIVD onderzoek doen.

Daarnaast vertelde Van Straelen dat de afgeluisterde gesprekken van de Hofstadgroep, waar B. bij betrokken was, gewist waren. Uit het onderzoek van de CTIVD blijkt echter dat deze opnames nog bestaan en dus helemaal niet vernietigd zijn.

Bekijk hieronder de uitzending van september vorig jaar.

 

Lees ook

Lees ook