De Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb vindt dat de Nederlandse regering haar excuses moet uitspreken voor ons slavernijverleden. Dat deed hij naar aanleiding van Ketikoti: de Surinaamse emancipatiedag waarop de afschaffing van de slavernij wordt gevierd.  “Ik roep het kabinet op definitief een punt te zetten achter een donkere pagina in de Nederlandse geschiedenis.” Of de Nederlandse regering haar excuses moet aanbieden is al twintig jaar onderwerp van discussie.

Ook nu is lang niet iedereen het eens met burgemeester Aboutaleb. Geert Wilders noemt het voorstel via Twitter bijvoorbeeld “knettergek”.

De discussie is niet nieuw

De discussie over excuses voor het slavernijverleden van Nederland is niet nieuw. Twintig jaar geleden werd er al publiekelijk gedebatteerd over de vraag of we sorry moesten zeggen. Die discussie waaide destijds over vanuit de Verenigde Staten, nadat Bill Clinton zijn excuses had aangeboden in Oeganda.

Bijna tien jaar geleden vroeg Gijs Rademakers aan het EenVandaag Opiniepanel of de Nederlandse regering excuses moest maken aan Suriname voor ons slavernijverleden. Toen gaf slechts 39% van de deelnemers aan dat Nederland haar excuses zou moeten aanbieden.

Excuses aanbieden kan geld kosten

Als het kabinet excuses zou aanbieden voor het slavernijverleden, dan zou dat wel juridische gevolgen kunnen hebben. Advocaat Geert-Jan Knoops legt uit: "Excuses aanbieden is nog niet hetzelfde als het erkennen van de aansprakelijkheid in juridische zin. Maar als je eenmaal excuses aanbiedt of spijt betuigt kan dat wel een aanwijzing zijn. De andere kant kan dat gebruiken in een mogelijke procedure tot aansprakelijk stellen."

Als Nederland aansprakelijk gesteld zou worden voor het slavernijverleden, zouden nabestaanden van slachtoffers mogelijk enorme schadeclaims kunnen eisen. In 1999 eiste een speciale Afrikaanse commissie bijvoorbeeld 777.000.000.000 dollar van westerse landen. 

Kabinet betuigt spijt, maar biedt geen excuses aan

Het kabinet is in ieder geval niet van plan om binnenkort haar excuses aan te bieden. De politici houden het voorlopig bij de woorden van Lodewijk Asscher, destijds minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. “Ik sta hier namens de Nederlandse regering en kijk terug op deze schandvlek in onze geschiedenis. Ik kijk terug en betuig diepe spijt en berouw over hoe Nederland is omgegaan met de menselijke waardigheid”, zei Asscher vijf jaar geleden bij de herdenking van de afschaffing van slavernij.

Wel een spijtbetuiging dus, maar geen excuses. Daar zal het voorlopig bij blijven als het aan het kabinet ligt.