De Europese Unie (EU) blijft achter haar werk staan in de strijd tegen nepnieuws. Nederlandse media als Radio 1, TPO, GeenStijl en De Gelderlander zouden nepnieuws of desinformatie brengen. Die beschuldiging, afkomstig van EU-organisatie EU vs. Disinfo, kwam vorige week vanuit het niets. De opname in de database van EU vs. Disinfo leidde tot een hoop commotie en discussie over wat nu wel of geen ‘fake nieuws’ is.

EenVandaag zocht contact met EU vs. Disinfo, maar de leden van het team mogen niet praten met de pers. De club is gevestigd in het pand van de EEAS, de Europese Dienst voor Extern Optreden, in Brussel. Ze werken met een budget van ongeveer één miljoen euro en vallen onder Europees Commissaris Federica Mogherini.

Eenzijdige informatie? ‘Dat is desinformatie’

EU vs. Disinfo werkt samen met vierhonderd ‘experts’ door heel Europa. Dat netwerk levert nieuwsberichten aan, die vervolgens gecheckt worden door de mensen die voor EU vs. Disinfo werken. Zij hanteren een vrij simpele regel: als een bericht ‘eenzijdige informatie, onjuiste feiten, of informatie die afkomstig is van of in lijn staat met Kremlin-boodschappen’ bevat, dan kwalificeert het al snel als desinformatie.

Zo kon het gebeuren dat een stuk van Chris Aalberts op TPO datzelfde stempel kreeg: desinformatie. In het artikel parafraseert Aalberts een spreker, Stefan Huijboom op een evenement van FvD: Onpartijdige media bestaan in het land niet, oligarchen hebben enorme macht, een verzetsleger wat in de Tweede Wereldoorlog honderdduizend Poolse Joden de dood in joeg wordt nog steeds aanbeden.EU vs. Disinfo concludeert: dit is desinformatie. “Het artikel lijkt alleen gericht te zijn op het verslechteren van het imago van Oekraïne in aanloop naar het Nederlandse referendum over de associatieovereenkomst.”  

‘Media moeten vrij kunnen informeren’

Dat een orgaan van de EU dergelijke conclusies trekt is schadelijk, vindt universitair docent journalistiek Alexander Pleijter. “De EU is wat mij betreft niet de aangewezen club om dat te doen. Geen enkele overheidsorganisatie zou zich moeten willen bezighouden met het benoemen van media als verspreiders van desinformatie. De media moeten vrij kunnen informeren”, stelt hij.

Daarnaast is Pleijter niet te spreken over de manier van factchecken die EU vs. Disinfo hanteert. “Er worden weinig bewijzen geleverd, er wordt alleen gesteld waarom die club vindt dat het desinformatie is. Bij een goede factcheck laat je zien wat er niet klopt, dat onderbouw je met bewijs. In dit geval slaat het dus nergens op en dat is meteen het verontrustende. Als je dit al doet, doe het dan op de juiste manier.”

‘Het is geen aanval op journalisten’

EU vs. Disinfo mag zelf dus niet praten met de pers. Roland Freudenstein, beleidsdirecteur bij het Martens Centre (de Europese denktank van de Christen-Democraten in het Europarlement), kent de organisatie goed. Hij vindt het juist heel belangrijk dat de EU zelfstandig actie onderneemt tegen nepnieuws.

De EU moet zich verdedigen tegen de agressieve desinformatiecampagne van het Kremlin. Die taak hebben ze gekregen van het Europarlement. Het is een juiste taak, een die we serieus moeten nemen”, zegt hij. “Als media meegaan in Kremlinframes, dan moet dat gemeld worden. Daarmee is het geen aanval op media of journalisten, maar wel op de onjuiste informatie die ze soms verspreiden. Daarmee spelen ze het Kremlin namelijk in de kaart.”

Onrust in de Tweede Kamer over beweringen EU-werkgroep. Nederlandse media zouden Russische propaganda doorgeven