De 28e Olympische Zomerspelen zijn bijna afgelopen, de eerste Spelen waar Nederland door meer vrouwen dan mannen vertegenwoordigd werd.  

Was in 1920 de Nederlandse zwemster Rie Reisenherz de enige vrouw in een ploeg van 129 mannen, dit jaar deden er maar liefst 135 vrouwen en maar 107 mannen mee. Door al deze vrouwelijke atleten werden zes gouden medailles gewonnen, vier zilveren en twee keer brons. De mannen wonnen ook twee keer brons, maar 'slechts' drie zilver en twee gouden medailles.  

Dat de vrouwen meer medailles hebben gehaald, ligt niet aan het feit dat ze nu in de meerderheid op de Spelen aanwezig zijn. Nederlandse vrouwen winnen sinds 1996 al meer olympische medailles dan mannen. 

Vanaf 1928 geteld wonnen de Nederlandse vrouwen 123 medailles en mannen 120. EenVandaag gaat op zoek naar een verklaring hiervoor en spreekt met Agnes Elling, onderzoeker bij het Mulier instituut en metoud-hockester Elsemieke Havenga, die in 1984 met de nationale hockeyploeg goud haalde op de Olympische Spelen in Los Angeles