Vanavond om 8 uur treffen de teams van Iran en de Verenigde Staten elkaar in Qatar. Een beladen wedstrijd, niet alleen omdat de landen elkaars 'aartsvijand' zijn, maar ook omdat alle ogen op Iran zijn gericht nu er constant demonstraties zijn in het land.

Bij een eerdere wedstrijd spraken de Iraanse spelers zich uit tegen het regime in hun thuisland door het volkslied niet mee te zingen. Gisteravond rende er nog een demonstrant over het veld tijdens Portugal-Uruguay, in een shirt waar onder andere 'Respect for Iranian Women' op stond.

Politiek conflict

Aarts zegt dat deze wedstrijd van vanavond in twee opzichten heel beladen is. "Waar het nu vooral om gaat is dat er al weken demonstraties zijn in Iran en dat die nog wel een tijdje door zullen gaan. De vraag is natuurlijk: hoe zullen de spelers zich manifesteren vanavond?", voegt Aarts toe.

"Je kan natuurlijk ook verwijzen naar het vijandschap tussen de twee landen, het politieke conflict. Maar dat is nu veel minder belangrijk dan het in het verleden geweest is."

Bekijk ook

'Iraans regime deinst nergens voor terug'

Volgens de deskundige balanceren de Iraanse spelers op een dun koord. "Ze kunnen zich niet helemaal vervreemden van de regering in Iran", legt hij uit. "Waarschijnlijk vinden ze die helemaal niks, maar ze kunnen zich er ook helemaal niet over uitlaten. Tegelijkertijd zijn de meeste voetballers solidair, dat denken we tenminste, met de mensen die de straat op gaan."

En die positie wordt niet makkelijker gemaakt nu er berichten naar buiten komen dat de families van de spelers worden benaderd door de regering. "Dat verbaast me niks", zegt Aarts. "Het Iraanse regime deinst nergens voor terug, dus als zij die mensen kunnen pakken via hun familieleden, doen ze dat. En dat is heel naar."

Leger inzetten

Maar het regime in Iran kan op weinig steun rekenen van zijn bevolking. "De grote meerderheid wil een verandering zien", zegt Aarts. "Of ze een heel ander regime willen, zoals een democratisch, seculier regime, dat weten we niet. Maar ze willen af van hoe het nu is."

Toch is dat allemaal niet zo makkelijk, vertelt Aarts. "Het regime rekent erop dat zij de langste adem hebben. Ze hebben nog lang niet alle repressieve middelen ingezet." Zo kan de regering nog de revolutionaire garde op grotere schaal inzetten, en is ook het leger nog een optie. "Maar mensen gaan nog steeds de straat op. Dit wordt een heel lang gevecht."

Bekijk ook

Bloemen voor tegenstanders

Dat gevecht is dus minder terug te zien op het voetbalveld. "In 1998 was de sfeer in het stadion goed", blikt Aarts terug. "De spelers hadden bloemen meegenomen voor hun tegenstanders, en de teams gingen gezamenlijk op de foto. Dat zag er allemaal heel erg mooi uit."

"Maar ondertussen moet je constateren dat een positief effect op de verhouding tussen de twee regeringen volledig achterwege is gebleven", zegt de deskundige. "Die relaties waren slecht en zijn slecht gebleven tot en met de dag van vandaag."

Lol hebben

"De bevolking staat er heel erg anders in dan de regering", zegt Aarts. "Vooral de Iraanse bevolking is lang niet zo vijandig gezind, terwijl de Amerikaanse bevolking volgens mij wel meer moeite heeft met de Iraanse bevolking dan andersom."

Toch ziet Aarts wel dat voetbal verbroederend kan werken. "In 1998 was het kleinschalig, maar ik denk dat het wel belangrijk is dat dit soort dingen kunnen gebeuren. Dat geeft een signaal af van: kijk, we hoeven elkaar niet te haten, laten we tegen die bal aantrappen en lol hebben."

Bekijk hier de reportage