Het aantal arbeidsongeschikten neemt toe, UWV-artsen beoordelen of iemand weer aan het werk kan. Voor zieke werknemers is het een spannend moment met grote gevolgen voor hun inkomen. Voor werkgevers is het een 'zwarte doos' waar ze weinig grip op hebben.

"Ik voel bij jou dat je zelf denkt dat je niet meer kunt werken. Klopt dat?" De 34-jarige man met een goedaardige hersentumor die tegenover UWV-verzekeringsarts Alfons Klarenbeek zit, knikt 'ja'. "Ik zal zeggen wat ik ervan denk. Ik denk dat jij wél kunt werken." De boodschap slaat in als een bom. Ettelijke seconden is het stil. "Komt 'ie binnen?", checkt de arts. Een gemompeld 'ja' volgt. De hamvraag van deze anderhalf uur durende WIA-beoordeling is beantwoord.

Trillende hand

Volgens de arts is het duidelijk dat de HBO'er zijn oude baan bij een callcenter niet meer kan doen. De goedaardige tumor, die naar verwachting niet zal groeien, zorgt voor een trillende hand en verminderde concentratie. Dat neemt niet weg dat de man nog wel wat kan, mits de nieuwe baan aan voorwaarden voldoet. Stress, en daarmee ploegendiensten, zijn uit den boze. Fulltime zou moeten kunnen. "U moet het niet vergelijken met wat u kon, maar met wat u nog kan. En dat is behoorlijk veel", zegt Klarenbeek.

Luister mee tijdens een gesprek waarin een UWV-arts moet beslissen wat iemand nog kan

Arts en ambtenaar

Voor de man in kwestie komt het hard aan. "Het prettigste had ik het gevonden als de arts had gezegd: 'hierbij heb je elke maand je cheque', maar dat doen ze toch niet". De onzekerheid duurt nu voort. De arbeidsdeskundige kijkt na dit medische oordeel welk werk passend is, wat hij daarmee kan verdienen en of dat aangevuld wordt met een WGA-uitkering.

"Ik was heel zenuwachtig, had paar dagen slecht geslapen. Als er gezegd wordt: 'Je kunt weer vol gaan werken', dan vraag je je af of gehoord is wat je net allemaal over je gezondheid hebt gezegd." Het hoogst haalbare zou voor de dertiger zijn om weer volledig zijn oude werk te doen, maar dat zit er niet in. Dat is moeilijk. "Ik heb niet voor niets een ICT-opleiding op het HBO gedaan." Hij ziet de UWV-arts als een mix van een ambtenaar en een arts.

Lees ook

Geen boeven vangen

Bij de evaluatie van het bovenstaande gesprek vielen UWV-arts Klarenbeek tegenstrijdigheden op. De man in kwestie benoemde zijn rugklachten door een vervormde ruggewervelschijf. "Meneer zegt dat hij de was niet kan ophangen en vertelt later dat hij die dag ervoor 13 kilometer heeft gefietst, ja hallo!" Is de arts continue hierop gefocust? "Nee, ik zit hier niet om boeven te vangen, maar het valt op dat hij hier zonder morren anderhalf uur zat, terwijl hij claimt na een half uur last te krijgen."

Dat de man wel degelijk klachten heeft, staat voor Klarenbeek als een paal boven water. "Vergeet niet dat hij een hersentumor heeft, programmeren is uitgesloten. Maar hij kan meer dan hij zelf denkt." De UWV-arts is overtuigd dat mensen ziek worden van inactiviteit en thuiszitten. Hij wil ze weer activeren oftewel laten werken. Is hij in staat dat voor die mensen te beslissen? "Ja! Ik zuig het niet uit mijn duim, hè? Er ligt een uitgebreid medisch dossier aan ten grondslag."

Luister naar de reactie van de zieke man en de uitleg van de UWV-arts
info

Voordelige regeling

Mensen die geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt worden verklaard komen in de WIA (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen). Dan zijn er twee opties:

Mensen die voor 80 procent of meer worden afgekeurd krijgen zouden een IVA-uitkering kunnen krijgen. Die ligt een stuk hoger dan bijvoorbeeld de bijstand en hierbij telt het inkomen van een partner niet mee. Deze uitkering loopt door tot de pensioenleeftijd.

Mensen waarbij 35-80 procent arbeidsongeschiktheid wordt vastgesteld komen in de WGA terecht. Dit is een tijdelijke uitkering die loongerelateerd is, hierbij moet gereïntegreerd worden.

Verschillende oordelen

Veel mensen die gekeurd worden hebben het idee dat het oordeel van de eigen arts niet (voldoende) meeweegt. Dat is niet waar, zegt deze UWV-arts. De medische feiten vormen de basis van het ziek zijn. Maar specialisten kijken vooral naar de ziekte. "Een neuroloog weet alles over neurologische afwijkingen, maar niks over de combinatie ziek zijn en werken." Het UWV kijkt naar wat iemand nog kan, niet naar de ziekte op zichzelf.

Het oordeel over wat iemand nog kan, is subjectief. Verschillende artsen komen tot verschillende oordelen. "Dat klopt, dat is gewoon een feit", zegt Klarenbeek. Het UWV probeert de verschillen tussen de oordelen zo klein mogelijk te houden door o.a. standaardiseren van keuringsgesprekken en onderling overleggen bij lastige gevallen. "Dan bevragen we elkaar over wat er wel of niet besproken is en waarom een arts bepaalde afwegingen maakt."

Piloot versus loodgieter

Tijdens het bespreken van een stapel dossiers noemen de UWV-medewerkers in een aantal gevallen expliciet dat iemand een hoog uurloon had (bijvoorbeeld 40 euro). Bij het bepalen of iemand wordt afgekeurd wordt uiteindelijk gekeken hoever iemand terugvalt in inkomen. De aanwezige arbeidsdeskundige licht toe: "Bij iemand die last heeft van psychische problemen kom je al snel uit op productiewerk met de handen. Maar dat zijn vaak banen met een relatief laag loon. Dan wordt het lastig 70 procent van je oude salaris te verdienen." Piloten worden daarom eerder afgekeurd dan loodgieters. Dat is het resultaat van politieke overwegingen.

" Piloten eerder afgekeurd dan loodgieters". Overleg tussen arts, arbeidsdeskundige en reintegratiespecialisten.

Ouderen geloosd

Een van de dossiers die besproken wordt, is van een oudere vrouw met slijtageklachten. Die zien ze steeds vaker voorbijkomen. Mensen moeten langer doorwerken en hun lijf kan het niet aan. De politiek maakt zich hier zorgen over.

"Als het even kan worden ouderen eerder geloosd door de werkgever. Dat is ze te veel gedoe", zegt Klarenbeek met klem. De aanwezige re-integratiespecialist zegt dat ze merkt dat ouderen vaak zelf denken dat het na veertig jaar werken wel goed is, ook al zijn ze nog 67 jaar. "Dan moet je praten als brugman of ze weer te activeren".

"Oudere werknemers eerder geloosd door werkgevers als het ff kan". Overleg tussen arts, arbeidsdeskundige en integreatiespecialist

Klant of patient

Het imago van verzekeringsartsen is niet best. Ze zijn niet bepaald de hersenchirurgen onder de artsen. Klarenbeek lacht hartelijk. "Dat weet ik, wij staan onderaan de ladder." Onterecht, meent hij. Medische kennis is essentieel en de beslissingen die worden genomen zijn belangrijk voor veel mensen. Dat mensen hem in de spreekkamer minachtend bejegenen maakt hij niet mee. "Daar is de situatie te spannend voor."

De mensen die hij beoordeelt noemt hij nadrukkelijk geen patiënten, want hij behandelt ze niet. Op dit moment moeten ze 'klant' genoemd worden door het UWV. "We hebben ze door de jaren heen 'client', 'belanghebbende', 'betrokkene' moeten noemen. Ik ben zelf gestopt bij 'betrokkene', ik blijf niet bezig." 'Klant' impliceert daarbij dat mensen naar een concurrent kunnen, en dat kan niet.

UWV- verzekeringsarts Alfons Klarenbeek
Bron: laura kors
UWV- verzekeringsarts Alfons Klarenbeek

Perverse prikkels

Klarenbeek stoort zich wel aan bepaalde aspecten van het systeem. "Het UWV krijgt meer betaald voor het keuren van mensen na 1 jaar en 2 jaar ziekte, dan voor tussentijds gezond verklaren". Mensen die na 4 maanden weer gezond zijn, zitten zo nog 8 maanden in de ziektewet, omdat bij het UWV de prikkel er niet is om ze eerder te keuren. Hij vindt zulke prikkels pervers. "En het tekort aan verzekeringsartsen speelt ook sterk mee."

De aandacht komt dus binnen het UWV op die eerste en tweedejaars keuringen te liggen. "Producten worden dat genoemd, ook zo raar. We maken hier toch geen producten? Het gaat om mensen."

Vriend of vijand?

"Ik ben niet iemands vriend, maar ook niemands vijand. Ik zie mezelf als rechter, ik bepaal of iemand gaat participeren door weer aan de bak te gaan of dat we afscheid nemen van die persoon vanwege arbeidsongeschiktheid."

Aan het einde van de keuring noemt Klarenbeek expliciet dat mensen bezwaar mogen maken tegen zijn oordeel. Op de 45 beoordelingen die hij per maand doet worden er ongeveer drie bezwaren gemaakt. Dat vindt hij zelf een acceptabele hoeveelheid. "Ik oordeel niet op het scherpste van de snede, maar ik ben ook geen Sinterklaas."

Dan weer te coulant, dan weer te bont

De laatste keer dat hem verweten werd dat hij te coulant was in zijn beoordelingen was in 2003. "Toen zei de arbeidsdeskundige tegen me dat ik het te bont maakte." Hij ontkent dat hij targets heeft waarbij hij aan een bepaald aantal goed- of afkeuringen zou moeten voldoen. "Dan zou ik stoppen met dit werk, dat wil ik niet."