Het is al meer dan tien jaar geleden dat orkaan Katrina een spoor van verwoesting achterliet in de Amerikaanse staat Louisiana. Met windsnelheden tot 204 kilometer per uur bleef niets of niemand veilig. 

Het natuurgeweld kostte aan 1.800 mensen het leven en liet honderdduizenden mensen dakloos achter. De schade: 55 miljard euro. De gouverneur noemde het destijds “erger dan onze ergste vrees.”

In de straten van New Orleans blijft de herinnering aan deze ramp goed zichtbaar: nog altijd zijn er die verlaten, dichtgetimmerde huizen, maar inmiddels is er ook een spiksplinternieuwe dijk en kunnen toeristen zelfs een ‘Katrina tour’ boeken.

Toch zit het trauma dat veel inwoners van Louisiana voor altijd met zich meedragen niet eens zo zeer in de verwoesting en de wetenschap dat er ooit een volgende orkaan kan gaan komen. De meest pijnlijke herinnering rust in wat er gebeurde in de dagen na Katrina.

Arme bevolking bleef achter

Waar een groot deel van de inwoners op tijd weg wist te komen, was het vooral de arme, zwarte bevolking die achterbleef. Overgelaten aan hun lot. Terwijl de wind ging liggen en het water begon te zakken, kwam de hulpverlening nauwelijks op gang. Het rampenplan faalde uiteindelijk volledig.

Op televisie waren beelden te zien van mensen die een noodkreet schreven op het dak van hun ondergelopen huis. In het stadion van New Orleans zaten meer dan 25.000 man bij elkaar in mensonterende omstandigheden: er was een gebrek aan water, voedsel en toezicht. De beelden uit de Superdome gingen uiteindelijk de hele wereld over. Pas na dagen kwam de Amerikaanse regering in Washington in actie.

Een groot deel van de inwoners keerde na Katrina nooit meer terug. De wederopbouw kenmerkte zich door frustratie. De financiële steun die eerder werd toegezegd door president Bush bleef beperkt. Over deze moeizame periode spreken we met Jeff Hebert, loco-burgemeester van New Orleans. Na Katrina reisde hij meteen van New York terug naar zijn geboorteplaats New Orleans om te helpen. Uiteindelijk vertrok hij er nooit meer en zette hij zich jarenlang in voor de wederopbouw. 

Zwaar getroffen

Ook nu, 11 jaar na Katrina, is nog niet alles terug bij het oude. Een van die plekken is de Lower Ninth Ward, een zwarte wijk in New Orleans die het zwaarst werd getroffen. Vorig jaar opende Burnell Colton er de allereerste supermarkt. De veteraan probeert door zelf zijn handen uit de mouwen te steken zijn buurt weer nieuw leven in te blazen. Verslaggever Tom van ‘t Einde gaat langs in zijn winkel. 

Waar wel verandering in is gekomen zijn de waterkeringen, die moeten voorkomen dat de schade ooit nog zo groot gaat worden. Hierom heeft de wederopbouw een Nederlands tintje gekregen. We gaan in New Orleans op pad met Roelof Stuurman, ingenieur van Deltares. Hij werkt al jaren in de Verenigde Staten om te zorgen dat New Orleans bij een volgende orkaan storm-proof is.  

Bekijk hier enkele beelden terug van de ramp: