Op zoek naar het gewone. We zijn totaal in de war. Want waar is dat gewone, de nuance of het alledaagse? Laten we eerlijk zijn, een journalist die bericht over het gewone vertoont feitelijk tegennatuurlijk gedrag. Het ongewone, het afwijkende, dát heeft nieuwswaarde. Zo wordt het geleerd op de journalistenopleiding. Het gewone vinden we nu blijkbaar zó ongewoon dat het waarschijnlijk juist daarom plots een dominant nieuwsonderwerp is geworden. 

Het gezegde ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’, daarmee red je het niet meer. Wij zijn zo langzamerhand geobsedeerd door de overtreffende trap. Dat merk je al aan het taalgebruik. Bestel je iets in een restaurant dan eindigt de dialoog met de bediening steevast met: “helemaal goed”. Boeiend, leuk of mooi is geen oordeel. Bizar mooi, gaaf vet en super, dan begint iets ergens op te lijken.

Zo haalde  de advocaat Peter Plasman uitgebreid het nieuws met zijn plan een partij voor de Niet-stemmers op te richten. Nu denk ik eerlijk gezegd dat dit een opzetje van het VARA-programma Rambam is. Ik moet het nog uitzoeken. Maar Plasman kreeg volop airtime. Misschien is hij wel het voorbeeld van wat bij de kiezer, de gewone man, de burger, tot vervreemding en onthechting leidt. Zo snap ik dat  Geert Wilders er de pest in heeft dat zijn standpunten door de rechter op een weegschaal worden gelegd. Het is ook niet te hopen dat het de gewoonte wordt dat toespraken van politici door Justitie worden getoetst. Maar als Wilders het OM te kijk zet door te beweren dat “terroristen een bondgenoot hebben in het  Openbaar Ministerie”, stelt hij in principe de rechtsstaat ter discussie en vergeet hij en passant dat er een scheiding der machten is. Voor een volksvertegenwoordiger behoort dat tot de basiskennis. Het is een schreeuw om aandacht, en voedt het wantrouwen in het bestel. Benieuwd ben ik naar de verkiezingscampagne en of die schreeuw om aandacht het geloofwaardige van de politiek verdringt. Er ligt ook een taak voor de journalistiek. Natuurlijk moet er bericht worden over het onderscheidende en  moet er op een begrijpelijke manier over, van en voor iedereen bericht worden. Maar de aandacht voor het verrot schelden op Twitter, het klakkeloos overnemen van via Facebook verspreide leugens, het omarmen van tendentieuze, ongefundeerde en nodeloos kwetsende GeenStijl-journalistiek en de ziekelijke hang naar de alles overtreffende mening die geen enkel doel dient, is misschien iets om over na te denken. De gewone man is niet gek, maar onvoorspelbaar geworden omdat het gewone, dat wat klopt , haalbaar en geloofwaardig is, ver te zoeken is.