Het debat over de mogelijke komst van een azc of een noodopvang voor asielzoekers zorgt vaak voor flinke reuring binnen een gemeente. Ook op sociale media wordt het debat vaak op felle toon gevoerd. Wat mag wel en wat mag niet?

Bij verschillende Twitteraars of Facebookgebruikers stond het afgelopen jaar een politieagent op de stoep naar aanleiding van uitlatingen die zij op sociale media hadden gedaan. Om haatzaaiïng en opruiïng te voorkomen houdt de politie sociale media in de gaten. Zij proberen mensen ervan bewust te maken dat hetgeen dat ze posten grote impact kan hebben.

Maar waar ligt de grens? Als de politie Facebook in de gaten blijft houden en mensen beperkt in wat men op internet zet, gaat dat dan ten koste van de vrijheid van meningsuiting?

In EenVandaag een gesprek met Huub Bellemakers. Hij verstuurde onderstaande tweet. Met zijn tweet wilde hij op een grappige manier een verband leggen tussen een verloren voetbalwedstrijd en reacties op asielzoekers in Woerden. Toen de politie dit bericht zag, werd er besloten om Bellemakers een bezoekje te brengen. Er was, zo legde een woordvoerder van de politie uit, geen link in het bericht gevonden tussen het voetbal en de azielzoekers en daarom achtte de politie het nodig Bellemakers een bezoekje te brengen.