Gisteren werden 23 Nederlandse jongens in Hoofddorp Europees kampioen honkbal. Dat ging via een zinderend spannende wedstrijd tegen Spanje waarin de verdedigende aspecten van de sport tot in hoge kwaliteit werden vertoond.

Nou zou ik daar een hele verhandeling over kunnen houden, maar was dat het belangrijkste facet van alles?

Neen.

Was er meer?

Ja.

Wat te zeggen van de fantastische rollercoaster waarin speler Kalian Sams zich bevond. 

Zijn vrouw stond zaterdagavond, zoals hij zelf zei, “op springen” en Sams bracht de nacht bij haar door; hij wilde de geboorte van zijn eerste kind meemaken.

Toen de spelers zich warmliepen voor de finale, was er nog steeds geen kleine Sams in Den Haag en wist de manager van de ploeg, Steve Janssen, in ieder geval dat hij zonder zijn atletische, goed slaande verrevelder moest gaan spelen.

Of?

Op enig moment kwam het bericht door dat Dean Sams de wereldbevolking was komen versterken en dat de trotse vader, met werkelijk klotsende adrenaline in het lijf op Max Verstappen-achtige manier richting Hoofddorp kwam.

Oplettende televisiemensen lieten zelfs de binnenkomst van de kersverse vader bij het stadionnetje zien om, althans, in beeld, dit hele verhaal, compleet te maken.

Toen Sams een klein kwartier later zijn gezicht liet zien binnen het stadion werd hij bedolven onder applaus, hugs en liefdevolle woorden van alles en iedereen en was de spannende strijd nog steeds aan de gang.

In zijn eerste slagbeurt deed Sams wat waarschijnlijk ergens boven ons in een script was gezet: hij kwam onder een denderend applaus van alle aanwezigen aan slag (als nieuw ingebrachte speler) en sloeg meteen een honkslag.

Daarna gierde de wedstrijd via een enorme denkfout van Gianison Boekhoudt naar extra innings en zat de complete bezetting van het kleine doch fraaie honkbalstadionnetje met verbazing te kijken: hoe kon deze fout, met de Nederlandse ploeg op de rand van de overwinning, gemaakt worden?

Veel tijd om dat te analyseren of in ieder geval moreel gezien iets verstandigs ten opzichte van de betrokken speler te doen, was er niet omdat de wedstrijd nog steeds geen winnaar kende en iedere vezel van iedere speler strak als een kabel stond.

Het leverde in ieder geval interessante televisie op. Je zag de volkomen ontredderde speler in de dug-out, waar hij in een aparte, eigen wereld verbleef; de wedstrijd ging geheel aan hem voorbij. Ook dat zit in sport verpakt.

Net zoals het boze gebaar van coach Janssen die een object kwaad wegsmeet toen Boekhoudt zijn niet te verklaren faux pas maakte. De spanning bij eenieder, inclusief de coach, was zo hoogopgelopen dat dit soort beelden ineens goed zichtbaar werd en een sportwedstrijd veranderde in een psychologische snijtafel.

Dat hierna een knallende ontlading plaatsvond en een Oranje rondedans plaatsvond die zijn weerga niet kende, was fraai, prettig om mee te maken en werkte bevrijdend en ontspannend voor alle betrokken.

Het was aan mij om, redelijk snel (want zo werkt het immers bij de televisie, dus ook bij Ziggo) de belangrijkst betrokkenen voor de microfoon te krijgen, maar al direct had ik besloten Boekhoudt niet “en plein public” te confronteren met zijn denkfout. Dat zou journalistiek wellicht in orde zijn, maar menselijk gezien ook?

Ik vond van niet, had heel even oogcontact met de speler, schudde mijn hoofd en zocht een andere speler. Ik denk dat hij me begreep.

Zoals altijd in dit soort situaties is ieder zinvol gesprek nauwelijks mogelijk. Er wordt geschreeuwd, spelers spuiten elkaar met spuitchampagne vol, lachen, schreeuwen, omhelzen en zijn gewoon verschrikkelijk blij en woorden vliegen als losse projectielen door het avondzwerk.

Ik dacht er goed aan te doen naar de coach te gaan, die op dertig meter van me liep, maar ook dat was, zo zag ik, ineens een no-go, want iets zei me dat Janssen, die afgelopen week de dood van zijn oma meemaakte, niet bij stem of zinnen zou zijn, hetgeen ook klopte.

De technisch leidsman zocht, in de swingende, kolkende, zingende en dansende massa, naar iets van stilte of afzondering, maar dat bestond natuurlijk niet op het veld.

Ik zag de verse vader Sams en zijn verhaal was er een van vreugde, jubel, ontzettende ontlading en bovenal menselijke blijheid. Hij schreeuwde, praatte, zweette, lachte en straalde en deed dat alles tegelijkertijd: hij was kampioen, hij was vader, hij liep over roze wolken.

Wat te doen met coach Janssen? Ik zag aan hem af dat hij zeer vochtige ogen had en dat hij het liefst in stilte achterin de kleedkamer wilde zijn en liet hem. Ook een niet journalistieke keuze, maar ach, moest ik gaan scoren met een andermans verdriet?

Nee toch.

Pas later, terwijl het gehos doorging en zijn spelers kampioenschaps-T-shirts aanhadden en met bier, wijn, champagne en water gooiden en soms wat dronken, kwam ik Janssen in een iets rustiger vaarwater tegen.

Een gesprek was mogelijk. Met iets van een zinvolle analyse, maar met toch ook het beeld dat een sportend mens (ook als coach) vooral en bovenal een mens met gevoelens is.

Sams, Boekhoudt, Janssen…drie kampioenen en drie mannen bij wie gevoelens van vreugde leefden, maar toch ook andere menselijke eigenschappen als kwetsbaarheid, zelfreflectie, enorme vermoeidheid en ook zelfbeklag.

Een mens is maar een mens en een sportend mens is dus ook een mens. 

De starende blik van Boekhoudt die zich geen raad wist met zijn niet te verklaren actie, de enorme oerkreet van Sams die hij boven Hoofddorp (en dus de wereld) losliet en de vochtige ogen van de coach…eens te meer werd me duidelijk dat sport zo heel veel meer is dan alleen maar een uitslag.

Iedere keer weer leer ik en de leerschool van gisteravond was prachtig en zeer zinvol.

Wij mensen mogen fouten maken, mogen geroerd zijn, mogen onze vrije gevoelens aan eenieder tonen, mogen gek doen, mogen ons kampioen voelen en bewijzen daarmee dat we bestaan en dat we zijn.

Ja, in hoge mate onvolmaakt, maar ook goed, krachtig en soms wel en soms niet meester over onze daden.