Guido van Rijn stond in de jaren zeventig voor de klas, Jan van de Ven geeft nu les aan basisschoolkinderen. Wat vinden zij, was vroeger alles beter? 

Drie jaar geleden ging hij met pensioen, maar als Van Rijn het Kennemer Lyceum in Overveen binnenloopt begint zijn ‘onderwijshart’ meteen weer te kloppen. “Ik mis de kinderen ontzettend en zou graag nog wat lesjes willen geven. Gelukkig heb ik nu vier kleinkinderen, dat verzacht de pijn.”  Hij was docent Engels op de middelbare school, net als zijn vader. “Lesgeven is een prachtig vak, het mooiste dat er is.” 

Eerlijk salaris

Op de Josefschool in Overloon geeft Jan van de Ven les aan groep 7/8. Dat daar vroeger gescheiden les werd gegeven aan meisjes en jongens is nu bijna niet meer voor te stellen. “Je had hier een jongensgedeelte, het Jozefgebouw,  en een meisjesgedeelte, het Mariagebouw. Dat is nu in deze tijd totaal anders.“ Van de Ven houdt van zijn vak: “Het is het mooiste vak van de wereld en daarom ook zo ontzettend waard om ervoor op te staan.” 

Hij maakt zich zorgen over de werkdruk en het salaris van docenten en startte daarom samen met een aantal andere leraren de vakbond POinactie gestart. “Van passie en roeping brandt de kachel thuis niet, kun je je hypotheek niet betalen en ook je kinderen niet laten studeren."

En met succes: inmiddels hebben 40.000 meesters en juffen zich hierbij aangesloten en heeft het kabinet 270 miljoen extra toegezegd. Maar er is nog een stap te maken: “En dat is een eerlijk salaris te bieden dat gelijk is aan onze collega’s in het voortgezet onderwijs.”  

Van ‘u’ naar ‘je’

Het gaat ook Van Rijn aan het hart dat de positie van de leraar is verslechterd. “Een onderwijzer of een leraar die had status, die zat bij de dominee en de notaris op een rij. Dat aanzien is enorm afgenomen."

Docenten werden vroeger nog met u aangesproken en werden nooit bij de voornaam genoemd. “Ik word ook vaak met Jan of meester Jan aangesproken. Ik denk dat de autoriteit vooral moet blijken in de klas hoe je met de kinderen omgaat en niet hangt aan de titel die je krijgt,” zegt Van de Ven. 

Beeldcultuur

Van Rijn ziet nog een verschil met vroeger: kinderen lezen veel minder en kijken vaker tv. "Het eindresultaat is dat we nu zo’n beeldcultuur hebben, dat alles gericht is op plaatjes. Kinderen lezen geen boek meer met letters. Daardoor neemt de oppervlakkigheid toe.“ 

De oplossing is volgens Van de Ven dat ouders veel vaker samen lezen  met hun kinderen. “Lees iedere avond met je kind, dat is het makkelijkste wat er is.”