De nieuwe sprinters van de NS kampen met storingen en vallen meerdere keren per dag stil op het spoor. Het is het zoveelste incident in Nederland waarbij een vervoersbedrijf te maken krijgt met kuren van een nieuwe aankoop.

Waarom gaat het zo vaak mis? Volgens journalist Jos Verlaan komt dat onder meer door het gebrek aan kennis over aanbestedingen bij de vervoersbedrijven. Hij volgde begin deze eeuw de dramatische ontwikkelingen rondom de aankoop van 155 tramstellen door het Amsterdamse vervoersbedrijf GVB.

'Een echte show'

Verlaan: "De trams werden met veel bombarie gepresenteerd. De GVB bestond 100 jaar en de toenmalige directeur wilde er echt een show van maken."

De Combino-trams zouden een grote vooruitgang zijn op de oude modellen. Zo werd de lagevloertram geïntroduceerd, waardoor instappen voor minder valide mensen makkelijker werd, en hadden alle trams een elektronisch scherm waarop de reisinformatie te zien was.

Roest in de vloeren en lekkende daken

Al snel bleek er veel mis te zijn met de Combino. Amsterdammers klaagden massaal over de geluidsoverlast die de trams zouden veroorzaken. Vervolgens bleken er haarscheurtjes te zitten in de tussendeuren en de bodemplaten van de trams.

"De problemen bleven zich maar opstapelen", zegt Verlaan. "Uiteindelijk zijn alle toestellen in 2004 naar een Duitse fabriek gestuurd voor reparaties, waar Siemens voor betaalde. De trams zouden 30 jaar meekunnen." Niets bleek minder waar, in 2017 schreef het Parool dat GVB bijna 20 miljoen euro moest reserveren voor extra onderhoud van alle 151 Combino's, wegens ernstige roest in de vloeren en lekkende daken.

NRC-journalist Jos Verlaan vertelt in Radio EenVandaag waarom Nederlandse vervoersbedrijven zo vaak in de problemen komen.

Gebrek aan ervaring en kennis

Verlaan denkt dat het mis ging bij de aanbesteding van de Combino en wijt dat aan het gebrek aan ervaring en kennis bij het kleine GVB. "Wat mij ook enorm verbaasde was de bereidwilligheid om met andere vervoersbedrijven samen te werken. Die was er niet. Zo had Rotterdam ook nieuwe trams nodig. Siemens beloofde zelfs kwantumkorting te geven als beide partijen zouden afnemen."

Toch zagen het Rotterdamse vervoersbedrijf RET en het Amsterdamse GVB een samenwerking niet zitten. "Dan krijg je eigenlijk vervoersbedrijven die qua volume te klein zijn om een aanbestedingsprocedure kwalitatief tot een goed einde te brengen. Dan krijg je dus gerommel", concludeert Verlaan.

Uithoflijn

Zo ziet Verlaan het nu ook mis gaan met de tramlijn in Utrecht naar de Uithof en tramlijn De Hoekse Lijn in Rotterdam. "Beide partijen hebben materieel aangeschaft bij dezelfde afnemer, en dan zou het logisch als ze samen zouden optrekken en toch gebeurt het niet omdat de schotten te hoog zijn."

Lees ook

Er wordt volgens Verlaan dan ook langer gepleit voor een centraal punt bij het ministerie van Infrastructuur waar kleine, regionale vervoersbedrijven expertise in huis kunnen halen, die ze zelf niet hebben en die na jaren weer verloren gaat.