Op de Filipijnen, en met name in de kuststad Tacloban, waar 4000 mensen zijn omgekomen door de tyfoon Haiyan, is na precies een week sprake van chaos en anarchie: er wordt geplunderd, lijken liggen nog op straat en noodhulp komt niet altijd op de plek terecht waar het terecht moet komen. 

Donderdag bevestigden de Verenigde Naties de dood van 4460 slachtoffers in de Filipijnen. Dat betekent dat het aantal slachtoffers sterk is gestegen in vergelijking met woensdag. Toen was het officiële dodental volgens de Filipijnse autoriteiten nog ongeveer 2275.

Ongeveer 12 miljoen mensen zijn getroffen door de bijzonder zware tyfoon. Zo'n 920.000 mensen hebben hun huis moeten verlaten.

Een konvooi met hulpgoederen voor 25.000 mensen van het Rode Kruis is inmiddels aankomen in de zwaar getroffen stad Ormoc op eiland Leyte. De organisatie gebruikt legerhelikopters en brommers om de slachtoffers te bereiken. Hoe krijgen de overlevenden de hulp die nodig is? EenVandaag-verslaggever Willem-Jan Bloem gaat op pad met Merlijn Stoffels van het Rode Kruis. Kun je wel hulp bieden als bendes het werk onmogelijk maken? Stoffels blogt:

Mannen met grote messen eisen hun benzine en voedselpakketten op. Met hulp van lokale autoriteiten weten ze te ontsnappen en kunnen ze hun auto’s verstoppen in een grote loods met bewaking eromheen.

Daarnaast is er maandag een grote televisie-actie om mensen te bewegen om geld te doneren aan Giro 555. Waarom geven we wel of niet, en heeft bijvoorbeeld de commotie rond Haïti (waar een jaar na de aardbeving bleek dat meer dan de helft van het hulpgeld uitgegeven werd aan transport, salarissen van lokaal en internationaal personeel en logistieke kosten) ertoe geleid dat mensen nu niet aan de Filipijnen willen geven? Wat is eigenlijk de geschiedenis van dit soort grote acties en hoe doen wij Nederlanders het ten opzichte van andere landen?