Mag een jihadist op het witte doek vrijuit vertellen over zijn drijfveren, zonder voice-overs of kritische vragen? Is dat geen verkapte propaganda?

De Franse regering vindt dat de makers van de documentaire ‘Salafistes’ de grenzen van journalistieke vrijheid zodanig hebben overschreden, dat de film het stempel ‘18 jaar en ouder’ heeft gekregen. Daardoor mag de documentaire slechts op enkele plekken  worden vertoond. Ook hebben de makers een fragment moeten verwijderen en mag de film alleen worden vertoond met een waarschuwing. De laatste keer dat de Franse overheid censuur toepaste was tijdens de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog in de jaren ‘50.

Volgens het Nationaal Centrum van Cinematografie tast de film de ‘menselijke waardigheid’ aan. Een filmfestival in Biarritz lastte de voorvertoning om die reden min of meer af. Alleen journalisten mochten de documentaire zien.

'Onbegrijpelijk'

EenVandaag spreekt met de documentairemakers Francois Margolin en Lemine Ould Salem, die over een periode van drie jaar met gevaar voor eigen leven deze documentaire maakten. De houding van de Franse overheid vinden zij onbegrijpelijk:

‘De jihadisten weten goed wie wij westerlingen zijn en hoe we denken. Sommigen hebben hier gewoond. Wij wilden te weten komen wat zíj denken. Ik vind dat mensen dat moeten weten.’

De makers geven toe dat het kijken naar ‘Salafistes’ geen pretje is, maar zeggen bewust te hebben gekozen voor een stijl zonder voice-overs, waardoor je als kijker eigenlijk alleen bent met de jihadisten.

Ook spreken we met Omar Ramadan, radicaliseringsdeskundige en directeur van Radar Advies. Met hem kijken we de documentaire en we vragen hem of de zorgen van de Franse overheid terecht zijn en of deze benadering ook in Nederland gewenst is.