‘Gevraagd: eersteklas jonge amateurspelers om op professioneel niveau te voetballen in de Verenigde Staten.’ Deze advertentie verscheen in juni 1966 in de kranten van een aantal Europese landen. En hij kwam onder de neus van amateurvoetballer Fons Stoffels terecht.

Stoffels las het, solliciteerde, en werd aangenomen. Dat leverde hem de wereldreis van zijn leven op. Van Turkije's Fenerbahçe, wat toen al een topclub was, naar Iran, wat toen nog Perzië heette. Via Vietnam naar de Filipijnen, waar de spelers hun vrije tijd graag doorbrachten in nachtclub de Tip Toe Inn. 

In de jaren ’60 was het Amerikaanse voetbal nog behoorlijk onbekend. Zeker wanneer je het vergelijkt met Europees voetbal. Maar in 1966 ging Lamar Hunt, directeur van Dallas Tornado, op jacht naar getalenteerde Europese spelers. Hij vond ze in Engeland, Zweden, Denemarken, Noorwegen en Nederland.

Om een hecht team van de individuele spelers te maken, gingen de Tornado-spelers op wereldtour. Uiteindelijk was het ook deze tour die het toen nog relatief onbekende Amerikaanse voetbal een gezicht gaf. De tour staat beschreven in het boek dat Stoffels erover schreef: De wonderlijke wereldtour van Dallas Tornado.