De doodgravers van Hengevelde, Frans Blokhorst en Bennie Rupert, houden het voor gezien. Samen hebben ze wel honderd graven gedolven. Een opvolger is nog niet gevonden.

Bennie Rupert en Frans Blokhorst, 69 en 70 jaar, werken lang als bouwvakker. Als ze met pensioen gaan, worden ze gevraagd als grafdelver in hun dorp Hengevelde. "Je moet er even over nadenken. Toen zei Bennie: als jij het doet, doe ik het ook", vertelt Blokhorst. Als vrijwilligers hebben ze ruim 10 jaar het werk als grafdelver op zich genomen.

'Je graaft je eigen graf'

Een opvolger hebben ze nog niet. Het delven wordt steeds vaker een pittige klus. "Als je twee en een half uur moet graven, ben je helemaal kapot. De dag erop moet je het gat weer dichtmaken. Als je er drie in een week hebt, graaf je je eigen graf", aldus Blokhorst.

Nu dreigt het beroep uit te sterven. Hoe kan dat? "Ik ben op mijn 60ste met pensioen gegaan, met de VUT. Dan ben je nog jong en kan je dit werk nog doen. Maar als je moet werken tot je 67ste, dan zie je het niet zitten om dit werk te doen. Zo zit het, denk ik", zegt Rupert.

Lees ook

Vrijwilligers die samenleving draaiende houden

Het probleem om nieuwe grafdelvers te vinden, is op meer plekken actueel. Naast Hengevelde, worden ook in Reutem, Tilligte, Albergen en Hellendoorn graven met de hand gedolven. Rupert en Blokhorst staan volgens burgemeester Ellen Nauta symbool voor iets groters: vrijwilligers die de samenleving draaiende houden.

Ze noemt de vrijwilligers onmisbaar voor de gemeenschap: "Ze zijn het cement. Zonder vrijwilligers kunnen we niks opbouwen. Ze zijn hier heel plichtsgetrouw en nemen het werk heel serieus. Het is bijna een baan. Als zij allemaal zouden wegvallen, dan hebben we een probleem."

Meer dan honderd graven

Samen groeven Rupert en Blokhorst meer dan honderd graven. Ze hopen dat er uiteindelijk toch nog opvolging komt. Is dat ook zodat ze er zelf, uiteindelijk, kunnen komen te liggen?

"Nee, ik niet. Mijn vrouw zegt ook: liever een crematie", aldus Blokhorst.