Huwelijken gaan niet altijd over rozen: de kans dat ze eindigen in een echtscheiding is volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) tegenwoordig zelfs 40 procent. Bij lesbiennes is de kans dat een huwelijk op de klippen loopt het grootst: die scheiden het meest. Dat zei Jelle Martens, van stichting Meer dan Gewenst, in het Radio 1-programma Nieuws en Co. Maar klopt dat wel? We zochten het uit in 'Feit of Fictie'.

Lies van Dalen is relatietherapeut. Volgens haar gaan lesbische vrouwen om uiteenlopende redenen vaker uit elkaar dan andere koppels. "Over het algemeen zijn vrouwen verbaal wat sterker en communicatief wat vaardiger. Twee vrouwen bij elkaar leidt dan eerder tot conflicten", aldus Van Dalen. "Daarbij lopen ruzies hoger op en kan dat een reden zijn waarom ze eerder uit elkaar gaan."

CBS: 30 procent vrouwenkoppels na 10 jaar gescheiden

Huwelijken tussen hetzelfde geslacht zijn in Nederland officieel toegestaan sinds 2001. Het CBS publiceerde in 2015 cijfers over het aantal scheidingen in Nederland tussen 2005 en 2015. Jan Latten, hoofddemograaf bij het CBS en bijzonder hoogleraar sociale demografie aan de UvA, bevestigt dat huwelijken tussen vrouwen vaker uitlopen op een echtscheiding. "30 procent van de vrouwenparen die trouwden in 2005 waren in 2015 gescheiden. Bij heteroparen was dat 18 procent en bij mannenparen ging 15 procent uit elkaar. Dus de vrouwenparen zijn wel toppers in scheiden." Latten kan redeneren waarom het percentage echtscheidingen bij vrouwenkoppels zo hoog ligt, maar echt bewijs heeft hij niet. "Wij hebben ook onderoek gedaan naar intiatieven om te trouwen en ook initiatieven om echtscheidingen aan te vragen. Wat je ziet is dat vrouwen vaker het intiatief nemen om te trouwen, vaker dan mannen. Ze nemen ook vaker het initatief om te scheiden. Je zou dus kunnen redeneren: twee vrouwen bij elkaar zorgt voor een verdubbeld effect." 

Conclusie

Het klopt dat lesbische huwelijken vaker uitlopen op een echtscheiding. Bij een onderzoek van het CBS uit 2015 bleek dat binnen tien jaar tijd 30 procent van de stellen niet meer bij elkaar was, terwijl dat percentage bij hetero- en (mannelijke) homoparen lager lag.