Minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid trekt 200 miljoen euro uit om boeren in, vooral uit Brabant en Gelderland, te helpen met stoppen. De minister wil dat in deze gebieden met veel vee er een sanering en verduurzaming van veehouderijen wordt ingevoerd. De boeren die hun hoofd niet boven water krijgen gehouden en dus willen stoppen kunnen zich in het voorjaar van 2019 melden.

Volgens minister Schouten wordt er hiermee een flinke stap gezet naar het terugdringen van de geuroverlast en neemt naar verwachting het aantal varkens af. “We zitten nu in een soort stilstand waarin er niet zoveel gebeurt. Dat is jammer, want we kunnen op een innovatieve manier de dieren houden, maar dan moet er wel geïnvesteerd worden.”

Boeren kunnen kiezen: stoppen of innoveren

De 200 miljoen worden in twee delen verdeeld. Twee derde van het totale bedrag is voor het begeleiden van boeren die stoppen. Het resterende bedrag is voor de verduurzaming van varkenshouderijen in het gebied.

Boeren hebben geen geld voor hypermoderne stallen

Minister Schouten is in elk geval blij dat dit hoofdlijnenakkoord ook door de sector en de provincies wordt omarmd. “We zien dat een aantal varkensboeren vastzit in een situatie waarin we vragen dat ze hun stal up-to-date brengen, maar de boeren hebben daar geen geld voor. Tegelijkertijd is het lastig om te stoppen omdat er bijvoorbeeld niemand is die het bedrijf wil overnemen.”

De Coalitie Vitalisering Varkenshouderij laat aan EenVandaag weten welwillend tegenover het hoofdlijnenakkoord ‘Warme Sanering Varkenshouderij’ te staan. Om de gedeelde doelen daadwerkelijk te realiseren, vragen ze de minister wel om concretisering op twee punten: echte vermindering van overlast en duidelijkheid over behoud van het fosfaatplafond.