Meer dan 2.000 mensen zijn lid van de Vereniging Vrijwilligers in de Archeologie (AWN). Regelmatig voeren zij ook archeologisch onderzoek uit. Ook zij maken zich zorgen over de leegloop in de professionele archeologie. Lees hier het pleidooi van Tonnie van de Rijdt - van de Ven, voorzitter van de AWN. 

Lange tijd was archeologisch onderzoek het terrein van amateurarcheologen. Dat onderzoek is nu voor een groot deel overgenomen door beroepsarcheologen. Een prima ontwikkeling. Er vindt daardoor meer en beter onderzoek plaats.

Door heel Nederland is er een grote groep mensen die in hun vrije tijd, uit passie, meewerken aan archeologische onderzoeken. Dat zijn de vrijwilligers in de archeologie. Welke rol hebben die vrijwilligers? Dat is al vele jaren in discussie en verschuift.

Voor de extra’s

Als AWN Vereniging van vrijwilligers in de Archeologie vinden wij dat vrijwilligers er zijn voor de ‘extra’s’. Ze helpen opgravingsbedrijven en archeologische diensten bij tijdsintensieve onderzoeken die anders niet of slechts beperkt gedaan zouden worden. Bijvoorbeeld paalsporen, greppels en waterputten handmatig uitgraven, bodemmonsters zeven, grote hoeveelheden aardewerk of andere vondsten sorteren en determineren. Vrijwilligers onderzoeken ook terreinen waar een archeologische opgraving niet verplicht is maar die voor de lokale geschiedenis toch interessant zou kunnen zijn.

Vrijwilliger alternatief

Een gemeente bepaalt in de meeste gevallen of een opgraving wel of niet verplicht is. Nu gemeentelijke budgeten steeds krapper worden en gemeenten bouwprojecten en andere werken  zo min mogelijk beperkingen willen opleggen, wordt de vrijwilliger meer en meer als alternatief voor een dure opgraving naar voren geschoven. Dat is voor ons als vrijwilligers een vervelend dilemma. We zijn graag zelf in het veld werkzaam en willen voorkomen dat de nog in de bodem aanwezige informatie over ons verleden ongezien verloren gaat. We willen echter ook dat opgravingen goed worden uitgevoerd, met voldoende tijd en professionele kwaliteit. Dat kunnen we als vrijwilligers nu eenmaal niet of beperkt bieden.

Een besluit over wat er met een archeologische vindplaats moet gebeuren: in de bodem bewaren, opgegraven of vrijgeven, neemt een gemeente op basis van vooronderzoek.  In een vooronderzoek wordt nagegaan: welke archeologische vondsten te verwachten zijn en uit welke periode. Het vooronderzoek gaat ook na hoe groot de kans is dat die resten niet al verstoord zijn door eerdere grondbewerkingen.

De laatste tijd blijkt te vaak dat er volgens het vooronderzoek wel indicaties zijn voor behoud van archeologisch vindplaatsen maar het belang daarvan laag wordt ingeschat of onzeker zou zijn. Er wordt dan geen verplichting tot verder archeologisch onderzoek opgelegd. Met in een aantal gevallen als toevoeging dat een lokale archeologische werkgroep daar dan waarnemingen kan doen.

Twijfel

Bij een deel van die gemeentelijke besluiten hebben wij als AWN grote twijfels omdat ze niet of nauwelijks inhoudelijk worden onderbouwd. Het lijkt alleen een kwestie van geld. Er wordt niet echt goed gekeken naar de nieuwe mogelijke informatiewaarde van een vindplaats. En eerdere grondverstoringen wil lang niet altijd zeggen dat een vindplaats geen nieuwe informatie meer op kan leveren.

We willen niet gebruikt worden als goedkope oplossing voor noodzakelijk archeologisch onderzoek.

Hoe graag we ook zelf opgraven, hier zullen we kritisch naar blijven kijken. We willen niet gebruikt worden als goedkope oplossing voor noodzakelijk archeologisch onderzoek.

In dat soort gevallen stimuleren we afdelingen zienswijzen bij bestemmingsplannen of bezwaren bij vergunningen in te brengen. Maar als dat allemaal niet lukt willen we toch graag redden wat er te reden valt en zullen we de mogelijkheden voor eigen onderzoek aangrijpen.

Discussie

We beseffen echter ook dat er voor voldoende maatschappelijk draagvlak een balans moet zijn tussen kosten voor en opbrengsten van archeologie. Wij als AWN willen hier graag een discussie over met alle betrokkenen. Hoe kan op inzichtelijke wijze een afweging worden gemaakt tussen kosten van onderzoek en de te verwachten opbrengst in kennis? Welke onderzoeksvragen kunnen beantwoord worden door lokaal deskundige vrijwilligers en welke onderzoeksvragen verlangen specifieke professionele deskundigheid? Welke opleiding en ondersteuning hebben vrijwilligers nodig om bepaalde onderzoeken te kunnen doen? Wat kost dat en wie financiert dat?

We gaan daar graag het debat over aan.

Tonnie van de Rijdt - van de Ven

Voorzitter AWN Vereniging van Vrijwilligers in de Archeologie. www.awn-archeologie.nl