Oudere bestuurders die gevaarlijk rijden, maar geen fysieke aandoening hebben die dit kan verklaren, mogen vaak zonder aanvullende rijtest doorrijden. Medische adviseurs bij het CBR vinden dit onverantwoord, maar worden niet gehoord.

Als de politie een oudere bestuurder van de weg haalt vanwege gevaarlijk rijgedrag, dan wordt diegene doorgestuurd naar het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR). Daar worden vervolgens testen gedaan om te bepalen of de chauffeur in kwestie nog in staat is om veilig te rijden. Maar oudere chauffeurs die gevaarlijk hebben gereden worden in eerste instantie alleen medisch gekeurd.

Te weinig verstand van rijgedrag

Medisch adviseur Wim van Os, die 23 jaar bij het CBR werkte, vindt dit een slechte zaak. "Mensen komen niet voor niks bij ons, ze hebben echt gevaarlijk rijgedrag vertoond. Als mensen vervolgens goed uit een medische keuring komen, kunnen wij als medische adviseurs in principe nog steeds een rijtest opleggen. Maar we worden geacht om dit niet meer te doen, behalve als de neuroloog die de medische keuring heeft gedaan hier expliciet om vraagt.

Volgens Van Os vinden ook de betrokken neurologen deze situatie niet wenselijk: "Het is niet hun expertise, ze hebben te weinig kennis van gevaarlijk rijgedrag om dit te kunnen bepalen."

info

Wet gewijzigd

De wetgeving die deze procedure regelt is een paar jaar geleden gewijzigd, waardoor oudere chauffeurs met gevaarlijk rijgedrag in eerste instantie alleen een medische keuring krijgen. Ze hoeven geen rijtest te doen. Als bij de medische keuring geen lichamelijke reden gevonden wordt, zoals slechtziendheid of beginnende dementie, dan mogen mensen meestal gewoon weer doorrijden.

'Zeker 1 per week'

Het gevolg hiervan is dat mensen die gevaarlijk rijgedrag hebben vertoond geregeld zonder rijtest weer de weg op mogen. Van Os vertelt dat het om zeker een geval per week gaat. "Dat betekent dus dat er elk jaar zo'n 50 of 60 personen weer de weg op mogen die een gevaar voor zichzelf en anderen kunnen vormen. Dat lijkt misschien niet zoveel, maar laat jouw kind of jouw partner maar net in de buurt zijn als zo iemand de wegen onveilig maakt. Het is gewoon gevaarlijk."

Van Os heeft geprobeerd dit probleem aan te kaarten binnen het CBR. "Ik heb met verschillende leidinggevende gesproken over mijn zorgen, maar ik kreeg nul op rekest. Daarmee kom je wel in gewetensnood. Want als die mensen de rijtest wél hadden gehad, waren ze waarschijnlijk niet meer de weg opgekomen", zegt Van Os.

Rijtest is het minste

Volgens verkeerspsycholoog Gerard Tertoolen is het absoluut niet zo dat ouderen per definitie brokkenmakers zijn: "Maar naarmate je ouder wordt, gaan sommige functies achteruit. Bijvoorbeeld reactievermogen, of je aandacht wisselen tussen twee dingen, maar ook je zicht en gehoor, dat neemt allemaal wel af."

Ook al wordt er in het ziekenhuis door de neuroloog geen dementie of een andere aandoening vastgesteld, dan kan er volgens Tertoolen wel degelijk iets aan de hand zijn waardoor het rijgedrag beïnvloed wordt. "Er zijn een heleboel aanpassingen mogelijk, maar om iemand zomaar weer zonder rijtest in de auto te laten stappen? Dat vind ik echt een hele kwalijke zaak. Als iemand op het matje is geroepen door aantoonbaar gevaarlijk rijgedrag, is een rijtest wel het minste wat je mag verwachten."

Opfriscursus

Ouderen die geen ongelukken hebben veroorzaakt maar zelf merken dat de rijvaardigheid minder worden, kunnen naar een opfriscursus. "En ook daar moet meer aandacht zijn voor het praktische gedeelte", zegt Tertoolen.

Van Os pleit ervoor de oude regelgeving weer in te voeren, met de verplichte rijtest. Hij heeft per afgelopen juni zijn werkzaamheden voor het CBR neergelegd en treedt per 1 januari uit dienst. Ze gaan niet als vrienden uit elkaar. "Nee, niet echt nee", sluit Van Os af.

Lees ook

Wim van Os, officieel nog werkzaam voor het CBR en verkeerspsycholoog Gerard Tertoolen in gesprek in Radio EenVandaag