Met de aanhouding van een verdachte lijkt de oplossing van de Puttense Moordzaak eindelijk in zicht. Zijn DNA matcht met het DNA van sporen materiaal dat is aangetroffen op het lichaam van Christel Ambrosius. Een belangrijk succes voor de DNA databank. De vraag werpt zich dan ook op of er geen uitbreiding moet komen van die databank. Moet niet gewoon ieders DNA bewaard worden zodat in elke zaak er naar een match gezocht kan worden?

Ieder mens heeft een uniek DNA profiel, en ongemerkt wordt dit DNA op allerlei plaatsen achtergelaten in de vorm van haren, miniscule bloeddruppels en zelfs huidschilfertjes. In het geval van Christel Ambrosius werd er een DNA profiel gevonden van een man in drie verschillende sporen; drie haren, een bloeddruppeltje in Christels ondergoed en een spermadruppel op haar been. Veertien jaar lang was onduidelijk van wie dit DNA was. Maar in 2005 kwam daar met de aanhouding van de nu 33 jarige man uit Delft verandering in. Na aanvankelijke weigering, werd hij door de rechter verplicht DNA af te staan, hetgeen begin dit jaar gebeurde. Sinds 2005 is de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden van kracht. Deze wet houdt in dat DNA profielen van personen die zijn veroordeeld voor een strafzaak waar 4 jaar of meer voor staat, worden opgenomen in de DNA databank. Dus alleen als je een ernstig misdrijf hebt gepleegd, kom je DNA in die databank. Inmiddels staan er 53000 profielen in de databank.

Vervolgens wordt dat DNA vergeleken met DNA verkregen uit sporen op plaatsen van misdrijven. Daarvan zitten er op dit moment 35000 profielen in. Het DNA-profiel van de aangehouden verdachte in de Puttense Moordzaak matcht volledig met het DNA profiel van de aangetroffen sporen op het lichaam van Christel. De kans dat dit toevallig is, is 1 op 1 miljard. Met andere woorden; de haren, het sperma en de bloeddruppel zijn zonder twijfel van de aangehouden verdachte. Een prachtig resultaat dus voor de databank. Waarom wordt niet van iedereen DNA afgenomen en in die databank gestopt? Het zou immers veel onopgeloste zaken (denk bijvoorbeeld aan Marianne Vaatstra) oplossen!

Maar er schuilt ook een gevaar in. Stel je eens voor dat je toevallig een dag voor of enkele uren voor een gruwelijke moord op de plaats delict bent geweest. En dat er een haar van jou is achtergebleven. Verklaar dat dan maar eens. Je moet oppassen voor omgekeerde bewijslast. Want bewijzen dat je iets niet hebt gedaan is vaak ingewikkelder dan bewijzen dat je iets wel hebt gedaan. en alleen een DNA spoor van jou op het plaats delict hoeft niet te bewijzen dat je iets met het geweldsdelict te maken hebt. Hooguit dat je er bent geweest. Ik ben er dus nog niet over uit of ik vrijwillig mijn DNA af zou staan voor een databank. Natuurlijk heb ik niks te verbergen, maar een foutje zit ook bij justitie in een klein hoekje. Vraag maar aan Wilco Viets en Herman Dubois.