De Beatles-flip, daar doet het me aan denken, in 1963 toen opeens iedereen overstag ging en Beatles fan werd.’ De immense locker room van mijn YMCA sportschool, 14e straat, twee blokken vanwaar ik woon, de ochtend na de Iowa caucuses (altijd meervoud). Ik schat hem in de zestig en spiernaakt rondlopend legt hij mij Obamania uit: Amerika kan eindelijk weer eens trots zijn op zichzelf: het blanke, boerse Iowa heeft de ‘black kid uit Chicago’ goedgekeurd. Nu de rest van Amerika nog.

Afgelopen vrijdag was één van die zeldzame momenten dat iedereen in New York over hetzelfde praat: mijn Libanese koffieman in zijn karretje, hoek 16e straat en Fifth Ave zegt: ‘Obama: goed voor wereld’, bij de ‘free weights’ in de sportschool hoor ik Obama en diens sleutelwoord ‘change’ en in de ‘stretch room’ strekken twee keurige dames zich eens lekker uit en giechelen over Barack, als fantaserend over een gewenste ‘interracial affair’. Opvallend hoe door haar New York de Obama liefde zweeft en de Clinton weerzin walmt.

Max Westerman vertelde me ooit dat Amerika de slechtste televisie maakt – maar ook de beste. En die eerste voorverkiezingsavond was smullen: alle netten hadden hun beste analisten naar voren geschoven en toen duidelijk werd dat ‘the kid’ ging winnen bleven de historische vergelijkingen niet lang uit: ‘de nieuwe Robert Kennedy!, ‘FDR in ’32 die het wint van Hoover!’, ‘Deze man uit Kenia, Indonesië en Hawaï is een Godsgeschenk.’ Na zeven jaar Bush is het geschiedenismoment voor de analisten voelbaar, evenals de vileine opluchting onder hen dat Hillary er in ieder geval voor zal moeten knokken: ‘She is fighting history’, en dat is moeilijk, was de consensus. Inspiratie zou het hebben gewonnen van organisatie en de Clintons (beschreven als clan/maffia-machine en immer als duo en niet meer als kandidaat Hillary) waren volgens hen een versleten machine, vermoeid als de grauwe wallen onder Bill’s ogen.

Enkele weken voor Iowa had ik al een vermoeden van de Clinton vermoeidheid. ‘I am afraid at night’, vertelde een bevriende reporter die voor de Washington Post de campagne van Hillary Clinton volgt. ‘Ik loop nooit meer alleen langs een doodlopende steeg’, bang dat ze was dat de Clinton-campagne haar iets aan zou doen vanwege een kritisch stuk in de krant. Zo vijandig staat de publiciteitsmachine van Hillary en haar staf tegenover de pers. ‘Ze haten de media,’ zegt ze, refererend aan zowel Bill als Hillary. ‘Ze verachten ons.’

Obama als de vijfde Beatle in ’63 met als inspiratie RFK (diens campagnemotto: The Impossible Dream) en het sixties ‘generational’ gevecht tussen oud en nieuw net als toen. Het einde van Kennedy’s campagne in de keuken van het Ambassador Hotel in LA in ’68 wordt gemakshalve even verzwegen. Kijken of the kid de aanval van de Clintons in New Hampshire overleeft.

Michiel Vos